opinie

Wie de ongelijkheid wil aanpakken, moet ook denken aan investeren

Ongelijkheid, het centrale thema van ster-econoom Thomas Piketty die werd geïnterviewd door De Tijd (vrijdag 31 oktober), kan een maatschappelijke hefboom zijn. De voorwaarde is wel dat er gelijkheid van kansen is.

Door Luc Aben, hoofdeconoom van Van Lanschot

Oneerlijk, onaangenaam, onethisch. De ‘on’-woordjes klinken al snel onheilspellend. Neem het opgelaaide debat over de ongelijkheid. De Franse econoom Thomas Piketty gooide de knuppel in het hoenderhok met zijn nu ook in het Nederlands beschikbare bestseller ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’. Die schetst een somber beeld van toenemende ongelijkheid, wat zou leiden tot maatschappelijke ellende. Piketty als een economische Nostradamus.

©Dries Luyten

Wat moeten we daar nu mee? In de eerste plaats de discussie uit de ideologische hoek halen. Ondoordachte politieke recuperatie op basis van kreten en slogans is absoluut te mijden. Als we al moeten bijsturen, laat het dan zijn op basis van verder onderzoek en cijfers.

Een dergelijk onderzoek deed onder meer het Internationaal Monetair Fonds. Het IMF bekeek de verbanden tussen ongelijkheid, herverdeling en groei. In tegenstelling tot eerdere onderzoeken lag de focus op die groeicomponent. Als een herverdeling de brede conjunctuur stimuleert, is ze een onderdeel van een groeibevorderende beleidsmix. En niet langer een soort geïsoleerd achterhoedegevecht.

De aanhangers van Piketty zouden volop moeten pleiten voor ondernemerschap, in de ruime zin van het woord.
Luc Aben

Het IMF besluit dat het fout zou zijn het beleid enkel te richten op groei en de ongelijkheid aan haar lot over te laten. Dat zou immers leiden tot een lagere groei, die bovendien minder duurzaam is. We mogen de ongelijkheid dus niet onder de mat vegen. Ethisch, noch economisch. Piketty for President, dan maar?

Verbanden

Dat zou te kort door de bocht zijn. Het IMF concludeert immers ook dat zijn cijfers weliswaar verbanden aantonen, maar dat is nog iets anders dan oorzakelijke verbanden. Nader onderzoek is nodig.

Bovendien overschouwt de IMF-studie enkel herverdelende belastingen en subsidies. Het is niet duidelijk in welke mate andere maatregelen én de ongelijkheid zouden aanpakken én de groei sterker zouden bevorderen. Denk aan de brede toegankelijkheid van het onderwijs of de gezondheidsdiensten.

Tot slot blijkt ook dat herverdeling vanaf een bepaald punt de economische groei afremt.

Ongelijkheid kan dus een maatschappelijke hefboom zijn. Een dynamisch mensbeeld gaat er immers vanuit dat mensen ergens bovenaan de socio-economische ladder willen zitten. Dat microverlangen neemt dan het macrogeheel op sleeptouw. De voorwaarde is wel dat er minstens gelijkheid van kansen is. Maar de vraag is dan of een loutere herverdeling via belastingen zo’n gelijkheid van kansen structureel verbetert.

Daar lijkt het niet op. Piketty-gewijs kan je zeggen dat Europa de allures van een modelstaat aanneemt. Onze inkomstenbelastingen zijn sterk progressief en de fiscale rekening voor inkomsten uit vermogen is stelselmatig gestegen. Europa als een Piketty’tje avant la lettre. En toch maken we ons zorgen over de toenemende ongelijkheid.

Misschien is het probleem fundamenteler. Misschien ligt het aan ons socio-economisch verdienmodel, dat niet meer in staat is voldoende kwalitatieve groei te realiseren. Zo’n groei zou ieders kansen op een volwaardige baan, de opbouw van vermogen en meer welvaart verhogen. Het traditionele verhaal van een taart bakken voordat je ze kan verdelen.

Nu is er maar één bron van groei en welvaart: onder- nemen, initiatief, ambitie, of hoe je het ook wil noemen.

Nu is er maar één bron van groei en welvaart: ondernemen, initiatief, ambitie, of hoe je het ook wil noemen. Wie de ongelijkheid wil aanpakken, moet dan ook denken aan investeren. Niet enkel aan belasten. Investeren in kennis en de verspreiding ervan, administratieve vereenvoudiging, betrouwbare en transparante regelgeving, kwaliteitsvolle infrastructuur, vrije markten met eerlijke concurrentie. Kortom, investeren in alles wat de traditionele groeirecepten voorschrijven.

Wegbelasten

Bovendien is het globale resultaat van het inzetten op groei niet enkel een grotere taart, het leidt ook regelmatig tot een andere verdeling van de stukken. Immers, de evolutie en de rotatie van diensten en producten maken wat vandaag gegeerd is, en dus vermogenswaarde heeft, morgen irrelevant. Piketty’s loutere wegbelasten van verschillen stimuleert de groei en de evolutie slechts matig. Het is eerder een statisch model. Vroeg of laat houdt de geforceerde herverdeling noodgedwongen op.

Het frappante is dat de zin om te ondernemen of zich te ontwikkelen een streven naar ongelijkheid impliceert. Wat drijft een ondernemer om risico te nemen? Wat drijft een student om een moeilijke richting te kiezen? Interesse en engagement, zeker, maar óók de mogelijke financiële beloning. Zonder deze prikkel, minder gemotiveerden. Economie blijft nu eenmaal mensenwerk. Die mindere motivatie zou jammer zijn voor de betrokkenen, maar ook voor de samenleving. U weet wel, het eigenbelang dat de 18de-eeuwse Schotse econoom Adam Smith al benoemde, wat uiteindelijk de gehele maatschappij ten goede komt.

De aanhangers van Piketty zouden volop moeten pleiten voor ondernemerschap, in de ruime zin van het woord. Dat pleidooi weerklinkt echter vooral in het andere ideologische kamp. Maar de schijnbaar tegengestelde visies hebben eigenlijk gelijklopende belangen. ‘Les extrêmes se touchent’, zonder dat het altijd wordt beseft.

De economische zeilboot vaart maar bij voldoende wind. Die wind ontstaat door drukverschillen. Een egale massa lucht lijkt op het eerste gezicht comfortabel en veilig, maar je geraakt er geen meter mee vooruit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud