opinie

Waarom Bill Gates met zijn coronamoleculen naar Leuven trekt

Hoogleraar management UCD Dublin en gasthoogleraar geneesmiddelenontwikkeling KU Leuven

Het is een belangrijk signaal dat de Bill & Melinda Gates Foundation geneeskrachtige moleculen aan de KU Leuven laat testen op hun werkzaamheid tegen corona. Het bewijst dat een fundamentele verandering wordt gevraagd in ons denken over de ontdekking en ontwikkeling van geneesmiddelen.

Vanuit de VS worden 15.000 geneeskrachtige moleculen opgestuurd naar de KU Leuven. Ze worden allemaal getest op hun werkzaamheid tegen het coronavirus. De Bill & Melinda Gates Foundation, de liefdadigheidsstichting van Microsoft-oprichter Bill Gates, betaalt de studie. Tezelfdertijd rapporteerden onder meer Leuvense vorsers onderzoeksresultaten die aantonen dat de winstgevendheid van big pharma hoog is en dat de ontwikkelingskosten veel lager liggen dan de sector beweert. Beide gebeurtenissen staan niet los van elkaar.

©rv

Dat de winstgevendheid van big pharma hoog is, wordt altijd verklaard door het hoge risico dat de industrie neemt. Een studie van het MIT werpt een ander licht op de zaak. Ze stelt dat het risicoprofiel van big pharma vooral wordt gestuurd door de economische conjunctuur en niet door de pijplijn met potentiële geneesmiddelen. Vooral kleinere biotechbedrijven - vaak spin-offs van academisch onderzoek - dragen het ontwikkelingsrisico. Als de big pharma een spin-off koopt, is het innovatierisico al veel kleiner geworden.

Dat de hoge prijzen het gevolg zijn van de ontwikkelingskosten of de therapeutische waarde van het geneesmiddel klopt niet. Als we de door de industrie gehanteerde ontwikkelingskosten naast die van de prijsevolutie van kankergeneesmiddelen leggen voor de periode 1970-2015, dan blijken de eerste met ongeveer een tienvoud gestegen en de laatste met een honderdvoud. En dat geldt zowel voor de beste als voor de slechtste geneesmiddelen.

Wie zoekt naar kostenefficiëntie in de ontdekking en ontwikkeling van geneesmiddelen zal die niet vinden bij de big pharma.

Daarom stel ik me de vraag waarom een klinische studie met 15 patiënten - zoals die van Zolgensma, het geneesmiddel waarmee baby Pia werd behandeld - uitgevoerd wordt door een commerciële organisatie met 126.000 mensen op de loonlijst. Waarom kunnen die geneesmiddelen voor kleine groepen patiënten niet ontwikkeld worden door een academische faculteit of ziekenhuis, die veel doeltreffender én zuiniger omgaan met hun middelen?

Wie zoekt naar kostenefficiëntie in de ontdekking en ontwikkeling van geneesmiddelen zal die niet vinden bij de big pharma. Die hanteert duizenden procedures, torst een exorbitante indirecte kost, betaalt talloze peperdure managers en zoekt bij problemen toch de academische wereld op voor oplossingen.

Kostenefficiënte geneesmiddelenontwikkeling en de daaruit voortvloeiende prijzenbeheersing zullen slagen als de ontwikkeling van sommige geneesmiddelen en behandelingen terugkeert naar de plek waar ze ontdekt wordt: de academische wereld. Veel geneesmiddelen zullen in de toekomst als weesgeneesmiddel worden ontwikkeld, door de toenemende kennis van de biomedische en biomoleculaire wetenschappen.

Een van de manieren om tot een maatschappelijk aanvaardbare ontwikkeling en prijszetting van geneesmiddelen te komen, is met een nieuw bedrijfsmodel, dat van het 'weesbedrijf'. Weesbedrijven zijn tijdelijke micro-ondernemingen die geneesmiddelen ontwikkelen voor kleine groepen patiënten, en eigendom blijven van de universiteit. Ze worden bestuurd door het onderzoekscentrum met vertegenwoordigers van het academische ziekenhuis, de overheid en patiëntenorganisaties, en door ethici. Ze bestaan zolang het geneesmiddel of de behandeling op de markt blijft.

Een van de manieren om tot een maatschappelijk aanvaardbare ontwikkeling en prijszetting van geneesmiddelen te komen is met een nieuw bedrijfsmodel, dat van het 'weesbedrijf'.

De verschillende Europese overheden, de Europese Commissie, patiëntcrowdfunding, ethische investeerders en private stichtingen beheren een fonds dat toelaat om die weesbedrijven te ondersteunen en te belonen voor de impact die hun nieuwe behandelingen hebben. Wat het geneesmiddel oplevert aan kwaliteitsgecorrigeerde levensjaren kan economisch gekwantificeerd worden en als beloning terugvloeien naar de ontdekkers.

Ook de keuze van de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen wordt beter gestuurd door de overheid. Die moet beslissen in welke therapeutische gebieden ontwikkelingen kunnen en moeten gebeuren. Op die manier kan ze de kosten voor geneesmiddelen zelf sturen en beheersen.

De prijs die de samenleving dan betaalt zal de werkelijke kostprijs én de erkenning zijn voor de ontdekking en de ontwikkeling, ontdaan van de kosten voor marketing, lobbying en 'managerial' verspilling die in de huidige geneesmiddelenprijzen zitten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud