opinie

Wij sociale partners moeten ambitieuzer zijn

De kritiek dat het sociaal overleg soms fungeert als ‘vergeetput’ is voor sommige dossiers niet helemaal onterecht. Al vind ik dat niet altijd de schuld van de sociale partners. Maar wij mogen wel meer ambitie hebben en een striktere timing aanhouden.

Door Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van Unizo, lid van de Groep van Tien en van het dagelijks bestuur van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV)

Stijn Baert kijkt met een kritische maar ook respectvolle blik naar de rol van de sociale partners (De Tijd, 25 juli). Hij stelt dat hun rol erg belangrijk blijft om akkoorden te maken, maar dat de regering eerst een kader moet scheppen dat de partners dan kunnen invullen. Dit om te vermijden dat het sociaal overleg de ontsnappingsroute wordt voor regeringen die geen moedige beslissingen durven te nemen (die de sociale partners dan later meestal ook niet nemen).

©rv

Het zal u niet verbazen dat ook ik overtuigd ben van de onmisbare rol van een echt representatief sociaal middenveld dat beter dan wie ook weet wat nodig is binnen de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers. Geen enkele actiegroep, partij of studiegroep onderhoudt dergelijke intensieve contacten met de achterban om te weten én te begrijpen welke problemen bestaan dan de vakbonden en werkgeversorganisaties. Met die kennis gaan ze aan de slag om plausibele oplossingen te vinden.

Ik ben het ook eens met Baert dat de sociale partners er wel nog in slagen akkoorden te sluiten. Begin dit jaar sloten ze in korte tijd een interprofessioneel akkoord af met afspraken over de lonen, de mobiliteit en de uitdoving van het brugpensioen. Niemand had dat verwacht. Vlak voor de verkiezingen sloten de Vlaamse sociale partners nog een akkoord om het hoofd te bieden aan de groeiende krapte op de arbeidsmarkt.

Laat ons een systeem ontwikkelen dat ons ertoe dwingt tot akkoorden te komen.

Ik ben het zelfs eens dat je van de sociale partners meer ambitie mag verwachten. Het beeld van het sociaal overleg als ‘vergeetput’ is voor sommige dossiers niet helemaal onterecht. Maar ik vind dat niet altijd de schuld van de sociale partners.

Zware beroepen

Neem nu het pensioendossier, met de onderhandeling over het vervroegd pensioen voor de ‘zware beroepen’. Baert geeft aan dat de sociale partners dat dossier op de lange baan hebben geschoven, terwijl je toch zou mogen verwachten dat pensioenen tot hun corebusiness behoren. Hij pleit er dan ook voor dat de regering het kader beter zou voorbereiden, dat dan achteraf in het sociaal overleg slechts moet worden ingevuld.

Maar was dat niet net het grote probleem? De regering wou absoluut een systeem van zware beroepen in de privésector invoeren, én op maat van het ambtenarenstelsel, terwijl dat om veel goede redenen niet wijs was. Die beslissing was fout, zowel het principe als de invulling. Net daarom kwamen we er niet uit. De oorzaak lag dus bij de dwangbuis die we aangemeten kregen, en niet bij syndicale besluiteloosheid. Ik vind het nog steeds een van de grotere mislukkingen in het sociaal overleg dat we er niet zelf in geslaagd zijn de pensioenen te hervormen, maar het dossier van de zware beroepen is daar geen goed voorbeeld van. Dit had het streven naar langer werken meer kwaad dan goed gedaan.

Als we ervan uitgaan dat het belang en de competentie van de sociale partners niet in vraag worden gesteld, hoe kunnen we dan het imago van ‘vergeetput’ afschudden?

Toch mag de vraag worden gesteld. Als we ervan uitgaan dat het belang en de competentie van de sociale partners niet in vraag worden gesteld, hoe kunnen we dan het imago van ‘vergeetput’ afschudden? Hoe kunnen de partners ook in moeilijke dossiers afspraken maken? Ik denk dan aan twee zaken: ambitie en timing.

We moeten zelf de ambitie hebben om het debat over de kernproblemen in onze samenleving aan te vatten. Een pensioenhervorming uitdokteren die tien generaties moet meegaan is niet eenvoudig. Maar we kennen de problemen, dus laat ons ze samen aanpakken.

Een tweede punt is timing. Eerder dan een kader hebben we een striktere timing nodig. Zelfs wanneer we als sociale partners bepaalde problemen willen aanpakken, nemen we er al te vaak onze tijd voor. Soms leggen we ons zelf een timing op, maar die is niet altijd even dwingend. Soms krijgen we een timing van de regering, maar die is zo belachelijk kort dat hij bij voorbaat onhaalbaar is. En soms krijgen we een redelijke timing, maar wordt die niet afgedwongen.

Europees overleg

Hoe kan het dan wel? Ik kijk daarvoor naar het Europese sociaal overleg. Zoals vele zaken in Europa is het Europees sociaal overleg netjes gestructureerd. Als de Europese Commissie een initiatief wil nemen op sociaal vlak, moet ze de sociale partners raadplegen. Die moeten vervolgens beslissen of ze het dossier zelf in handen willen nemen. Indien wel hebben ze negen maanden de tijd om een akkoord te vinden. Als er een akkoord is, wordt het uitgevoerd. Is er geen akkoord, dan kan de Commissie zelf een beleid formuleren, waarop dan geadviseerd kan worden. Uiteraard is elk systeem anders en kan je instrumenten niet zomaar kopiëren. Maar expliciteren hoe je tot een efficiëntere sociale dialoog kan komen is alvast een nuttige oefening.

Wij sociale partners kunnen de handschoen opnemen. Laat ons een agenda afspreken waarover we akkoorden tot stand moeten brengen, Vlaams en federaal. En laat ons een systeem ontwikkelen dat ons ertoe dwingt om tot akkoorden te komen. Dan kan de vergelijking met de vergeetput definitief in de vergeetput.

Lees verder

Tijd Connect