opinie

We verbranden geld voor de toekomst in industrieën van het verleden

Oprichter en CEO van het klimaatadviesbureau Futureproofed

Iedere Belg betaalt jaarlijks 600 euro subsidies voor fossiele brandstoffen, een Europees record. Extra pijnlijk is dat we dat geld nodig hebben om over te schakelen naar een CO2-vrije economie, met hernieuwbare energie, groene jobs en een betere levenskwaliteit.

De sense of urgency is intussen wel duidelijk: als de emissies uit fossiele brandstoffen blijven stijgen, worden alle kuststeden onbewoonbaar, storten natuurlijke ecosystemen in en worden de (sub)tropen gevaarlijk heet, met oorlogen om voedsel en water, en miljoenen klimaatvluchtelingen als onvermijdelijk gevolg. 

©Frank Toussaint

De Europese Green Deal wordt voorgesteld als het man-op-de-maanmoment van Europa. Een historische kans om de toekomst radicaal te veranderen. Maar cijfers van Investigate Europe tonen een pijnlijk spagaat. Terwijl de Europese leiders oproepen tot wereldwijde klimaatactie, blijven hun regeringen in eigen land astronomische bedragen uitgeven aan subsidies voor fossiele brandstoffen. Meer dan 137 miljard euro per jaar. Ter vergelijking: de bazooka van de Green Deal bedraagt 100 miljard per jaar. Dat is dweilen met de geldkraan open.

In absolute cijfers staat Duitsland bovenaan de lijst met 37 miljard euro per jaar. België zit aan 6,9 miljard euro per jaar. Per burger is België met meer dan 600 euro Europees kampioen. 

Lobby's

Alle Europese lidstaten houden met fiscale regelingen en belastingvoordelen hun fossiele sector in stand. Waar gaat het over? Belastingvrijstellingen voor de auto-, scheepvaart- en luchtvaartindustrie, subsidies voor energie-intensieve staal- en cementproducenten en agrobusinessbedrijven en een capaciteitsmechanisme waarmee nationale overheden miljarden aan kolen- en gascentrales geven, zelfs als ze geen energie produceren.

De enige economische relance die naam waardig is er een naar een CO2-vrije, circulaire economie.

Achter elk belastingvoordeel zitten machtige lobby's die de status quo willen handhaven. Polen blijft geld pompen in de steenkolenmijnen. In Italië lopen de belastingvoordelen voor het gebruik van diesel op tot meer dan 5 miljard euro. En de Griekse overheid betaalt de fossiele sector om scheepsladingen vol olie en diesel van het vasteland naar de toeristische eilanden te brengen zodat daar voldoende stroom is.

In eigen land gaat het om de verlaagde accijns op stookolie (546 miljoen per jaar), de gunstige fiscale behandeling van bedrijfswagens (3,7 miljard), subsidies voor het huishoudelijk gebruik van fossiele brandstoffen (1,2 miljard), belastingverlagingen voor diesel en benzine (359 miljoen) en de belastingvrijstelling voor kerosine voor de luchtvaart (210 miljoen). 

Dat zijn kosten op het sterfhuis. Want als we binnenkort geen fossiele brandstoffen meer kunnen ontginnen, zijn ze ook niet veel meer waard. Het verschil tussen de waardering en de reële waarde van activa (vastgoed, bedrijven, fossiele-energiereserves) leidt tot een zeepbel die springt zodra de winst van de fossiele industrie niet meer betrouwbaar is. Investeringsfondsen als BlackRock en oliebedrijven als BP en Shell anticiperen erop dat een groot deel van de olievoorraden in de grond blijft zitten.  

Harakiri

Blind blijven investeren in fossiele brandstoffen is economische harakiri. Want pijpleidingen, raffinaderijen, boorplatformen of gasdistributienetwerken kunnen van de ene op de andere dag niets meer waard zijn. Het kapitaal dat daarbij wordt vernietigd, zou heel nuttig zijn om de energietransitie te financieren. Dat net dat vernietigd kapitaal deels bestaat uit belastinggeld, maakt het dubbel zo zuur.

Bedrijven en investeerders hebben het stilaan begrepen. Wie de boot mist, riskeert economische kansen te missen en achter te blijven met waardeloze activa.

Hoe het anders kan? De middelen die nationale overheden in de bodemloze put van fossiele brandstoffen gooien, moeten we heroriënteren naar energiebesparing, hernieuwbare energie en jobs. Het resultaat: een economisch gezonder model waarin we kosten besparen, groene jobs creëren en meer levenskwaliteit aan de burgers geven (denk aan luchtverontreiniging of woningen waarin het ongezond wonen is). En, wat meer is, een model dat past in de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs. 

De enige economische relance die naam waardig is er een die de omslag maakt naar een CO2-vrije, circulaire economie. Bedrijven en investeerders hebben dat stilaan begrepen. Wie de boot mist, riskeert economische kansen te missen en achter te blijven met waardeloze activa. Een beetje zoals het bedrijf Kodak, dat niet geloofde in de digitale fotografie (nota bene zijn eigen uitvinding). Laten we niet dezelfde fout maken met belastinggeld.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud