opinie

Vlaamse jongeren op COP28: 'De industrie moet mee'

VN-jongerenvertegenwoordiger duurzame ontwikkeling

Simon Sterck (18) is student en woont als VN-jongerenvertegenwoordiger de klimaattop COP28 in Dubai bij. Samen met Benjamin Van Bunderen Robberechts (17) brengt hij hier verslag uit van hun ervaringen.

Drie minuten had premier Alexander De Croo om op het hoofdpodium van de COP28 voor België een klimaatstatement de wereld in te sturen. In de zaal wachtte ik met spanning af. Bij de vorige klimaattop in Egypte verspilde de premier zijn spreektijd nog aan een lange veroordeling van de jeugd en de activisten. 

Deze keer stak hij van wal met een erkenning van de klimaaturgentie en de druk iets te ondernemen. Die druk is er inderdaad, van burgers, wetenschap en rechtszaken. Meer dan 20.000 mensen trotseerden vorige zondag de sneeuw voor de klimaatmars in Brussel. Het internationale klimaatpanel IPCC blijft in rapporten aan de alarmbel trekken. En de klimaatzaak behaalde afgelopen week een overwinning in de rechtbank.

Daarnaast deelde de premier een boodschap van hoop. De mensheid is inderdaad tot veel in staat, maar laat het dan geen blinde of naïeve, wel actieve hoop zijn.

Het grootste deel van zijn speech wijdde de eerste minister aan de rol van de industrie in de klimaattransitie. Die rol mag niet onderschat worden. Als we de industrie niet mee hebben, lukt het ons niet de klimaatdoelstellingen te halen. Dan kunnen we de mensenrechten niet waarborgen en de toekomst van de huidige en de komende generaties niet veiligstellen. De industrie moet dus mee.

Geen blanco cheque

Daarom mag de financiële steun van de overheid aan de bedrijven om de duurzame ommezwaai te maken geen blanco cheque zijn. We hebben nood aan een nog beter beleid en aan strengere regelgeving in lijn met de European Green Deal en de klimaatwetenschap. Ook de bewuste consument, gewapend tegen greenwashing, beïnvloedt mee de vrije markt.

Raden van bestuur beslissen niet alleen over de economische winst van de komende jaren, maar ook over de winst voor de mensheid van de komende eeuwen.

Maar als puntje bij paaltje komt, wordt de vergroening van de industrie vooral aan vergadertafels beslist. Raden van bestuur beslissen niet alleen over de economische winst van de komende jaren, maar ook over de winst voor de mensheid van de komende eeuwen. Geïnformeerde werknemers en anticiperende CEO’s kunnen een klimaatcatastrofe mee voorkomen. 

Op een receptie van Belgische ondernemers die in Dubai werken, ging ik met enkele aanwezigen de discussie aan. ‘De klimaatambities zijn niet realistisch of noodzakelijk’, zei de ene. Een andere noemde Dubai het model van een futuristische stad. Iemand besloot dat ‘mensenrechten en klimaat helemaal niet met elkaar verbonden waren’. Gedreven probeerde ik hen te overtuigen. Een duurzame industrie is een noodzakelijk puzzelstukje van de oplossing. Daar tekenen we samen voor, elk vanuit onze rol, als we de moed hebben het verschil te maken. 

Gesponsorde inhoud