opinie

Werklozen meer prikkelen is wel verstandig

Stijn Baert

Genereuze uitkeringen verlengen de duur van de werkloosheid. Daarom is het goed dat de werkloosheidsuitkeringen straks sneller dalen. Al is meer nodig om meer mensen aan het werk te krijgen.

Op gespannen voet met de wetenschappelijke literatuur. Hardvochtig. Gevaar op meer armoede. Het zijn de belangrijkste drie kritieken die ik las op de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen waarover de regering-Michel het eind juli eens werd. Ter herinnering: wie werkloos wordt, zal in de toekomst eerst een hogere uitkering krijgen dan nu, maar ze daalt sneller.

Ik heb de kritieken op die hervorming even laten overwaaien, op mijn ligstoel in Gran Canaria ging dat best gemakkelijk. Maar vandaag, dag op dag een maand nadat ik in De Tijd meer degressiviteit in de uitkeringen in de markt heb gezet als ideaal compromis voor de arbeidsdeal, wil ik toch de puntjes op de i zetten.

©RV-DOC

Bestaan er theoretische redeneringen pro constante, hoge uitkeringen? Zeker. Maar ze zijn een verkeerd vertrekpunt voor beleidsaanbevelingen. Eerder dan zich door theoretische - of ideologische - beschouwingen te laten leiden moet beleid geënt te zijn op wat analyses van cijfermateriaal ons leren.

Bestaat er dan geen cijfermateriaal dat suggereert dat hoge uitkeringen niets te maken hebben met lange werkloosheid? Toch wel. Zowat elke mening is te schragen met minstens één cijfer of één studie. Maar als academicus is het mijn rol aanbevelingen doen op basis van een synthese van alle relevante studies.

Als het over de samenhang tussen uitkeringen en werkloosheidsduur gaat, is de synthese vrij duidelijk: genereuze uitkeringen gaan hand in hand met een langere werkloosheid. Dat is niet alleen mijn samenvatting, maar ook de bevinding van de Amerikaanse topeconoom Robert Moffitt.

Voorts toont steeds meer onderzoek aan dat werklozen het best zo snel mogelijk worden ‘geprikkeld’ om, door een groter (financieel) verschil tussen hun uitkering en een loon, actief een baan te zoeken en een ruimere poule van vacatures te overwegen.

Goedkopere kinderopvang

Velen vonden het wat makkelijk, pleiten voor een versterkte activering van werklozen vanuit mijn comfortabele positie als professor. Ik begrijp hun kritiek. Maar met mijn pleidooien heb ik geen enkele werkzoekende persoonlijk met de vinger willen wijzen. Het systeem is wat het is en mensen hebben absoluut het recht er gebruik van te maken. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat de meeste werklozen echt wel aan de slag willen. Maar dan moet het uiteraard wel lonen. Werken moet, altijd en meer dan nu, meer opleveren dan niet werken.

De meeste werklozen willen echt wel aan de slag. Maar dan moet het uiteraard lonen.

De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen dient dan ook slechts één doel: meer mensen aan het werk krijgen, en dat op een duurzame manier. Daarom moeten de uitkeringen in de eerste maanden hoog genoeg zijn. Het is niet de bedoeling dat werklozen om het even welke baan aannemen.

Begrijp me niet verkeerd. Om de werkzaamheidsgraad eindelijk op een ernstig niveau krijgen, is meer nodig dan de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen. Er is ook nood aan onder meer betere en goedkopere kinderopvang, en aan een actieve detectie van aanwervingsdiscriminatie. Maar ook passieve systemen zoals de werkloosheidsuitkeringen en het Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) herdenken is dus nodig.

Sterk wapen

Het scherpstellen van het doel om meer mensen aan het werk te krijgen is meteen ook mijn belangrijkste reactie op de laatste kritiek: dat het sneller laten afnemen van de werkloosheidsuitkeringen tot meer armoede leidt. Toegegeven, het hebben van een baan sluit het verzeilen in armoede niet honderd procent uit, maar het is wel een heel sterk wapen. Als we mensen kunnen activeren voor ze langdurig werkloos worden, boeken we dus ook in de armoedebestrijding heel wat winst.

Bovendien wordt de verhoogde degressiviteit zo toegepast dat ze budgetneutraal is. De lagere uitkeringen voor langdurige werklozen worden gecompenseerd door hogere uitkeringen in de eerste maanden.

In mijn voorstel aan de minister suggereerde ik ook een nieuwe ondergrens, gelijk aan het leefloon verhoogd met een substantieel percentage. Het is onduidelijk of ook daarover een politiek akkoord bestaat, maar desgevallend dient men armoedekritieken eerder te relateren aan de hoogte van het leefloon dan aan de hoogte van de werkloosheidsuitkeringen.

Ten slotte nog dit. Ik heb me altijd een koele minnaar getoond van een stopzetting - in plaats van een daling van de werkloosheidsuitkeringen na pakweg twee jaar. België is nu al een koploper in het aantal inactieven, mensen die geen baan hebben maar er in tegenstelling tot werklozen ook geen zoeken. Door de werkloosheid in de tijd te beperken zou die laatste groep alleen groter worden.

Tegenstanders van meer degressiviteit moeten beseffen dat het Zomerakkoord zonder de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen wel eens de hakbijl van een beperking in de tijd had kunnen bevatten. Dan pas hadden ze reden gehad om te klagen over hardvochtigheid en een gevaar op meer armoede.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content