opinie

Wat als partijen aandelen waren?

Bart Maddens

De traditionele partijen, de verliezers van de verkiezingen van 26 mei, kun je vergelijken met gecrashte aandelen. Als je het verlies van CD&V en co. zoals dat bij aandelen bekijkt, krijg je een heel ander beeld.

Het verkiezingsresultaat van partijen kun je met beurskoersen vergelijken. De winst- of verliescijfers op de beurs worden wel anders berekend. De koers van de N-VA zakte op 26 mei van 32,4 naar 25,5 procent. Een verlies van 6,9 procentpunten, zegt men dan. Maar in beurstermen zou dat zijn: een verlies van 21,4 procent. Het N-VA-aandeel is meer dan een vijfde van zijn waarde verloren.

©Photo News

Als je winst- en verliescijfers relatief bekijkt, krijg je een heel ander beeld. De grootste verliezer was dan CD&V, die 23,5 procent moest inboeten. Het aandeel daalde bijna een kwart in waarde. De partij heeft nog maar twee keer in haar geschiedenis zoveel electorale ‘beurswaarde’ zien verdampen: in 2010 (-24,7% in vergelijking met 2009) en in 1981 (-26,4%).

Het berekenen van relatieve winst- en verliescijfers vertekent de realiteit evenzeer. In 1981 ging achter die -26,4 procent van de CVP een verlies van liefst 11,5 procentpunten schuil. Dat is meer dan een tiende van het totale Vlaamse electoraat. Vandaag komt het vergelijkbare relatieve verlies overeen met 4,4 procentpunten. Stel dat CD&V in 2024 opnieuw 25 procent moet inleveren, dan zou het nog amper gaan om 3,5 procentpunten.

Het analyseren van de verkiezingsuitslag is een voortzetting van de interne partijstrijd met andere middelen.

Het is een fenomeen dat beleggers goed kennen. Hoe meer een aandeel aan waarde verliest, hoe minder pijnlijk de donkerrode verliescijfers worden. Als het aandeel eenmaal is gecrasht en nauwelijks nog iets waard is, doet het er eigenlijk niet meer zoveel toe of het verder daalt met -25 of -50 procent. Dat interesseert enkel nog de speculanten in centjesaandelen. De gewone belegger heeft er zich al lang bij neergelegd dat zijn geld in rook is opgegaan.

Koersdoel

De traditionele partijen kun je het best vergelijken met gecrashte aandelen. Het groeipotentieel lijkt beperkt. Je kunt het best zo snel mogelijk verlies nemen en verkopen, zouden de beursanalisten aanraden. Dat is het grote verschil met de N-VA. Over dat aandeel zouden de analisten wellicht zeggen: die lage koers is een mooie gelegenheid om in te stappen, want de N-VA behoudt een koersdoel van 30 procent.

Het valt in elk geval op dat de N-VA niet ten prooi valt aan de klassieke nederlaagrituelen. Bij de traditionele partijen zie je die des te meer.

Het verklaart mee waarom de N-VA zo rustig blijft bij de nochtans zware verkiezingsnederlaag van 26 mei. Wie groot is, kan zich een electorale aderlating veroorloven. De N-VA blijft hoe dan ook dominant. Het verlies van -21,4 procent kun je gemakkelijk zien als een tijdelijke dip. Al zag men dat in 1981 net zo bij de CVP.

Het valt in elk geval op dat de N-VA niet ten prooi valt aan de klassieke nederlaagrituelen. Bij de traditionele partijen zie je die des te meer. Het scenario is altijd hetzelfde. In een eerste reactie sluit de partij de rangen. Maar onmiddellijk daarna begint het geruzie. Er verschijnen allerlei gefrustreerde oudgedienden op het toneel die perfect weten hoe de partij had kunnen winnen. En nee, de voorzitter valt echt niets te verwijten. Maar hij of zij moet wel zo snel mogelijk ophoepelen.

Analyses

En dan zijn er de ‘analyses’. We moeten eerst goed ‘analyseren’ wat er is gebeurd, luidt het steevast bij de verliezers. Gek eigenlijk hoe de winnaars nooit zulke ‘analyses’ nodig hebben en de stem van de kiezer altijd feilloos begrijpen. De verliezers hebben nood aan ‘analyses’ omdat ze de naakte waarheid niet onder ogen kunnen zien: dat de kiezers hen niet langer lusten.

Flashback naar een ver verleden: de Volksunie na de verkiezingsnederlaag van 1991. Marc Swyngedouw, Jaak Billiet en Ann Carton brengen in een wetenschappelijke studie de stemmenverschuivingen in kaart. De Volksunie verloor 13,5 procent van haar electoraat van 1987 aan het Vlaams Blok, meer dan aan welke andere partij ook. We moeten naar rechts opschuiven, luidt het op een partijvergadering. Maar ik hoor het Hugo Schiltz nog zeggen: ‘Niets van. We verloren 19,6 procent aan de drie traditionele partijen en Agalev samen, dat is méér dan aan het Vlaams Blok.’ Het resultaat? Nog tien jaar geruzie, alle analyses ten spijt. Tot de laatste het licht uitdeed op het Barrikadenplein.

Een nederlaag verscherpt de conflicten in de partij of brengt latente conflicten aan de oppervlakte. Zeker als de kiesdrempel wenkt.

Het analyseren van de verkiezingsuitslag is een voortzetting van de interne partijstrijd met andere middelen. Resultaten, peilingen, surveyonderzoek: ze leveren een duizelingwekkende hoeveelheid data op waaruit naar believen kan worden geput om het eigen gelijk te bewijzen.

Zo verscherpt een nederlaag de conflicten in de partij. Of ze brengt latente conflicten aan de oppervlakte. Zeker als de kiesdrempel begint te wenken. Op die manier ontstaat een neerwaartse dynamiek, waarbij de partij steeds verder wegzinkt en het aandeel waardeloos wordt.

Kan die neerwaartse spiraal ook worden omgedraaid? Zeker. Vraag het maar aan Tom Van Grieken. In 2014 werden de aandelen Vlaams Belang massaal gedumpt. Vandaag is dat hét steraandeel op de beurs. Wie na 2014, tegen alle adviezen in, Vlaams Belang-aandelen kocht, boekt nu een fenomenale winst: +219,9 procent.

Lees verder

Tijd Connect