opinie

Verkoop Financietoren illustreert kortzichtig begrotingsbeleid

De verkoop van de Financietoren richt de schijnwerpers nog maar eens op het budgettaire schijnbeleid van de paarse regeringen. Ook de voorbije tien jaar is op begrotingsvlak geen vooruitgang geboekt.

Gisteren raakte bekend dat een Zuid-Koreaanse groep de Financietoren koopt voor meer dan 1,2 miljard euro. In een van de meest onwaarschijnlijke sale-and-lease-backoperaties van de regering-Verhofstadt werd de Financietoren in 2001 voor 311 miljoen verkocht aan een Nederlandse vastgoedgroep. Die moest vervolgens voor 325 miljoen euro grote renovatiewerken uitvoeren, maar kreeg in ruil een zeer lucratief huurcontract, dat nog loopt tot 2034.

©Frank Toussaint

Het is een zoveelste herinnering aan het budgettaire schijnbeleid van de paarse regeringen begin deze eeuw. Nochtans waren dat de enige Belgische regeringen sinds de jaren 60 die begrotingsoverschotten realiseerden. Bovendien daalde onder die regeringen-Verhofstadt de overheidsschuld van 115% van het bbp in 1999 naar 87% in 2007. Die op het eerste gezicht fraaie cijfers bleken weinig meer te zijn dan schone schijn.

Paars kon vooral teren op de begrotingsinspanningen van zijn voorgangers. Die inspanningen leverden in 1999 een structureel primair begrotingsoverschot van 6% van het bbp op. Dat is het begrotingssaldo exclusief de rentelasten, de beste indicator van het eigenlijke begrotingsbeleid. Dankzij dat overschot daalde de overheidsschuld in de daaropvolgende jaren. Paars gebruikte die buffer in belangrijke mate om nieuwe initiatieven, vooral hogere sociale uitgaven, te financieren.

Over de vergrijzing wordt al meer dan 25 jaar gesproken, maar we zijn er nog altijd niet op voorbereid.

Als paars het primaire overschot had geconsolideerd op het niveau van 2000 en de regering de budgettaire marge na de klap van de financiële crisis geleidelijk opnieuw had opgebouwd, dan lag de overheidsschuld vandaag op 40% van het bbp in plaats van de effectieve 100%. Daarmee zouden we beter doen dan Duitsland en Nederland.

Alsof het opsouperen van de begrotingsbuffer nog niet erg genoeg was, maakte paars ook vlot gebruik van allerlei trucs om de begroting op te smukken, zoals de beruchte sale-and-lease-backoperaties.

Handboek

Het paarse begrotingswerk uit de periode 1999-2007 kan zo in een handboek over wat fout kan gaan met de overheidsfinanciën door op de korte termijn te veel op politiek gewin te focussen. Paars heeft daar geen exclusiviteit op. De meeste Belgische regeringen lieten zich er wel eens aan vangen. Denk maar aan de truc met de voorafbetalingen op de vennootschapsbelasting van de regering-Michel, of de ondoordachte besparingen op de overheidsinvesteringen in de jaren 80.

Al te vaak ligt de focus in het begrotingsdebat op het actuele cijfer van het begrotingssaldo, terwijl dat voor de financiering van onze welvaartsstaat op langere termijn weinig of niets uitmaakt. Dat laatste zou de absolute prioriteit van het begrotingsbeleid moeten zijn.

Het moet gaan over dat structureel primair begrotingssaldo. Na de afbouw van die buffer onder paars en de bijkomende tik door de crisis van 2008 ligt dat saldo vandaag op een gelijkaardig niveau als in 2009.

Dat impliceert dat de evaluatie van de begroting moet gaan over de echte beleidsbeslissingen van de overheid. Die evaluatie zou los moeten staan van factoren waar de overheid weinig of geen controle over heeft, zoals rente en economische conjunctuur, en van tijdelijke of eenmalige ingrepen.

Het moet dus gaan over dat structureel primair begrotingssaldo. Na de afbouw van die buffer onder paars en de bijkomende tik door de crisis van 2008 ligt dat saldo vandaag op een gelijkaardig niveau als in 2009. De voorbije tien jaar is op begrotingsvlak met andere woorden geen vooruitgang geboekt.

Nog belangrijker om door de begrotingsmist te kijken, is een focus op de langere termijn. De sale-and-lease-backoperaties hielpen ooit om tijdelijk de begrotingscijfers op te smukken. Vandaag betalen we daarvoor nog altijd de rekening. Nog veel meer betalen we de rekening voor het gebrek aan een echt langetermijnbeleid.

Window dressing

Een van de grote financiële uitdagingen voor onze welvaartsstaat is de vergrijzing. Paars zou die vooral opvangen met het Zilverfonds, maar ook dat bleek weinig meer dan window dressing. Over de vergrijzing wordt al meer dan 25 jaar gesproken, maar we zijn er nog altijd niet op voorbereid. Qua begrotingstekort en overheidsschuld hoort België in het rijtje van de Club Med-landen (Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal), op het vlak van voorbereiding op de vergrijzingskosten staan we er zelfs nog slechter voor.

Qua begrotingstekort en overheidsschuld hoort België in het rijtje van de Club Med-landen, op het vlak van voorbereiding op de vergrijzingskosten staan we er zelfs nog slechter voor.

Dat gebrek aan langetermijnvisie zien we ook in het pensioendebat. In Frankrijk zet de regering ondanks recordstakingen door met haar pensioenhervorming, al is het in een afgezwakte versie. In België gaan we even vroeg op pensioen, zijn de gemiddelde loopbanen korter en werken even weinig ouderen als in Frankrijk. Volgens ramingen van de Europese Commissie zullen onze overheidsuitgaven voor pensioenen tegen 2070 2,4% meer van het bbp uitmaken, zo’n 11 miljard in euro’s van vandaag. De Belgische pensioenuitgaven zullen dan ook fors hoger liggen dan de Franse.

Toch draait het pensioendebat bij ons vooral om hogere minimumpensioenen. En dat nog voor we de financiering van het bestaande pensioenstelsel geregeld hebben. Over 20 jaar vragen we ons wellicht af hoe het mogelijk is dat we extra pensioenbeloftes deden zonder de financiering van het hele pensioenstelsel op langere termijn te regelen. Net zoals we ons vandaag afvragen hoe die sale-and-lease-backoperaties 20 jaar geleden konden passeren. We moeten dringend werk maken van een ernstig begrotingsbeleid op langere termijn, maar dat komt in het huidige debat pijnlijk weinig aan bod.

Lees verder

Gesponsorde inhoud