opinie

Wet-Renault is 20, troosteloze site Vilvoorde ook

De sluiting van Renault Vilvoorde in 1997 was de aanleiding voor de wet-Renault over de rechten van werknemers bij een herstructurering. De wet is aan herstructurering toe. Maar het debat zou vooral moeten gaan over de aanpak van een herstructurering en waarom sites zo lang leeg of amper bezet achterblijven.

Door Paul Soete, consultant industrial relations en voormalige CEO van de technologiefederatie Agoria

Een sluiting en een herstructurering zijn totaal verschillend. Een sluiting is een begrafenis, het einde van een activiteit, ook het einde van een werkgemeenschap. De wettelijke omkadering, de begeleiding en de actoren zouden moeten verschillen van die van een herstructurering. Die heeft meer weg van een chirurgische ingreep, ook als dat een amputatie kan zijn. Lijkbidders en chirurgen behoren tot verschillende beroepsgroepen.

Vooral voor herstructureringen is de wet-Renault contraproductief. Te veel energie kruipt in het respecteren van de formaliteiten.

Vakbonden hebben de neiging beide situaties over dezelfde kam te scheren. Het gaat immers telkens om jobverlies. Pijnlijk voor elke betrokkene, maar dat geldt ook voor individueel ontslag. Misschien is dat zelfs pijnlijker, want het motief is gepersonaliseerd. De betrokkene kan er een schuldgevoel aan overhouden. Bij een collectieve afdanking is dat meestal uitgesloten.

Zware herstructureringen gaan altijd gepaard met politieke reacties en tussenkomsten. In het beste geval blijft het bij intenties en voorstellen van reglementering. Bij elke zware herstructurering worden wetsvoorstellen gelanceerd, gaande van onteigening tot de verplichte terugbetaling van subsidies, via systemen van alarmbellen en tussenkomsten van experten. In het slechtste geval leiden herstructureringen tot geïmproviseerde reglementering. In alle gevallen steunen voorstellen op emotie en een gebrek aan realiteitszin.

©Dieter Telemans

De wet-Renault is daar een perfect voorbeeld van, ook al werd ze voorafgegaan door heel wat overleg tussen de sociale partners. Haar belangrijkste effect is het ‘juridiseren’ van sluitingen en herstructureringen. Het begeleiden van deze operaties werd van het bedrijfsterrein weggehaald en verplaatst naar advocaten en rechtbanken. De focus is het respect van de wet. Want anders dreigen er juridische sancties. De sociale problematiek, de mogelijke sociale onlust en het lot van de blijvende werknemers zijn niet prioritair, wel dat alles volgens het boekje verloopt.

Hypocriete bedoening

Wat niet betekent dat er geen positieve aspecten zijn aan de wet, zoals de informatieplicht tegenover het personeel. Maar wat is dat voor hypocriete bedoening, doordat de intentie om ontslagen door te voeren, op straffe van sanctie, voorbehouden is voor de ondernemingsraad. Ook hoe sommige advocatenkantoren de wet zo voorzichtig mogelijk interpreteren is tergend. Daardoor krijgt de aankondiging, voorafgegaan door een absolute zwijgplicht, dikwijls een nog brutaler karakter.

Nog nooit is een aankondiging van een intentie tot sluiting van de werkplek van honderden of duizenden werknemers niet uitgevoerd. Op het doodvonnis volgt nooit gratieverlening. Dat ligt anders bij herstructureringen. Daar wordt over de aantallen regelmatig gas teruggenomen.

Volgens de OESO heeft België de meest rigide reglementering voor collectief ontslag. Maar ze leidt niet tot minder herstructureringen of sluitingen.

Vooral voor herstructureringen is de wet-Renault contraproductief. Te veel energie kruipt in het respecteren van de formaliteiten. De eerste fase (informatie en consultatie) wordt veelal overbodig lang gerekt, en het vermindert de kansen van de betrokkenen, omdat die tijd nooit besteed wordt om hun toekomst voor te bereiden. Het komt neer op een uitputtingsslag, met ellenlange vragenlijsten. In het beste geval gloort een bevrijdende zak geld aan de horizon. Pas veel later komt de outplacementbegeleiding.

De te lange en rekbare duur van de eerste fase en de te lange duur van het hele proces (gemiddeld drie maanden, soms een jaar) is een knelpunt, en een aanpassing dringt zich op. Een rechter in kortgeding een bepaalde beslissingsmacht geven lijkt geen slecht idee.

Slechte reclame

Vergeet ook niet dat de wet-Renault een extra laag heeft gelegd op een bestaand arsenaal wetten, KB’s en cao’s voor collectief ontslag, sluiting en herstructurering. Zonder dat de globale architectuur in het oog werd gehouden. Dat hele arsenaal is verouderd. Het dateert nog uit de tijd van korte opzegtermijnen en van een zwakke arbeidsmarkt. De reïntegratie op de arbeidsmarkt komt amper aan bod. Dat is toch het minste dat men zou kunnen rechttrekken.

Volgens de OESO, de club van rijke landen, heeft ons land internationaal met de wet-Renault de meest rigide reglementering voor collectief ontslag. Maar ze leidt niet tot minder herstructureringen of sluitingen, of meer succesvolle transformaties. Het is eerder slechte reclame voor het aantrekken van nieuwe investeringen.

Het arsenaal wetten, KB's en cao's dateert nog uit de tijd van korte opzegtermijnen en van een zwakke arbeidsmarkt. De reïntegratie op de arbeidsmarkt komt amper aan bod. Dat is toch het minste dat men zou kunnen rechttrekken

De vraag blijft waarom ons land een uitverkoren doelwit is voor herstructureringen en zeker voor sluitingen. Waarom valt de keuze op de vestigingen van Renault in Vilvoorde, Opel in Antwerpen, Ford in Genk, Caterpillar in Gosselies, en niet op een vestiging in het buitenland? Waarom kan er net over de grens met Nederland in Born wel nieuwe autoassemblage worden opgestart?

En waarom blijven de sites na herstructurering zo lang troosteloos leeg of amper bezet? Daarover zou het debat moeten gaan, in plaats van het huidig gerommel in de marge van een reeds te complexe reglementering. Om nog wat meer juridische zekerheid af te kopen met sociale en economische onzekerheid.

Lees verder

Gesponsorde inhoud