opinie

Wetenschappelijke vakliteratuur heeft een faire prijs

Initiatieven voor Open Access, of het gratis beschikbaar stellen van publicaties na een eenmalige betaling door de onderzoeksinstellingen, gaan te vaak voorbij aan de knowhow en inspanningen van de lokale academische uitgevers, die een belangrijke rol spelen in de productie en verspreiding van wetenschappelijke bevindingen.

Door Kristof Thijssens, directeur van GEWU (Groep Educatieve en Wetenschappelijke Uitgevers). GEWU vertegenwoordigt de educatieve en wetenschappelijke uitgevers van boeken en tijdschriften die actief zijn in Vlaanderen  

Via Open Access (OA) publiceren kent vele voorstanders. Het argument daarbij luidt vaak dat uitgeverijen zonder dat systeem ‘het geld binnenrijven’ dat door de burger is betaald via belastingen.

Belgische uitgevers laten vandaag al op grote schaal toe dat onderzoekers hun manuscript - en onder bepaalde voorwaarden zelfs de gepubliceerde versie van hun artikel - delen met collega’s, via een digitale omgeving van de universiteiten zelf of via bepaalde OA-portalen. Na een redelijk bepaalde embargoperiode worden die uitgaves opengesteld voor het ruimere publiek, zodat de uitgever een eerlijke return kan realiseren. Die zogenaamde Green Open Access is wijdverspreid en vormt een redelijk compromis tussen de wensen van auteurs en de investeringen die professionele uitgeverijen doen. 

Als we het argument aanvaarden dat het subsidiëren van onderzoek ook het recht op vrije toegang voor het grote publiek impliceert, dan kunnen we binnenkort met zijn allen ook gratis naar de opera

In september 2018 werd dit principe voor wetenschappelijke artikels als ‘recht van de onderzoeker’ echter federaal verankerd via een Programmawet. In deze wet wordt de embargotermijn gezet op 12 maanden (voor artikels in de humane en sociale wetenschappen) of 6 maanden (voor alle andere wetenschappen). Die termijnen maken de investering in vele publicaties door wetenschappelijke uitgeverijen niet meer te verantwoorden.

Werkingskosten

Voorstanders van Open Access noemen het principe de toekomst: het maakt komaf met te hoge abonnementskosten, en het geeft burgers het recht van toegang tot het werk. Beide argumenten verdienen toch nuance. De zogenaamde Open Access Gold wordt al toegepast voor een aantal publicaties, maar daarvoor moeten ook aanzienlijke budgetten vrijgemaakt worden die de werkingskosten van de uitgevers bij de productie van de uitgave moeten compenseren. De productie van een vrij verkrijgbare uitgave past immers niet meer in een abonnementsformule en kan op geen enkele wijze worden terugverdiend. Die budgetten worden soms ter beschikking gesteld door veelal Europese en internationale onderzoekfondsen. Maar over zo’n fondsen beschikken lokale onderzoekfondsen, laat staan onderzoekers, doorgaans niet.

Als we daarnaast het argument aanvaarden dat het subsidiëren van onderzoek ook het recht op vrije toegang voor het grote publiek impliceert, dan kunnen we binnenkort met zijn allen ook gratis naar de opera. Subsidies spelen daarin een rol, maar ze zijn duidelijk ontoereikend.

Dalende verkoop

Bovendien staat ook de wetenschappelijke wereld zelf niet eenzijdig te springen om alle wetenschappelijke research vrij beschikbaar te maken. Auteurs van wetenschappelijk werk voelen in hun auteursrechtelijke inkomsten bij een korte embargoperiode de impact van een dalende verkoop. De federale wetgever riep een afdwingbaar recht voor wetenschappers in het leven. De druk komt vooral van bepaalde universiteiten die het beschikbaar stellen van publicaties in Open Acces mee laten doorwegen in de evaluatie en toekenning van fondsen.

Kleine lokale spelers, die in het uitgeeflandschap voor diversiteit en alternatieve publicaties zorgen, krijgen de rekening gepresenteerd van internationale wantoestanden

Tussen de resultaten van het onderzoek en een professionele uitgave hierover ligt bovendien nog een intensief productietraject. Als de uitgever dat traject niet meer kan verzorgen, dan moet de researcher of zijn instelling daarin ook zelf weer tijd en geld investeren, wat uiteraard een valse besparing is. Het ruime publiek koopt geen boek dat enkele maanden later gratis te verkrijgen is. Maar dat geldt ook vaak voor de onderzoeksinstellingen zelf. Niet alle research is even tijdsgevoelig.

Doel voorbij

In de praktijk worden vooral de internationale spelers door Europa en de universiteiten bekritiseerd voor hun abonnementsmodellen en ruime winstmarges. De lokale Belgische wetenschappelijke uitgevers worden in het debat niet of nauwelijks gehoord. Het resultaat is dat kleine lokale spelers, die in het uitgeeflandschap voor diversiteit en alternatieve publicaties zorgen, de rekening gepresenteerd krijgen van internationale wantoestanden.

Daarom roepen we de federale wetgever, de Vlaamse universiteiten, het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en andere stakeholders op tot een grondige en genuanceerde dialoog rond OA. Een echt fair Open Access-beleid schenkt immers ook aandacht aan de lokale producenten, aan de effecten op de lokale markt en de inspanningen die Vlaamse uitgevers vandaag al leveren om hun auteurs en het grotere publiek te geven waar ze recht op hebben - aan een voor iedereen faire prijs.

Lees verder

Tijd Connect