opinie

We doen veel te weinig om onderwijsongelijkheid te voorkomen

We moeten de onderwijsongelijkheid aanpakken, maar bovenal moeten we ze proberen te voorkomen. Dat vergt een heroriëntatie van middelen en vooral veel politieke moed.

Kreeg u ook buikpijn bij het zien van ‘Don’t look up’? In de kaskraker verwoest een komeet de aarde omdat de ernst van de inslag wordt ontkend, hoewel astronomen roepen om actie. De satire verfilmt een ongemakkelijke waarheid: voorkomen is vaak efficiënter dan herstellen, en toch kiezen we er niet voor. Succesvolle preventie is onzichtbaar: het verholpen probleem krijg je nooit te zien.

We zeggen wel dat je afkomst je toekomst niet mag bepalen, maar laten de hefbomen om dat te realiseren liggen.

Problemen voorkomen wordt bijgevolg weinig beloond, vaak wordt preventie verwaarloosd. Neem de gezondheidszorg: aan ziekte wordt verdiend, aan preventie niet. Hetzelfde zien we jammer genoeg in het onderwijs- en jeugdbeleid. Onderzoek bevestigt keer op keer het belang van de eerste twaalf levensjaren, maar ze blijven budgettair en politiek het kneusje. We zeggen wel dat je afkomst je toekomst niet mag bepalen, maar laten de hefbomen om dat te realiseren liggen. Zo kan het niet verder.

De essentie

  • De auteurs: Sofie Foets is de oprichtster van TADA (ToekomstAtelierdeLavenir) en Simon Ghiotto is fellow bij de denktank Itinera.
  • De kwestie: Er is een grote onderwijsongelijkheid in ons land.
  • Het voorstel: We moeten die ongelijkheid aanpakken, maar bovenal moeten we ze proberen te voorkomen. Dat vergt een heroriëntatie van middelen en vooral veel politieke moed.

Tussen de maatschappelijke uitdagingen die politieke aandacht vragen is de grote onderwijsongelijkheid in ons land een onzichtbaar probleem dat vaak het onderspit delft. We klagen over de teloorgang in de PISA-resultaten (een internationale vergelijking van schoolse vaardigheden, red.). We betreuren dat we de sterkste correlatie tussen de sociaal-economische status en schoolprestaties van alle OESO-landen hebben. Maar de overheid biedt amper extra middelen voor kwetsbare jeugd en richt het onderwijsbudget disproportioneel op het secundair en hoger onderwijs.

Taalkloof

De overheid pakt graag uit met grootse plannen om vroegtijdige schoolverlaters weer te laten aanhaken, maar maakte te laat werk van het voorspelde dramatische personeelstekort in de kinderopvang en scholen. De aandacht voor basisgeletterdheid in het secundair en lager onderwijs neemt toe, maar al op driejarige leeftijd is er een stevige taalkloof: een kansrijk kind kent gemiddeld 1.200 woorden, een kind in kansarmoede slechts 400.

Onze meest kwetsbare buurten en onze meest kwetsbare jongeren zijn het kind van de rekening. Nochtans zit in preventief investeren in socio-economisch kwetsbare kinderen veel winst voor iedereen: je kan toekomstige problemen zoals delinquentie, langdurige werkloosheid en armoede in de kiem helpen te smoren.

België telt disproportioneel veel zittenblijvers in het secundair onderwijs, wat ons jaarlijks 9.335 euro per kind kost. Investeer vooraf in plaats van achteraf te moeten remediëren.

Er is onderzoek in overvloed dat aantoont dat het grootste verschil wordt gemaakt bij preventie, in de jonge kinderjaren. De Nobelprijswinnaar James Heckman is bekend om zijn onderzoek naar het belang van een vroege interventie. Zijn werk in drie woorden samengevat? Skills beget skills: je hebt vaardigheden nodig om vaardigheden te leren. Bouwen aan een kansrijke toekomst begint bij een stevige fundering.

Muren slopen

Een beleid gericht op de jonge(re) leeftijd is hard nodig. We moeten problemen vroeg opsporen en aanpakken, maar vooral voorkomen. Dat vereist maatregelen over leeftijdsgroepen, beleidsdomeinen en bestuursniveaus heen, met de ondersteuning van de kwetsbaarsten als prioriteit. Het zal veel politieke moed en middelen vergen, maar dat geld geven we in feite al uit. Wij pleiten voor een heroriëntatie: investeer vooraf in plaats van achteraf te moeten remediëren.

België telt disproportioneel veel zittenblijvers in het secundair onderwijs, wat ons jaarlijks 9.335 euro per kind kost. Bijna één jongere op de tien verlaat het secundair onderwijs zonder diploma, voor Brusselse ketjes van niet-EU-origine in kansarmoede loopt dat volgens bepaalde studies zelfs op tot bijna een op de twee.

Vroegtijdige schoolverlaters worden helaas vaak NEET: jongeren tussen 15 en 29 ‘Not in Education, Employment or Training’. Zo’n NEET kost volgens sommige schattingen de samenleving per kop zo’n 1 miljoen euro in een mensenleven. Middelen ter preventie van schooluitval, zittenblijven en NEET's zijn schaars. Vaker verkiest de overheid zichtbare maatregelen zoals begeleiding, als het kwaad al is geschied.

België spendeert bovengemiddeld aan onderwijs, maar niet altijd op de beste manier of op het optimale moment in de levensloop. En enkele van de beste maatregelen ter ontwikkeling van onze (kwetsbare) jeugd bevinden zich zelfs daarbuiten. Denk aan kwalitatieve en toegankelijke kinderopvang.

Laten we ook de muren tussen beleidsdomeinen en bestuursniveaus - waar mogelijk - slopen. Onze jongeren verdienen een beleidsoverkoepelende aanpak gericht op het langetermijnresultaat. Een overdreven versnippering tussen beleidsdomeinen of bestuursniveaus komt hun ontplooiing vaak niet ten goede, want het verhindert resultaatgericht werken.

Wie zaait, die oogst vaak (té) graag. Weinig politici zetten in op preventie, want de opvolgers genieten van de resultaten en dat is electoraal niet zo interessant. Inspanningen en resultaten zichtbaarder maken - onder meer via innovatieve financieringsmodellen zoals Social Impact Bonds - kan deels soelaas brengen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud