opinie

Verborgen zwijgakkoorden in het ‘glazen huis’ gaan ver

Postdoctoraal onderzoeker (FWO) Universiteit Gent

Het zwijgakkoord in het Vlaams Parlement verlegt het parlementaire debat grotendeels naar de coulissen. De transparantie en de openheid van het ‘glazen huis’ worden stevig aangetast.

‘Zwijgakkoord legt Vlaams Parlement aan banden’, kopte deze krant gisteren. Bij de Vlaamse regeringsvorming werd afgesproken dat parlementsleden van de meerderheid geen voorstellen van decreet of resolutie mogen indienen zonder voorafgaand akkoord tussen alle coalitiepartners.

Een flagrante beknotting van de wetgevende rol van het parlement, luidden de verontwaardigde reacties op sociale media unisono. Nochtans worden dergelijke afspraken al sinds het eind van de jaren 90 gemaakt op Vlaams niveau. Nieuw zijn ze dus niet. Of ze wenselijk zijn, is een andere zaak.  

Wat wel zeker is: een slechtere naam dan ‘zwijgakkoord’ had men niet kunnen verzinnen voor een akkoord dat op een dergelijke manier de werking van het parlement - etymologisch verwant aan het Franse ‘parler’ - beïnvloedt. Parlementen zijn de plaats bij uitstek waar politieke meningen en maatschappelijke visies clashen.

Pogingen om parlementsleden vrij letterlijk het zwijgen op te leggen voelen vanuit democratisch oogpunt erg ongemakkelijk aan.

Het Vlaams Parlement werd in zijn beginjaren onder voorzitter Norbert De Batselier gedoopt tot ‘glazen huis’ wegens de openheid en de transparantie die er zou heersen. Pogingen om parlementsleden vrij letterlijk het zwijgen op te leggen voelen vanuit democratisch oogpunt dan ook erg ongemakkelijk aan.

Het is vrij typisch dat regeringspartijen het parlementaire werk van hun leden proberen te coördineren. In een parlementaire democratie bestaat een regering bij de gratie van het parlement en neemt ze ontslag als ze niet meer kan terugvallen op een meerderheid van de zetels. Regeringen worden liever niet geconfronteerd met een parlementaire stemming waaruit blijkt dat de meerderheidspartijen verdeeld zijn.  

In het Vlaams Parlement verschijnen voorstellen die worden ingediend door volksvertegenwoordigers relatief snel en vrij vanzelfsprekend op de agenda van de parlementaire commissies zodra ze ontvankelijk werden verklaard door de parlementsvoorzitter. Zonder voorafgaande afstemming bestaat het risico dat de uiteindelijke stemuitslag in de commissie onenigheid tussen de regeringspartijen blootlegt.

Federaal

In de federale Kamer, die voor een keer als stichtend voorbeeld wordt gezien, is de situatie enigszins anders. Daar worden massaal veel wetsvoorstellen ingediend. De meeste zijn symbolisch en maken geen schijn van kans - dat weten de indieners ook -, maar dienen om te scoren bij de achterban. Omdat de parlementaire machinerie maar zoveel input in één legislatuur kan verwerken, wordt de Kamerleden gevraagd welke van hun voorstellen ze prioritair behandeld willen zien. Het gros van de voorstellen zal stof vergaren en op het einde van de legislatuur geklasseerd worden.

Door een grote fixatie op regeringsstabiliteit en de vrees dat de interne verdeeldheid de buitenwereld zal bereiken, hebben de Vlaamse volksvertegenwoordigers zeer weinig ruimte om initiatieven af te toetsen, te bediscussiëren of externe adviezen te vragen.

Een klein deel bereikt de commissieagenda. Los van het feit dat parlementsleden doorgaans geen initiatieven indienen op eigen houtje, dus zonder het fiat van hun fractie, komt vanaf dat moment achter de schermen het informele meerderheidsoverleg tussen de coalitiepartners op gang. Initiatieven van meerderheidspartijen worden mogelijk wel toegelicht en besproken, maar tot een stemming komt het pas als alle coalitiepartners op één lijn zitten.

Particratie

Hoewel een dergelijke opvolging en coördinatie van elkaars wetgevende werk vrij veel voorkomt, en niet uitsluitend plaatsvindt in de ‘Belgische particratie’, gaat het wel erg ver in het geval van het zwijgakkoord in het Vlaams Parlement. Door een grote fixatie op regeringsstabiliteit en de vrees dat interne verdeeldheid de buitenwereld zal bereiken, krijgen de Vlaamse Parlementsleden zeer weinig ruimte om initiatieven af te toetsen, te bediscussiëren of externe adviezen te vragen. De regering eigent zich een nog grotere wetgevende rol toe, en het parlementaire debat verplaatst zich grotendeels naar de coulissen. Van transparantie en openheid is niet veel sprake meer.

Men kan overwegen commissies meer zeggenschap te geven over de eigen wetgevende agenda. Maar vooral een wijziging van de politieke cultuur is nodig.

Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert suggereerde woensdag in 'De ochtend' op Radio 1 dat een wijziging van het reglement van het Vlaams Parlement soelaas kan bieden. Men kan overwegen de commissies meer zeggenschap te geven over de eigen wetgevende agenda.

Los daarvan is vooral een wijziging van de politieke cultuur nodig, waarbij ideologische accentverschillen tussen de coalitiepartners en potentiële samenwerkingen met oppositiepartijen (rond thema’s die niet essentieel zijn voor het voortbestaan van de regering) niet altijd als problematisch beschouwd worden. Het zou het wetgevende werk van onze verkozenen een stuk zinvoller maken en de rol van het parlement als democratisch podium voor het georganiseerde meningsverschil - op zijn minst deels - herstellen.

Benjamin de Vet

Postdoctoraal onderzoeker (FWO) verbonden aan GASPAR (Universiteit Gent)

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud