opinie

Verlaag uittredingsvergoeding fors

Geef politici die na het verlaten van het parlement werkloos blijven 1.700 euro per maand. Als de politieke klasse het vertrouwen van de burger wil terug- winnen, is dat een goed alternatief voor de huidige uittredingsvergoedingen.

Jo Vandeurzen 428.000 euro, Pieter De Crem 390.000 euro en Eric Van Rompuy 477.000 euro. Ik misgun deze politici hun uittredingsvergoeding na het verlaten van het parlement niet. Tot nader order is het systeem wat het is. Ze hebben dus recht op die centen. Net zoals men het geen enkele werkloze kwalijk kan nemen dat die zijn vergoeding opneemt. Of dat werkgevers, zolang het kan, het SWT (het brugpensioen 2.0) blijven inroepen als ze hun bedrijf moeten herstructureren.

©RV-DOC

Wat ik de uittreders wel kwalijk neem, zijn de argumenten die ze aanwenden om de vergoeding op te nemen. Ze argumenteren dat ze geen toegang hebben tot werkloosheidsuitkeringen en een periode onafhankelijk moeten kunnen zijn om te ‘ontluizen’. En dat ze zich de afgelopen jaren hebben toegelegd op de politiek en dus geen terugvalpositie erbuiten hebben.

Voeling

De bottomline is dat deze (en andere) politici de uittredingsvergoeding zoals we die nu kennen logisch vinden. Er is dus geen reden tot hervorming. Men zegt wel eens dat professoren in hun ivoren toren wereldvreemde zaken bedenken. Wel, politici die zichzelf honderdduizenden euro’s blijven toekennen omdat ze het parlement verlaten, zijn mijns inziens nog wel een eindje verder weg.

Waarom moeten ze, nadat ze vrijwillig opstappen of niet herverkozen worden, een verzekerd inkomen genieten dat veel hoger ligt dan de hoogste werkloosheidsvergoeding? En waarom krijgen ze die vergoeding als ze meteen een andere baan vinden, wat alleszins het geval is voor staatssecretaris De Crem, die burgemeester van Aalter wordt?

Wie de uittredingsvergoedingen verdedigt en tegelijk de kloof tussen de politiek en de burgers niet snapt, is pas echt wereldvreemd

En hoe kunnen parlementsleden tegelijk langer werken bepleiten, maar zichzelf schijnbaar niet in staat achten om na het verlaten van het parlement nog op hetzelfde niveau aan de slag te gaan, terwijl ze nochtans een netwerk en de vermoede intellectuele capaciteiten hebben om een beetje vooruit te kunnen plannen?

Enerzijds toeteren dat men veel meer in de privé kan verdienen, anderzijds enkel die overstap maken als ze een royaal inkomen krijgen. De voeling met de bevolking lijkt in deze discussie weg.

Werkloosheidsverzekering

Het is onduidelijk of er een politieke meerderheid is om het systeem drastisch te hervormen. Indien wel, dan is dit mijn voorstel. Als een politicus weggaat, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel heeft hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en dus toegang tot een niet oninteressant pensioen. Dan is er geen nood aan een extra vergoeding.

Ofwel is de politicus nog niet pensioengerechtigd en zou ik hem toegang geven tot een werkloosheidsuitkering van 1.700 euro per maand, wat overeenkomt met de hoogste uitkering voor werkloze werknemers. Dat bedrag valt natuurlijk weg als een andere baan wordt gevonden. En het is onderhevig aan dezelfde degressiviteit als bij werknemers. Samen met de geleidelijke ontluizing zakt ook de uitkering.

Mijn hoop is dat de storm pas gaat liggen als een hervorming ten gronde wordt uitgewerkt

Wat als parlementsleden in de loop van hun termijn zelf ontslag nemen? Dan zou ik hen toch deze uitkering geven. Het niet krijgen van de uitkering mag geen reden zijn om te blijven zitten, zeker niet als de kans bestaat om een veelbelovende opvolger te lanceren.

Moeten vertrekkende parlementsleden dan geen extra opstapvergoeding krijgen, zoals een manager een vergoeding kan onderhandelen als hij buitengewerkt wordt? Of zoals vakbonden die vragen bij een collectief ontslag? Ik denk het niet. Een parlementaire termijn heeft een duidelijk begin- en eindpunt. Wie een parlementair mandaat hernieuwd ziet, kent automatisch een nieuw (potentieel) eindpunt.

De analogie met een contract van onbepaalde duur is onterecht. Van een echt ontslag, dat niet geanticipeerd kon worden, is nooit sprake. Vertrekkende parlementsleden bij eventuele werkloosheid een uitkering geven lijkt me verdedigbaar, maar daar nog een opstapvergoeding bovenop niet.

Imago

De kritiek op de uittredingsvergoedingen is niet nieuw. Ook gewezen minister Norbert De Batselier (sp.a) kreeg veel over zich heen toen hij met een royale opzeggingsvergoeding het parlement verliet richting de Nationale Bank. Mijn hoop is dat de storm pas gaat liggen als een hervorming ten gronde wordt uitgewerkt. Of dat de politieke klasse geen volgende storm nodig heeft om te beseffen dat de regeling zeer slecht is voor haar imago. Want degenen die dit systeem in stand houden en tegelijk het beperkte vertrouwen van de burger in de politiek niet kunnen begrijpen, zijn pas echt wereldvreemd.

Lees verder

Tijd Connect