opinie

Vergeet de kopgroep niet

De wiskundige geletterdheid van de Vlaamse jongeren mag dan dalen, het is nog niet te laat om de lat hoger te leggen. Maar het moet nu wel snel gaan.

Vlaanderen raakte in 15 jaar tijd zowat de helft van zijn ‘wiskundetoppers’ kwijt. In 2003 scoorde 34 procent van de leerlingen geweldig voor wiskundige geletterdheid, vandaag is dat nog 19 procent. De daling van onze toppresteerders is bovendien de grootste ter wereld. De Vlaamse Vereniging voor Wiskundeleraars (VVWL) waarschuwt ervoor dat in de onderwijshervorming nog enkele cruciale haken en ogen zitten waarbij de daling alleen maar zal doorzetten. Het is dringend tijd om in actie te schieten en onze wiskundetop weer een plek onder de zon te geven in Vlaanderen. Het is nog niet te laat.

©rv

Laat één ding duidelijk zijn: Vlaanderen heeft nog altijd zeer goed wiskundeonderwijs. Maar er is inderdaad geen reden tot feestgedruis: alle indicatoren wijzen rapport na rapport op een neerwaartse trend. We zijn niet meer het gidsland van weleer, ook de Europese koppositie speelden we intussen kwijt aan Estland en Polen. In een hoogtechnologische kenniseconomie, waarbij goed een derde van ons bruto nationaal product aan wiskundige denkactiviteiten kan worden gelinkt, moeten we dat tij te keren.

Grote omzichtigheid is geboden bij het koppelen van PISA-resultaten aan onderwijsmaatregelen. Toch valt één link niet te negeren: de sterke daling van onze wiskundige kopgroep tussen 2003 en 2018 loopt griezelig parallel met het terugdringen van de plaats van wiskunde in het secundair onderwijs, een verklaring die de PISA-onderzoekers overigens zelf naar voren schuiven. PISA wordt afgenomen bij 15-jarigen, doorgaans zijn dat leerlingen uit het derde of vierde middelbaar, pal in de tweede graad. Laat het net in die graad zijn dat de voorbije twintig jaar stevig aan de studierichtingen is getornd. Gevolg? De wiskundig sterke richtingen deemsterden weg. In 2021 dreigen ze zelfs helemaal te verdwijnen als de hervorming van het secundair onderwijs begint in het derde middelbaar.

Leerlingen die veel uren wiskunde volgen, hebben tien jaar later een loon dat gemiddeld 20 procent hoger ligt.

Dat zit zo: tot 2002 kon je in de tweede graad nog kiezen voor pakweg Latijnwiskunde of Latijn-moderne talen. Het waren de ministers van Onderwijs Luc Van den Bossche (sp.a) en Marleen Vanderpoorten (Open VLD) die die richtingen afschaften en tot Latijn herleidden. Hetzelfde gebeurde met economie en wetenschappen. Dat was niet alleen voor wiskunde een spijtige evolutie, ook een specialisatie in talen werd de wacht aangezegd.

De reden? De studiekeuze moest zo veel mogelijk worden uitgesteld tot latere leeftijd. Veel leerlingen zouden later spijt hebben van gemaakte keuzes en een doorgedreven specialisatie zou pas in de derde graad van het secundair onderwijs opportuun zijn. Dat eenheidsdenken leefde in het begin van dit millennium heel sterk in het Vlaamse onderwijs en lijkt nu met de afschaffing van de brede eerste graad doorbroken.

Ambitieuzere aandacht

Veel scholen en koepels gaven zich niet zomaar gewonnen en voerden op eigen initiatief een tweesporenbeleid in, met vijf of vier uur wiskunde per week. Dat bestaat tot vandaag. Het gaat niet zomaar om een uurtje meer. Jongeren met een talent voor wiskunde zitten samen, en er is een grotere en ambitieuzere aandacht voor verdieping en abstractie. De differentiatieoptie is ook niet bepalend: ook leerlingen met vier uur kunnen doorstromen naar de wiskundige richtingen in de derde graad, hoewel dat in de praktijk zelden gebeurt.

Ook dit tweesporenbeleid, dat in essentie maar een afkooksel is van de vroegere richtingen Latijn-wiskunde, economie-wiskunde en wetenschappen-wiskunde, dreigt helemaal te verdwijnen in het hervormde secundair onderwijs. De hervorming voorziet opnieuw geen specialisatie in talen of wiskunde in de tweede graad, en het is onwaarschijnlijk dat de onderwijskoepels nog ruimte vinden voor differentiatie op het vlak van wiskunde.

Laat de PISA-resultaten een wake-upcall zijn om die historische fout niet te maken. Leerlingen die veel uren wiskunde volgen, hebben tien jaar later een loon dat gemiddeld 20 procent hoger ligt dan dat van andere leerlingen. Met enkele kleine veranderingen aan de hervormingsplannen kunnen we de kopgroep blijven bedienen, onze kenniseconomie voeden en de negatieve trend keren. Waar wachten we op?

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n