opinie

Tips voor de volgende minister van Defensie

Door Yf Reykers en Daan Fonck, docent aan de Universiteit Maastricht en doctoraatsonderzoeker aan het International and European Studies Institute van de KU Leuven.

Het mijnenveld rond de vervanging van de F-16- gevechtsvliegtuigen is nog niet geruimd. Dat bleek opnieuw toen de regering een beslissing uitstelde tot na de lokale verkiezingen, en de Amerikanen vriendelijk verzocht hun aanbod voor de F-35 te verlengen. De in 2015 opgestarte vervangingsprocedure baadt in een sfeer van polemiek, die de belangenconflicten in de militaire administratie en de hachelijke positie van de defensieminister pijnlijk naar voren bracht.

Een expertencommissie kan als een onafhankelijke waakhond fungeren bij aanbestedingen, waardoor minder tijd aan politieke discussies verloren gaat.

De jongste jaren kregen meerdere westerse regeringen te maken met gelijkaardige problemen, niet zelden met regeringscrisissen tot gevolg. In 2011 werd de Canadese regering-Harper geconfronteerd met een motie van wantrouwen, nadat was uitgekomen dat de aankoop van meer dan 60 F-35’s steunde op een foute kostenraming. In Noorwegen leidde een reeks Wikileaks-onthullingen in 2010 tot beschuldigingen van vooringenomenheid bij de beslissing de F-35 te verkiezen boven de Zweedse Saab Gripen. Nog opmerkelijk was de Deense aankoop van 27 F-35’s, waarover het lokale Rekenhof recent opmerkte dat die voortbouwde op onvolledige informatie.

Grootschalige defensieaankopen creëren onvermijdelijke spanningsvelden voor een regering. Zo is er de afweging tussen een betrouwbaar en efficiënt wapenarsenaal, en een zo groot mogelijke return on investment. Die return kan economisch zijn in de vorm van investeringen en jobcreatie, maar is ook politiek-strategisch van aard. Internationale engagementen nakomen, vooral in NAVO-verband, is daarbij een cruciale overweging.

Yf Reykers ©RV DOC

Defensieaankopen zijn ook vaak enorm complex. Een gefundeerde politieke besluitvorming vergt een aanzienlijke militaire, financiële en technische expertise. Daar heeft een regering of een parlement zelden voldoende tijd of capaciteit voor. Dat aankoopdossiers bol van militair en industrieel jargon staan, maakt het er niet makkelijker op.

En dan heb je nog de geheimhoudingsprocedures die een volwaardig debat bemoeilijken. De logische terughoudendheid om militair-strategische of technische details publiek te maken leidt tot een gebrekkige transparantie en een voedingsbodem voor manipulaties en belangenconflicten. Kritiek van de oppositie is dan ook weinig verrassend.

Verantwoordelijkheid

Omdat zulke spanningen onafwendbaar zijn, rijst de vraag hoe we er het best mee omgaan. Het F-16-vervangingsdossier biedt een kans om lessen te trekken. Drie denkpistes kunnen het risico op een controverse bij gelijkaardige dossiers in de toekomst vermijden.

Cijferwerk van een minister die het regeerakkoord tracht uit te voeren, is een makkelijke prooi voor kritiek.

Een: durf de keten van verantwoording in vraag te stellen. Dat begint met het vooraf bepalen van een duidelijke regie en van de ultieme verantwoordelijkheid. In het Belgische dossier is de verantwoordelijkheid diffuus. De militaire administratie heeft de regie van de aanbestedingsprocedure volledig in handen, maar ageert op gezag van de defensieminister. Die moet het dossier dan weer verkocht krijgen aan zijn coalitiepartners, elk met hun eigen verzuchtingen. Zo’n getrapt systeem laat niet alleen ruimte voor belangenconflicten, het creëert bovenal veel risico op ontsporing.

Twee: voorzie een grotere voorafgaande controle op de noodzaak en de budgettaire impact van de aanbesteding. Cijferwerk van een minister die het regeerakkoord tracht uit te voeren, is een makkelijke prooi voor kritiek. Veel tijd en politieke energie is verloren gegaan aan discussies over de exacte kosten van de toestellen én de mogelijke verlenging van de levensduur van de F-16’s. Essentiële debatten over het strategische belang van nieuwe gevechtsvliegtuigen en de rol die ons land wil spelen in interventies raakten daardoor ondergesneeuwd.

Daan Fonck ©RV DOC

Drie: vergroot de transparantie. Enigszins paradoxaal kan dat de beste garantie op een onaangetast aanbestedingsproces zijn. Dat het Belgische proces informatie over het vervangingsdossier mist, heeft de oppositie vaak stof bezorgd om de rol van de defensieminister, zijn kabinet en administratie ter discussie te stellen.

Rekenhof

We stellen drie concrete remedies voor. Creëer een extern verantwoordingsmechanisme via een onafhankelijke expertencommissie, zoals in Canada gebeurde in 2015. Samengesteld uit militaire experten, academici, ingenieurs en accountants kan zo’n commissie een drieledige rol spelen: als een verplicht consultatieorgaan voor grootschalige aanbestedingen, als een adviesorgaan voor de minister van Defensie én het parlement, en als een onafhankelijke waakhond.

De huidige wetgeving laat geen controle toe tijdens het aankoopproces, zelfs niet op vraag van de minister. In Nederland kan dat wel.

Haal rechter en partij uiteen door de adviserende rol van het Rekenhof te vergroten. De huidige wetgeving laat geen controle toe tijdens het aankoopproces, zelfs niet op vraag van de minister. In Nederland kan dat wel.

Vergroot tot slot de parlementaire transparantie door de geheimhoudingsprocedures van de commissie-Legeraankopen en -verkopen te herzien. Schakel om naar vergaderingen met open deuren, tenzij gevoelige informatie wordt besproken. Notulen zouden beschikbaar moeten zijn, eventueel met restricties waar nodig.

Een verantwoordelijkere en transparantere besluitvorming kan zowel de regering als het parlement het nodige houvast bieden in het mijnenveld van defensie-investeringen.

Lees verder

Tijd Connect