opinie

Vooral tolerante steden trekken talent aan

Steden kunnen niet zonder hun crea­tieve klasse. Echte economische groei wordt gedreven door creativiteit. Creativiteit vergt echter ook rijpheid en ­tolerantie. Het stedelijke beleid moet dat meer stimuleren.

Door André Duval, medeoprichter van het reclamebureau Duval Guillaume

Als je roept dat steden moeten inzetten op de creatieve klasse, neem je het risico als elitair versleten te worden. Niets is minder waar. Pleiten voor een creatieve economie is niet elitair. Het is gewoon een kwestie van gezond verstand.

De creatieve klasse vormt in Vlaanderen 30 tot 40 procent van de werkende bevolking. Het is een heel diverse groep, bestaande uit wetenschappers, technologen, kunstenaars..., maar ook en niet te vergeten het werkvolk in de media en de cultuursector.

Toch zijn de creatievelingen niet de grootste groep. Dat zijn de bedienden in wat historisch gezien de dienstensector heet. Die bedienden, van ambtenaren tot secretaressen, hebben vaak een job, in ziekenhuizen, de horeca of kantoren, die weinig vaardigheden vereist en hen opzadelt met lage lonen en routineus werk.

Tussen die bedienden en de eerder vermelde creatieven groeit een steeds grotere kloof qua verloning. Bovendien is een groot deel van die bediendejobs misschien in de toekomst niet meer nodig of toch niet in dezelfde mate. Daarover treuren heeft weinig zin.

Tolerantie in steden creëert de context waarin talent aangetrokken wordt en technologische innovatie kansen krijgt.

Die tegenstelling tussen lage lonen bij de klassieke dienstenklasse en de hogere lonen bij de groeiende creatieve klasse baart me zorgen. Gaat hier gebeuren wat eerst met de landbouwknechten en vervolgens met de klassieke arbeidersklasse gebeurde? Steeds verder gemarginaliseerd, met steeds slechtere lonen en steeds viezer bekeken door ouders met schoolgaande kinderen?

Als 17-jarige jobstudent werkte ik bij Ford Tractor in Antwerpen. Uit die ervaring weet ik dat arbeiders met gemeenschappelijke fysieke vaardigheden vroeger een heel eind ver kwamen. Daarnaast leerde elke groep zeer specifieke ambachtelijke kennis. Het waren beroepen om trots op te zijn of om voldoening uit te putten. Door de automatisering of robotisering viel die noodzaak van stielkennis en vakmanschap weg. De status daalde nog sneller dan de werkgelegenheid.

Bij de meer diverse creatieve klasse beschikt de werknemer (of ondernemer) alleen over de menselijke creativiteit. Het lijkt op een schaakspel. Ondanks weinig regeltjes is er een oneindig aantal mogelijke zetten. En juist dat is een oplossing. Terwijl bij bedienden of arbeiders de routine hun banen bedreigt, opent creativiteit ongekende wegen naar nieuwe successen.

Een vooruitziende overheid moet dus creativiteit stimuleren en waarderen. De strijd tegen de robotisering en de technologie op de arbeidsmarkt kan je toch niet winnen. Technologie stuwt de economie vooruit. Stilstaan is achteruitgaan.

Trendy

Wat dit betreft, trof de theorie van de 3 T’s van de Amerikaanse econoom Richard Florida me sterk. Florida onderzoekt stedelijke processen vanuit economisch oogpunt. Hij is vooral bekend als cultuureconoom en wees eerder op het belang van de bohemiens in bepaalde buurten. Zij maken door hun artistieke impulsen vervallen stadsdelen weer trendy. Zijn 3 T’s - technologie, talent en tolerantie - bepalen het succes van een stad of een streek.

Over technologie en talent kan ik kort zijn. Technologie wordt steeds beter en vervangt oudere technologie die niet meer voldoet. Talent is menselijk kapitaal, in principe een onuitputtelijke bron, in tegenstelling tot bijvoorbeeld geld of grondstoffen. De grijze cellen zijn spreekwoordelijk de enige grondstof in Vlaanderen.

De derde factor, tolerantie, vergt iets meer uitleg. Tolerantie creëert de context waarin talent aangetrokken wordt en technologische innovatie kansen krijgt. Het leverde Florida de lacherige reputatie op dat hij een gayindex per stad maakte omdat een van de vragen om de tolerantie van een stad te meten was hoe goed het er wonen was voor homoseksuelen.

Inclusie

De echte index van Florida is de global creativity index (GCI), die overigens sterk gerelateerd blijkt met het bruto binnenlands product (bbp). De 3 T’s bepalen de positie van een stad of regio qua GCI. Of zoals Florida zegt: ‘Tolerantie, sociale inclusie en openheid zijn heel belangrijk voor het succes van een gemeenschap of organisatie. Onderzoek bewijst telkens weer dat tolerante gemeenschappen meer kans maken om hoogwaardig menselijk kapitaal en technologische innovatie aan te trekken dan gemeenschappen die dat niet zijn.’

Tolerante gemeenschappen maken meer kans om hoogwaardig menselijk kapitaal en technologische innovatie aan te trekken dan gemeenschappen die dat niet zijn

Bij talent lijkt het vanzelfsprekend dat onderwijs en gelijke kansen een cruciale rol spelen. Onderwijs is de motor van economische groei en ontwikkeling. Maar er is meer. Grote groepen jongemannen horen hun hele leven lang geen enkele aanmoediging. Nochtans snakt iedereen daarnaar, volgens de Canadese klinisch psycholoog Jordan B. Peterson. Zijn visie is dat jongemannen de rug moeten rechten, hun zaken op orde stellen en volwassen worden.

Hoe stimuleert een stad zoiets? Door maatschappelijk werkers of de VDAB op hun dak te sturen, die hen nog maar eens wijzen op hun falen? Door achterhaalde cursussen naar een verdwijnende tewerkstelling op te leggen? Neen, de overheid moet hun creativiteit stimuleren. Catch them doing something good.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content