opinie

Vakbonden zijn niet consequent over de loonnorm

Emeritus professor economie UAntwerpen en KU Leuven

Werknemers in minder welvarende sectoren moeten ook delen in de verliezen. En de automatische loonkoppeling aan de index blijft aan herziening toe.

De vakbonden noemen de loonnorm van 0,4 procent boven op de automatische indexaanpassing, vastgelegd om het concurrentievermogen van de Belgische bedrijven te vrijwaren,  onaanvaardbaar. Afgezien van de complexe en mogelijk niet volledig correcte berekening van de loonnorm brengen de vakbonden minstens twee elementen liever niet ter sprake in de discussie over de maximaal toegestane  loonkostenstijging.

De vakbonden voeren terecht aan dat naast het groot aantal sectoren dat het zwaar te verduren heeft door de coronabeperkingen sommige sectoren daar voordeel uit hebben gehaald. In die welvarende sectoren is ruimte om de werknemers te laten delen in de winst en een hogere loonaanpassing toe te kennen.

Maar dat sociaal zeer verantwoorde winstdelingsprincipe heeft een keerzijde. Veel sectoren hebben grote verliezen geleden in het voorbije jaar. Een consequente toepassing van het winstdelingsprincipe betekent dat de werknemers ook moeten delen in de verliezen. De lonen in die sectoren moeten dan dalen in plaats van met 0,4 procent te stijgen.

Loonkosten

Een ander aanslepend pijnpunt voor het Belgische bedrijfsleven is de automatische koppeling van de lonen aan de prijsindex om de koopkracht van de bevolking op peil te houden. In een zeer open economie is het belangrijk dat het indexmechanisme de koopkracht beschermt zonder de loonkosten van de bedrijven te verhogen. Daar knelt het schoentje.

De automatische koppeling van de lonen aan de index moet niet op de schop. Wel moet eraan gesleuteld worden, zodat de lonen van werknemers niet overgecompenseerd worden.

Het Belgisch indexmechanisme zit fundamenteel fout in elkaar omdat de consumptieprijsindex ook de hoogte ingaat door buitenlandse prijsstijgingen, zoals de prijzen van energie en grondstoffen. De prijzen van energie en grondstoffen zijn voor de Belgische bedrijven zware kosten, die moeten worden doorgerekend in de prijzen van hun eindproducten. Daar worden die bedrijven niet beter van, en er wordt ook niet meer winst  gemaakt. Bij de toepassing van het Belgische indexmechanisme moeten die bedrijven wel hogere lonen betalen en wordt hun concurrentievermogen in gevaar gebracht.

Een buitenlandse prijsstijging betekent een globale verarming van de Belgische bevolking. Desondanks krijgen de bevolkingscategorieën wier loon gekoppeld is aan de index een hoger inkomen, terwijl alle andere categorieën geen inkomensaanpassing krijgen maar wel de hogere prijzen betalen.

Omgekeerde herverdeling

Het ongewenste neveneffect van het indexmechanisme is dat het een inkomensherverdeling veroorzaakt tussen werknemers en ambtenaren enerzijds en zelfstandigen en vrije beroepen anderzijds. Een meer gelijke inkomensverdeling kan best wenselijk en voordelig zijn voor de economie, maar dan geen omgekeerde verdeling tussen goedbetaalde hoge ambtenaren en kleine zelfstandigen. Voor een betere inkomensverdeling is de progressiviteit van de belastingen het geëigende instrument, niet de koppeling van lonen aan de index.

Voor een betere inkomensverdeling is de progressiviteit van de belastingen het geëigende instrument, niet de koppeling van lonen aan de index.

Een kortzichtige ‘raak-niet-aan-de-index’-houding van de vakbonden heeft tot gevolg dat, bij het behoud van het bestaande systeem, een buitenlandse prijsdaling een globale loonsverlaging tot gevolg kan hebben. Hoe zullen de vakbonden dat uitleggen aan hun achterban?

De automatische koppeling van de lonen aan de index moet dus niet op de schop. Wel moet gesleuteld worden aan het bestaande systeem, zodat de lonen van werknemers niet overgecompenseerd worden. Want dat verhoogt de loonkosten van de bedrijven en brengt hun concurrentiepositie in gevaar. In die optiek kan het gepast inlassen van een indexsprong, om de loonevolutie weer op het juiste spoor te brengen, sociaal verantwoord zijn.

Stefan Kesenne

Emeritus professor economie UAntwerpen en KU Leuven

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud