opinie

Toen kastijdden de VS Japan, nu China

Professor Yale University en ex-voorzitter Morgan Stanley Azië

De handelsoorlog van president Donald Trump met China heeft veel weg van een remake van het conflict van 30 jaar geleden met Japan. Al kan deze blockbuster anders eindigen.

‘Als landen toelaten dat Amerikaanse producten worden gekopieerd, wordt onze toekomst gestolen en is er niet langer vrijhandel.’ Dat zei president Ronald Reagan over Japan in 1985. Vandaag lijkt in veel opzichten een remake van die film uit de jaren 80. Alleen heeft een reality-tv-ster nu een Hollywoodfilmster vervangen in de hoofdrol van president, en heeft een nieuwe slechterik de rol van Japan overgenomen.

Stephen Roach ©BLOOMBERG NEWS

Dertig jaar geleden werd Japan geportretteerd als de grootste economische bedreiging voor de VS. Niet alleen wegens beschuldigingen van diefstal van intellectueel eigendom, maar ook uit bezorgdheid over muntmanipulatie, door de staat gesponsord industrieel beleid, de uitholling van de Amerikaanse maakindustrie, en een bilateraal handelstekort dat de pan uit swingde. Japan moest buigen voor de VS, en betaalde daar een hoge prijs voor: bijna drie ‘verloren’ decennia van stagnatie en deflatie.

Naast hun betwistbaar mercantilisme, hadden Japan en China nog iets anders gemeen: ze werden het slachtoffer van Amerika’s onhebbelijke gewoonte anderen de schuld voor de eigen economische problemen in de schoenen te schuiven. Want zoals het Japanbashen in de jaren 80 is het Chinabashen een gevolg van de toenemende macro-economische onevenwichten van de VS. In beide gevallen leidde een dramatisch spaartekort tot grote tekorten op de lopende rekening en de handelsbalans.

Hoe ironisch dat Trump Robert Lighthizer, een veteraan van de handelsoorlog met Japan dertig jaar geleden, aangesteld heeft om de strijd tegen China te leiden.

Toen Reagan in 1981 zijn intrek nam in het Witte Huis, stond de binnenlandse spaarquote op 7,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en was de lopende rekening min of meer in evenwicht. In 2,5 jaar tijd, dankzij Reagans immens populaire belastingverlagingen, daalde de spaarquote naar 3,7 procent en belandden de lopende rekening en de handelsbalans in een eeuwig tekort. Amerika heeft zijn ‘handelsprobleem’ vooral aan zichzelf te danken.

Ontkenning

De regering-Reagan verkeerde echter in een staat van ontkenning. Er was weinig of geen belangstelling voor het verband tussen sparen en handelsonevenwichten. De schuld belandde bij Japan, dat stond voor 42 procent van de Amerikaanse handelstekorten in de eerste helft van de jaren 80. Het Japanbashen ging een eigen leven leiden, met klachten over oneerlijke en illegale handelspraktijken. De kastijding werd geleid door de jonge vicehandelsgezant Robert Lighthizer.

Spoel de tape 30 jaar vooruit. In tegenstelling tot Reagan erfde Trump geen Amerikaanse economie met een flinke pot spaargeld. Toen Trump in januari 2017 als president begon, was de spaarquote 3 procent, flink lager dan toen Reagan begon. Toch koos ook Trump voor forse belastingverlagingen, nu ‘to make America great again’. Bij Reagan heette het ‘a new morning in America’.

Het resultaat was voorspelbaar: het begrotingstekort steeg. De spaarquote daalde naar 2,8 procent van het bbp eind 2018, het tekort op de lopende rekening bedroeg 2,6 procent en het handelstekort 4,5 procent.

Zoals het Japanbashen toen, is het Chinabashen comfortabel weggesneden uit de bredere macro-economische context van de VS. Dat is een ernstige fout

Hier neemt China de rol van Japan in de jaren 80 over. Op het eerste gezicht lijkt de bedreiging veel groter. China tekende in 2018 immers voor 48 procent van het Amerikaanse handelstekort voor goederen, meer dan de 42 procent van Japan toen. De vergelijking wordt echter scheefgetrokken door de wereldwijde toeleveringsketens, die toen amper bestonden. Cijfers van de OESO en de Wereldhandelsorganisatie tonen dat 35 tot 40 procent van het bilaterale handelstekort tussen de VS en China goederen van buiten China betreft, die in China geassembleerd worden en naar de VS getransporteerd. Dat betekent dat het ‘made in China’-deel van het huidige Amerikaanse handelstekort kleiner is dan het ‘made in Japan’-deel in de jaren 80.

Zoals het Japanbashen toen, is het Chinabashen comfortabel weggesneden uit de bredere macro-economische context van de VS. Dat is een ernstige fout. Zonder het optrekken van de spaarquote verschuift de import uit China naar de andere handelspartners van Amerika. Omdat dat meer dan waarschijnlijk zal zijn naar regio’s met hogere kosten, zal dat voor de Amerikaanse consument neerkomen op een prijsverhoging.

Ironisch dat Trump diezelfde Robert Lighthizer, de veteraan van de handelsoorlog met Japan, aangesteld heeft om de strijd tegen China te leiden. Jammer genoeg gaat het macro-economisch argument even vlot aan Lighthizer voorbij als toen.

Deze remake van een oude film is verontrustend. Eens te meer vindt Amerika het veel gemakkelijker andere - Japan toen, China nu - te kastijden, dan om de tering naar de nering te zetten. Dit keer kan de film echter heel anders eindigen.

© Copyright Project Syndicate

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud