opinie

Vergeet de sociale dimensie van de energietransitie niet

Een koolstofbelasting vergt een flankerend overheidsbeleid met oog voor de sociale dimensie. Anders overtreft de factuur van de sociale spanningen die van de koolstoftaks.

Om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius pleit de econoom Christian Gollier in zijn boek ‘Le Climat après la fin du mois’ voor een koolstofprijs van 50 euro per ton CO2. Die minimale prijs op koolstofdioxide zal gedragsaanpassingen en een zoektocht naar koolstofarme technologieën uitlokken.

De marktkrachten hebben nog nooit een oplossing geboden voor groeiende ongelijkheid en armoede.

Door een koolstoftaks in te voeren laat de overheid de marktkrachten zoeken naar klimaatoplossingen. Daardoor ontstaan vanzelf nieuwe markten, terwijl de meest koolstofintensieve bedrijven (weg)gereguleerd worden door het marktmechanisme.

Elke aanpassing aan relatieve prijsveranderingen vraagt echter tijd. Niet iedereen kan zomaar investeren in de nieuwe koolstofarme technologieën. Zoals bij elke belasting zullen marktpartijen die traag of niet kunnen reageren op de nieuwe realiteit de factuur van de koolstofbelasting dragen. En die kan tegenvallen. Bij een gemiddeld direct verbruik van 6 ton per persoon in Frankrijk kost de taks volgens Gollier 300 euro per jaar per persoon. Het consultancybedrijf Climact raamt het directe verbruik in België op 10 ton per persoon, goed voor 500 euro per persoon per jaar.

Koopkracht

Sinds de protesten van de gele hesjes in 2018 beseffen we dat het bruusk invoeren van een koolstofbelasting bovendien grote risico’s inhoudt. Die beweging fulmineerde tegen een geplande verhoging met 3 eurocent van de Franse verbruikstaks op energieproducten. Gecombineerd met een energiecheque van 50 euro zou dat de koopkracht van de 10 procent armste gezinnen slechts met 20 euro per jaar hebben doen dalen.

Sinds de protesten van de gele hesjes beseffen we dat het bruusk invoeren van een koolstofbelasting grote risico’s inhoudt.

In Europa kennen de grote energie-intensieve bedrijven, via het systeem van emissiehandel of ETS, al sinds 2005 een koolstofprijs. De CO2-prijs bleef lang te laag, maar steeg sinds 2018 van minder dan 10 euro naar een piek van 45 euro. De markt beseft dat de Europese klimaatambities ingrijpende gevolgen kunnen hebben. In het Next Generation-relanceprogramma van de EU is bovendien een compenserende koolstofbelasting aan de Europese buitengrenzen opgenomen, om het gelijke speelveld te bewaken en koolstoflekken te voorkomen.

Europa wil tegen 2050 het eerste koolstofneutrale continent worden, maar ook in de rest van de wereld maken bedrijven hun klimaatrekening. Een rondvraag door de consultant McKinsey leert dat bijna een kwart van 2.600 gescreende bedrijven werkt met een interne koolstofprijs en nog eens 22 procent wil die de komende twee jaar invoeren. De kostprijs voor bedrijven om hun uitstoot te verminderen verschilt sterk van sector tot sector. Het consultancybedijf Planetrics berekende dat bij een kostprijs van 100 dollar (80 euro) per ton CO2 de marktkapitalisatie van de 1.000 grootste bedrijven wereldwijd met 3,7 procent zou dalen.

Die 100 dollar is de minimale koolstofprijs die een werkgroep rond Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz naar voren schuift om de opwarming onder 2 graden te houden. Aan de 29 meest energie-intensieve ondernemingen, zoals staal-, cement- en energiebedrijven, zou dat bij een onveranderde CO2-uitstoot jaarlijks 45 procent van hun brutobedrijfswinst (ebitda) van 2019 kosten.

Technologiebeleid

De impact van de koolstofprijs hangt af van het ondersteunende beleid. Zo weten we dat een koolstofprijs geen radicale technologische innovaties kan uitlokken, maar vooral bestaande koolstofarme technologieën versneld in de markt trekt. Radicale innovatie vergt een ambitieus technologiebeleid. Het Internationale Energie Agentschap pleit al 20 jaar tevergeefs voor een vertienvoudiging van de publieke budgetten voor energietechnologisch onderzoek.

Wie wordt warm van een energietransitie met in 2050 hyperefficiënte woningen voor de hogere inkomens naast inefficiënte woningen met een hoge verbruiksfactuur voor de lagere inkomens?

Voorts zal een koolstofprijs alleen ook niet leiden tot ingrijpende investeringsbeslissingen, zoals de renovatie van oude, energieverslindende woningen. Dat vergt een efficiënte regulering. In België is amper 4 procent van de private woningen futureproof vanuit een 2050-klimaatperspectief. De meeste eigenaars kijken dus aan tegen een klimaatrenovatie van gemiddeld 50.000 tot 65.000 euro. Een forse investering, maar net door de renovatie behoudt de woning haar waarde, terwijl de verbruiksfactuur daalt.

Geen probleem dus voor de hogere inkomens, maar veel eigenaars hebben het geld niet om te renoveren. En veel lagere inkomens zijn aangewezen op energieverslindende huurwoningen. Ook zij moeten een volwaardige plaats krijgen in de transitie. Wie wordt warm van een energietransitie met in 2050 hyperefficiënte woningen voor de hogere inkomens naast inefficiënte woningen met een hoge verbruiksfactuur voor de lagere inkomens?

Nee, een transitie die de ongelijkheid vergroot, moet worden vermeden. Daarvoor kijken we naar de overheid. Tot op heden hebben de marktkrachten nog nooit een oplossing geboden voor groeiende ongelijkheid en armoede. Het flankerende klimaatbeleid met overheidsregulering heeft dan ook een belangrijke sociale dimensie. Anders dreigt de factuur van de sociale spanningen hoger uit te vallen dan die van de koolstoftaks.

Johan Albrecht

Hoogleraar milieu-economie Universiteit Gent

Koen De Leus

Hoofdeconoom BNP Paribas Fortis

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud