opinie

Toekomst gezondheidszorg is dichtbij

In de reeks ‘Nieuwe Tijden in deze krant gaat men de toekomst van de gezondheidszorg na. De vraag daarbij is hoe de technologische vernieuwingen uiteindelijk passen in een solidair gezondheidssysteem. En dat mondt uit in moeilijke keuzes.

Door Pieter Van Herck, senior adviseur welzijn- en gezondheidsbeleid bij Voka Health Community en auteur van ‘Transformeren om te overleven in de zorg. Health care in het nieuwe tijdperk’, beschikbaar vanaf september 2015.

Net zoals in andere sectoren kent het innovatiepotentieel in de zorg een exponentiële curve, met een snellere evolutie dan men vandaag kan bijbenen. Dat opent de komende jaren tal van mogelijkheden. Velen denken daarbij aan sciencefictionscenario’s met een ‘bionische’ mens vol prothesen en externe steunmechanismen die even goed of zelfs beter werken dan ons lichaam. Cognitieve controle, waarbij iets gebeurt zodra je er gewoon maar aan denkt. Lichaamsdelen die bij wijze van spreken ‘gekweekt’ worden. Artificiële intelligentie die gezondheidsproblemen foutloos detecteert. Zelfs het invriezen van mensen om ze later weer tot leven te wekken.

©rv

Aan elk van die zaken wordt volop gewerkt en het is verbluffend wat al kan. 80 procent van dit scenario wordt of is realiteit. Tenminste, als we dat willen. Wellicht wensen we de beste prothese voor ons kind en de beste cognitieve controle voor een verlamde, maar verandert onze kijk als het over oorlogstoepassingen gaat (waar dit soort zaken vaak het eerst onderzocht worden).

Kijken we naar de iets minder exotische zorgvernieuwingen zoals in de genetica, stamceltoepassingen, 3D-printing, zorg op afstand, ‘slimme’ omgevingen en zorg via sociale media, dan naderen we de nabije toekomst, die binnen handbereik ligt. Tegelijk is een sterk opwaartse beweging in psychosociale innovatie ingezet. ‘High tech’ gaat steeds beter samen met ‘high touch’.

Niemand wil naar een zorg met twee snelheden, rijk versus arm. Al snel gaan we er dan van uit dat we in de komende jaren moeilijke keuzes moeten maken, en bijvoorbeeld minder geobsedeerd zijn door elke week uitstel van het levenseinde.

De vraag is hoe we voor dit alles gaan betalen. Voor velen blijven de deuren gesloten bij gebrek aan publieke middelen - bijvoorbeeld door de bevriezing van de medische hulpmiddelen in de afgelopen jaren of door de achterstand die we hebben opgelopen in de terugbetaling van innovatieve geneesmiddelen. En niemand wil naar een zorg met twee snelheden, rijk versus arm. Al snel gaan we er dan van uit dat we in de komende jaren heel moeilijke keuzes moeten maken, en bijvoorbeeld minder geobsedeerd zijn door elke week uitstel van het levenseinde.

Voor een deel klopt dat - er worden voortdurend moeilijke keuzes gemaakt inzake terugbetaling - en een verschuiving van de focus in de richting van levenskwaliteit dringt zich op. Het antwoord op die uitdaging ligt voor een deel in het samenkomen van sommige van deze innovaties zelf: convergentie. De digitalisering van de zorg maakt samen met andere denksporen veel meer preventie, predictie, precisie en participatie mogelijk.

We leggen in het publieke debat veel nadruk op de risico’s van grote, geconnecteerde gegevensbestanden over onszelf, en wie denkt dan niet aan big brother? Maar zodra we als individu beseffen hoeveel meerwaarde dit kan opleveren voor ons welzijn en onze gezondheid en hoe we de risico’s kunnen beheersen, zullen we niet anders willen. Deze voorspelling staat in de sterren geschreven, zeker voor de jongere generaties.

Een belangrijke sleutel ligt in het feit dat we die moeilijke keuzes zelf met de digitalisering moeten bijstaan: door een zorgsysteem te creëren dat voortdurend leert, dat zichzelf meer automatisch bijstuurt in functie van de aangetoonde meerwaarde van zorgproducten en diensten. Het gerenommeerde Institute of Medicine in de Verenigde Staten bereidt op dat punt de weg voor.

Sommige randvoorwaarden om het zorgsysteem te moderniseren geraken niet tot in het zorgsysteem. Van absurdisme gesproken.

Voor wie het niet zou weten: ons huidig bestel functioneert zo niet. Terugbetalingsbeslissingen zijn vaak eenmalig en gelden voor de eeuwigheid. Ze kennen ook een ruime subjectieve onderhandelingsmarge, en zijn voor tal van diensten en types van producten in feite onbestaande omdat er geen systematiek en geen procedure voor is. Dat leidt ertoe dat sommige randvoorwaarden om het zorgsysteem te moderniseren niet tot in het zorgsysteem geraken. Van absurdisme gesproken.

We moeten ertoe komen dat elke zorg die op een patiënt wordt toegepast automatisch wordt geanalyseerd, bijdraagt tot onze algemene kennis van voor- en nadelen en dat de financiering daarop bijstuurt, zowel opwaarts als neerwaarts. Dat wil zeggen dat elk geneesmiddel, elke vorm van therapie, ook diverse manieren van psychosociale ondersteuning, zichzelf in de toekomst onbewust voortdurend zullen bewijzen, zowel met objectieve als met patiëntgestuurde parameters. Dat zal én financiële ruimte creëren én de kwaliteit van zorg verhogen: minder overbehandeling, minder onderbehandeling, minder nevenwerkingen, minder complicaties. Meer ruimte voor de innovaties die we zeker wel willen in een solidair systeem.

Heel wat actoren uit de zorg, de wetenschap en de betrokken sectoren zullen dat scenario van een ‘non fiction’-zorgtoekomst voorlopig als een utopie beschouwen. Maar let op mijn woorden: we belanden daar sneller dan we denken. En maar goed ook, als we geen té moeilijke keuzes willen maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud