opinie

Wat Rwanda zo bijzonder maakte

Staatsapparaat en ideologie volstaan niet om een genocide te laten plaatsvinden, maar zonder die twee ingrediënten was er van de Rwandese genocide van 25 jaar geleden geen sprake geweest.

Door Philip Verwimp, hoogleraar economie en ontwikkeling aan de ULB en auteur van ‘Peasants in Power, the political economy of development and genocide in Rwanda’ (2013)

In 1994 begon in Rwanda een genocide die het leven kostte aan minstens 500.000 mensen en voltrokken werd in minder dan 100 dagen. De cocktail van ingrediënten om een genocide uit te voeren is uitgebreid en complex. De factoren zijn onder meer economische neergang, burgeroorlog, haatpropaganda, politieke moorden, milities, ontheemden, internationale apathie en lafheid. Echter, die ingrediënten komen in meerdere of mindere mate ook elders voor, en daar monden ze niet uit niet in een slachtpartij van dergelijke omvang en snelheid. Wat maakte Rwanda dan zo bijzonder?

©rv

Rwanda was ook voor 1994 het dichtstbevolkte land van Afrika. Het heeft daarom meer gemeen met dichtbevolkte landen in Azië dan met vele zeer dunbevolkte landen in Afrika. In zeer dichtbevolkte landbouwmaatschappijen ontstaat een sterke regulering van het grondgebruik. De uitbouw van het staatsapparaat werkt langs twee kanten. Het vergemakkelijkt de publieke dienstverlening maar versterkt ook de controle van de staat op het leven van elke inwoner.

Gemeenschapsdienst

Dat was in het geval van Rwanda bijzonder duidelijk, met de verplichte wekelijkse gemeenschapsdienst (umuganda) voor elke volwassene, de organisatie van en controle op de koffieteelt, de verplichte registratie in de burgerlijke stand, de verplichte deelname aan grootschalige irrigatieprojecten, het uitgekiende belastingstelsel, de aanleg van wegen, georganiseerde settlements (paysannats) en modeldorpen in een rechtlijnig raster.

Habyarimana noemde zijn machtsovername een ‘morele revolutie’. Dit leidde tijdens zijn regime tot uitwassen tegen intellectuelen, stadsbewoners, prostituees, journalisten, tegen al wie zich volgens de president niet moreel gedroeg

Onder president Juvénal Habyarimana (1973-1994) werd die sterke aanwezigheid van het staatsapparaat gelegitimeerd door een ideologie die zich op het eerste zicht beriep op de culturele eigenheid van de Rwandezen. Zo legitimeerde de president het gebruik van umuganda als een eeuwenoude traditie waarbij elke Rwandees zich inzet voor de gemeenschap.

Die wekelijkse inzet werd genoteerd op het ‘carnet’ van elke burger door de nyabikumi (een soort buurtopzichter), die verantwoordelijk was voor 10 gezinnen en direct rapporteerde aan zijn hiërarchische overste, de verantwoordelijke van een ‘cel’. Die rapporteerde op zijn beurt aan de verantwoordelijke  van de ‘sector’, die op zijn beurt rapporteerde aan de burgemeester van een ‘commune’. Die laatste was niet verkozen maar rechtstreeks benoemd door de president.

Communisme

Het was een systeem dat enkel zijn gelijke kent in een aantal communistische landen. Iedere verantwoordelijke op elke trap van de administratieve piramide is ook het lokale hoofd van de enige toegelaten partij.

De boer, zo vertelde Habyarimana in zijn speeches, heeft een moreel karakter dat hij niet terugvindt bij de stadsbewoner

Na de wekelijkse umuganda moest elke volwassene deelnemen aan animatie-sessies waarin de lof van de president werd bezongen. Die ideologie stond van bij het begin van Habyarimana’s presidentschap volop in het teken van de arbeid, nog een vergelijkingspunt met het communisme. Alle waarde kwam volgens de president voort uit de arbeid en dat kon enkel door het land te bewerken. De boer, zo vertelde Habyarimana in zijn speeches, heeft een moreel karakter dat hij niet terugvindt bij de stadsbewoner.

Daarom noemde Habyarimana zijn machtsovername een ‘morele revolutie’. Dit leidde tijdens zijn regime tot uitwassen tegen intellectuelen, stadsbewoners, prostituees, journalisten, tegen al wie zich volgens de president niet moreel gedroeg. Wie niet wil werken is schadelijk voor de maatschappij, zegt hij in één van zijn eerste speeches als president in 1973.

Armoede

De gevolgen van deze visie? De boer, zo centraal in de retoriek van Habyarimana, mocht niet verhuizen naar de stad. Daardoor was Rwanda aan de vooravond van de genocide het minst verstedelijkte land ter wereld. De armoede was ruraal en dus veel minder zichtbaar, maar ze was enorm. Dat kan ook niet anders: het gemiddelde landbouwareaal per gezin was 0,7 hectare, met voor de meerderheid van de boerenfamilies minder dan 0,5 hectare. Daarvan kon een gezin niet leven. Een bijkomend inkomen door een job buiten de landbouw was levensnoodzakelijk. Maar Habyarimana wilde die realiteit niet onder ogen zien. Het paste niet in zijn ideologie van landarbeid en zelfredzaamheid.

De boer mocht niet verhuizen naar de stad. Daardoor was Rwanda aan de vooravond van de genocide het minst verstedelijkte land ter wereld. De armoede was ruraal en dus veel minder zichtbaar, maar ze was enorm

In 1987 verscheen een groots uitgegeven publicatie waarin de auteur op vraag van de Présidence een eerbetoon brengt aan de president naar aanleiding van 25 jaar Rwandese onafhankelijkheid. In het werk staat dat de president een Hutu van zuiver bloed is, zelf afkomstig van een eenvoudige familie, dat zijn leven op de boerderij hem gemaakt heeft tot wat hij is, en dat hij behoort tot het ras dat de bomen velt om het land te bewerken. De publicatie stelt ook dat de Hutu landbouwers waren en Rwanda bevolkten voor de Tutsi er kwamen, die laatsten veehouders afkomstig van Egypte.

Identiteit

De Hutu-revolutie wordt een boerenrevolutie genoemd. Dat toont aan dat de moraliteit en de verheerlijking van het eenvoudige boerenleven gelijk wordt gesteld met de Hutu-identiteit en het stedelijke, decadente leven met de Tutsi-identiteit. Achter een discours dat zich beroept op klasse (boer versus bourgeoisie) schuilt een etnisch-raciaal gedachtegoed (Hutu tegenover Tutsi). Dat onderscheid, met die dubbele bodem van klasse en etnie, werd ook bezongen in populaire songs zoals Bene Sebahinzi (‘vader van de landbouwers’), dat werd grijsgedraaid op Radio des Milles Collines en Wasezereye (‘je hebt afscheid genomen van feodaliteit en democratie verkregen’).

Het eenvoudige boerenleven wordt gelijkgesteld met de Hutu-identiteit en het stedelijke, decadente leven met de Tutsi-identiteit

De inval van het RPF (Rwandees Patriottisch Front) wordt niet gezien als een gewapende strijd tegen een autoritair regime, maar als een strijd tussen twee etnische groepen. Habyarimana en zijn entourage vertellen de Hutu-bevolking dat de Tutsi hun welvaart komen afnemen en dat ze dus als één man achter het regime moeten gaan staan. Tijdens een tiental lokale pogroms tegen Tutsi in de periode 1990-1993 werd aan Hutu gezegd dat het om een umuganda gaat, een daad van collectieve arbeid voor het welzijn van de natie. De oproep van de overheid gaf het geweld een legitiem karakter.

Uitroeien

Na het neerschieten van het vliegtuig met daarin president Habyarimana (waarover de Belgische ambassadeur Johan Swinnen terecht opheldering vraagt) wordt het staatsapparaat en de partij overgenomen door Théoneste Bagosora (militaire luik), Joseph Nzirorera (politieke luik) en Édouard Karemera (administratie). Zij zetten het hele ideologische palet in om de massa te overtuigen van de noodzaak om de Tutsi-buurman te vermoorden.

Het hele ideologische palet wordt ingezet om de massa te overtuigen van de noodzaak om de Tutsi-buurman te vermoorden. De ideologie is nu genocidair geworden.

De ideologie is nu genocidair geworden: ‘de Tutsi is een kakkerlak die moet uitgeroeid worden’, ‘de kinderen van de Tutsi moeten mee uitgeroeid worden zodat ze later niet kunnen terugkeren’, ‘we zijn talrijker en dus zullen we ze verpletteren’. En de overheid benut al haar instrumenten om Hutu aan te sporen mee te doen: ‘je krijgt pas een deel van het land en het vee als je eerst je werk doet’, ‘als je niet meedoet steken we je huis in brand’, ‘waarom ben je zo passief, heb je iets te verbergen?’.

Win-win

Het regime liet de individuele boer geloven dat het in zijn eigen belang was zijn Tutsi-buur te doden. En dat hij daarmee tegelijkertijd een weldaad stelde voor de natie. Een win-win dus, opgediend met de wortel en de stok.

Het idee om de genocide te laten uitvoeren door zoveel mogelijk mensen was tegelijk geniaal en monsterlijk

Het idee om de genocide te laten uitvoeren door zoveel mogelijk mensen was tegelijk geniaal en monsterlijk. Geniaal omdat ze beroep deed op de enige factor die in Rwanda in overvloed aanwezig is – arbeidskracht - en monsterlijk omdat ze de hele bevolking mee in bad trok.

Het direct beroep doen op de massa (rubanda nyamwinshi) voor de uitvoering van de genocide, onder het mom van zelfverdediging, maakt Rwanda bijzonder. De idee komt voort uit de wetenschap dat de arbeid van jonge mannen overvloedig aanwezig is en waarvan de machthebbers weten dat ze die via de staat en partij kunnen mobiliseren. Dat heeft Bagosora letterlijk opgeschreven in zijn agenda.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud