opinie

Trial by media in ‘zaak-De Pauw' mag nu wel ophouden

Mediahypes, zoals nu met de zaak-De Pauw, geven niet altijd aanleiding tot gedegen en kritische informatie. Dat is ergerlijk, en het toont aan dat ­overdreven media-aandacht de waarheidsvinding niet ­altijd bevordert.

Door Hugo Lamon, advocaat en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies

Het stormde de afgelopen dagen in het Vlaamse medialandschap. Over wat precies het voorwerp van de ergernissen is, is het koffiedik kijken. De VRT maakte klaarblijkelijk met onmiddellijke ingang een einde aan de overeenkomst met een productiehuis.

Een lucide advocaat vertelde wat moest worden gezegd: als er iets niet pluis zou zijn, is het aan de rechtbank om dat te onderzoeken, en dat op grond van alle gegevens.

Een wat nuchtere jurist ziet daarin een discussie over de naleving van contractuele voorwaarden. Merkwaardigerwijze is in die hele mediaheisa niets gezegd over wat precies in dat contract staat. De interpretatie van dat contract, inclusief de vraag of de aangevoerde feiten een eenzijdige ontbinding van die overeenkomst rechtvaardigen, is een juridische vraag.

Oorverdovend stil

Die vraag beantwoorden veronderstelt kennis van de feiten en van de contractuele bepalingen. Waarom zijn de herauten van de vierde macht, die zo graag in de plaats van de rechter spreken, daar zo oorverdovend stil over?

De belaagde ‘schermfiguur’ (ik ontdekte nog maar net het bestaan van dat woord), die ook de sleutelfiguur van het desbetreffende productiehuis is, schakelt daarop een mediadeskundige in. Een mediafiguur voelt blijkbaar feilloos aan wanneer er via alternatieve kanalen moet worden gecommuniceerd.

Intussen worden allerhande advocaten opgevoerd om duiding te geven bij dat alles.

Zo verovert een druk bekeken videoboodschap de sociale media. Er ontstaat daardoor een virtuele realiteit, die blijkbaar velen beroert. Het geeft aan wat we voorlopig weten: een perceptiegevecht, waarbij de ongefilterde sociale media worden ingezet. De journalisten van de traditionele media zouden hier hun rol van waakhond van de democratie kunnen spelen. Waar blijven de kritische waarschuwingen dat we eigenlijk nog altijd niet weten waar het over gaat, dat enige voorzichtigheid geboden is en de schandpaal thuishoort in de middeleeuwen?

Intussen worden allerhande advocaten opgevoerd om duiding te geven bij dat alles. Het was daarbij niet allemaal kommer er kwel. Een lucide advocaat vertelde wat moest worden gezegd: als er iets niet pluis zou zijn, is het aan de rechtbank om dat te onderzoeken en dat op grond van alle gegevens. Intussen ging het al lang niet meer over de contractpartij van de VRT (het productiehuis), maar was alles toegespitst op de schermfiguur en vergleed de perceptie naar een strafzaak-in-wording. Mag dan nog worden gezegd dat er zoiets is (of zou moeten zijn) als het vermoeden van onschuld?

De volgende episode veroorzaakte bij de mediamensen duidelijk verwarring. Na al het getater en geblaat over we-weten-niet-welke-feiten en mailtjes en sms’en met we-weten-niet-welke-draagwijdte is er plots sprake van stalking en belaging. Het Openbaar Ministerie was duidelijk niet wereldvreemd en liet blijken dat het volgt wat er in de media - spiegel van de samenleving? - gaande is. Meteen werd een strafonderzoek geopend en volgde een huiszoeking bij de VRT.

Illusie

Niemand weet wat daar precies gebeurde. Juristen vinden dat ook logisch en normaal, want die leven nog met de illusie dat het geheim van het strafonderzoek bestaat. Ook hier tasten we dus in het duister. Dat moet voor de media een beklemmende gedachte zijn, nu het verhaal uit hun handen glipt en mediagekwetter nu ook strafrechtelijk onderzocht wordt. En gaat het dan over belaging of laster?

De slachtoffers (van wat? hoeveel? wanneer? hoelang?) blijven anoniem. Toch vindt de nieuwe raadsvrouw dat er al publiekelijk moet worden gereageerd.

De storm is zeker nog niet gaan liggen. De slachtoffers (van wat? hoeveel? wanneer? hoelang?) blijven anoniem - merkwaardig toch dat de media, die werkelijk op het onfatsoenlijke af alles lekken, nu voor één keer wel discreet kunnen zijn. Toch vindt de nieuwe raadsvrouw dat er al publiekelijk moet worden gereageerd. Kan iemand mij uitleggen welke wapengelijkheid moet worden hersteld, nu niemand weet over wie het gaat en er niets is vernomen over de feiten?

Maar stel nu - we weten het niet, het is dus maar een losse flodder - dat het strafonderzoek over belaging zou gaan. Zou het dan in die veronderstelling niet interessant zijn eens de vraag te stellen waarom dat vroeger een klachtmisdrijf was (het werd beschouwd als een perceptiemisdrijf, er is een verontrusting van het slachtoffer nodig) en de wetgever die klachtvereiste heeft afgeschaft? Dat moest de drempel om naar de rechter te stappen verlagen. De vraag is nu misschien of dat altijd wel wenselijk is.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud