opinie

Wereldleiders draaien klok terug voor wereldwijde vrijhandel

Als de twee grootste economieën ter wereld een handelsoorlog beginnen, zal dat gevolgen hebben voor de wereldeconomie. En voor de inflatie.

Joe Biden noch Donald Trump noch Xi Jinping heeft allicht de theorie van de comparatieve voordelen van vrijhandel gelezen, zoals David Ricardo die aan het begin van de 19de eeuw verkondigde. Wie zoals ik economie heeft gestudeerd, kent de handelstheorie dat landen producten of diensten importeren waarin ze door een gebrek aan efficiëntie een concurrentienadeel hebben, en producten of diensten exporteren waarin ze een concurrentievoordeel hebben. Het voorbeeld van Portugal dat portwijn exporteert naar het Verenigd Koninkrijk en er lakens en stoffen uit importeert, zit in mijn geheugen gegrift. Uiteindelijk zijn beide landen beter af.

  • De auteur
    Frank Vranken is hoofdstrateeg van de private bank Edmond de Rothschild Europe.
  • De kwestie
    Om de eigen belangen te beschermen keren landen als de VS zich meer naar binnen.
  • De conclusie
    Een handelsoorlog is niet alleen slecht voor de inflatie en staat mogelijk een soepel monetair beleid in de weg, maar raakt ook de koopkracht. Beleggers schuwen daarom maar beter conglomeraten die blootstaan aan handel.
Advertentie
Advertentie

Om de eigen belangen te beschermen keren landen zich tegenwoordig evenwel meer naar binnen. Beschuldigingen van oneerlijke concurrentie zijn er in overvloed, maar zo goed als geen land wendt zich nog tot de Wereldhandelsorganisatie voor het oplossen van handelsgeschillen.

Omdat 2024 een belangrijk verkiezingsjaar is, zijn populisme en protectionistische maatregelen schering en inslag. De Amerikaanse presidentsverkiezingen zetten president Joe Biden ertoe aan zijn tegenstander Donald Trump nog te overtroeven met hoge importtarieven. Biden kan weleens de geschiedenis ingaan als de meest protectionistische Amerikaanse president. Hij verhoogt niet alleen de invoerrechten, ook de subsidies die buitenlandse alternatieven benadelen lopen in de honderden miljarden dollars.

Biden verhoogde de inzet onlangs nog door de importheffingen op Chinese elektrische auto’s te verviervoudigen tot boven 100 procent. Op staal en medische producten, net als elektrische batterijen, kranen, halfgeleiderchips of zonnecellen lopen de heffingen op tot 25 of 50 procent. Nog niet zo lang geleden liet Trump een algemeen importtarief van 60 procent op Chinese goederen. Biden lijkt hem te hebben overboden. Tenminste wat elektrische auto’s betreft, al moet worden gezegd dat het maar om een toename van 8 procent van het totale importvolume gaat: China heeft nooit veel elektrische auto’s naar de VS kunnen exporteren.

Toch kan Peking nu zinnen op vergelding en ook een handelsoorlog beginnen met de VS, zelfs als het daar weinig bij te winnen heeft. Bedrijven met grote belangen in China zoals Apple of Tesla kunnen daarvan het slachtoffer worden. Dat kan verklaren waarom Elon Musk, de CEO van Tesla, onlangs China heeft bezocht en een deal heeft gesloten waardoor hij zijn Full Self-Driving-technologie (FSD) in het land kan inzetten, waarmee hij zijn ambities voor autonome voertuigen van Tesla kracht bijzet. If you can’t beat them, join them.

Inflatie

Hoe dan ook, als de twee grootste economieën ter wereld een handelsoorlog beginnen, zal dat gevolgen hebben voor de wereldeconomie. En voor de inflatie. De goederen waarvoor Biden de tarieven verhoogde, hebben een verwaarloosbaar effect op de consumentenprijsindex. Maar als een breed scala aan goederen en diensten onder vuur komt te liggen, kan de inflatie alleen maar stijgen. De hogere tarieven worden meegerekend in het prijzenmandje. En als de producten worden vervangen door duurdere alternatieven uit eigen land, is de consument ook slechter af. Een handelsoorlog is dus slecht voor de inflatie, staat zo mogelijk een soepel monetair beleid in de weg en raakt de koopkracht.

Een handelsoorlog is slecht voor de inflatie, staat zo mogelijk een soepel monetair beleid in de weg, en raakt de koopkracht.

Dat de VS de deur sluiten, heeft nog andere gevolgen. Als China niet langer naar de VS kan exporteren, zal het zijn producten elders proberen te slijten. In Europa bijvoorbeeld. Toen EU-Commissievoorzitster Ursula von der Leyen de Chinese president Xi Jinping er onlangs van beschuldigde zijn overcapaciteit in Europa te dumpen wees hij dat van de hand. Maar met zijn tussenstop in Hongarije tijdens zijn bezoek aan Europa verzekerde China zich wel van een toegangspoort tot de Europese interne markt. Kan de Europese Commissie werkeloos toezien terwijl de VS hun markt beschermen? Of stapt ze mee in de tarievenwedloop, wat een directe Chinese reactie zal uitlokken?

Zonder dat alles zou ik het eens zijn met een recente stelling van zowel het IMF als de OESO dat de wereldhandel dit jaar toeneemt. Beleggers houden de ontwikkelingen maar beter goed in de gaten en richten hun beleggingen wijselijk op binnenlandse aandelen, in plaats van op conglomeraten die blootstaan aan handel. Meer zelfvoorzienende economieën, die minder afhankelijk zijn van export, hebben uiteraard minder te vrezen. Dat maakt Europese aandelen helaas niet de eerste keuze.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.