opinie

Wil de N-VA wel praten met de PS?

Politicoloog UGent

Vijf jaar is heel lang in de politiek, maar het beeld dat het een federale regering van moeten wordt, in plaats van een van willen, lijkt nu al gezet.

België besturen is nooit makkelijk geweest, maar het lijkt moeilijker dan ooit. De partijversnippering was nooit groter, waardoor je automatisch uitkomt bij een bonte en moeilijk bij elkaar te brengen coalitie. De keuzemogelijkheid van coalitiepartners wordt beperkt doordat een vijfde van de zetels vooraf wordt uitgesloten. Het Vlaams Belang en de PVDA-PTB haalden samen niet minder dan 30 Kamerzetels, en het valt niet uit te sluiten dat dat in de toekomst nog toeneemt.

©rv

Bovendien kregen de traditionele partijen een ferm pak slaag. Dat is belangrijk, want in het verleden waren zij de voornaamste vaandeldragers van de pacificatiepolitiek. Voor het eerst beschikken de traditionele families niet over voldoende Kamerzetels om met zijn drieën de boel recht te houden in een regering van nationale eenheid. Dat is ongezien.

Los van de mathematische hindernissen zijn partijen ook banger dan voorheen om compromissen te sluiten. De consument-kiezer die wisselt van partij als van broek leidt in de Wetstraat tot risicoaversie. Partijen vrezen in dit uiterst volatiele kiezerslandschap gedecimeerd te worden als ze verkiezingsbeloftes moeten inslikken. De tijd dat je als politicus bij wijze van spreken je moeder kon vermoorden en toch herverkozen werd, is dan ook al lang voorbij.

Het lijkt op termijn voor de N-VA niet onaantrekkelijk om in Vlaanderen haar bestuurskracht te tonen en tegelijk oppositie te voeren tegen de federale regering zonder Vlaamse meerderheid.

Niet verwonderlijk dus dat het vormen van een federale regering een moeilijke bevalling is. Nu de N-VA en de PS voorlopig helemaal niet on speaking terms lijken te zijn, is de patstelling compleet. Paars-groen (eventueel aangevuld met CD&V) lijkt de enige federale optie. De Vlaamse liberalen willen evenwel niet besturen met twee linkse formaties (socialisten en ecologisten). Zeker niet met de N-VA in de oppositie.

Nederlandstaligen

CD&V vreest dan weer vooral een regering zonder meerderheid aan Nederlandstalige kant als de N-VA niet meedoet. Die kwestie ligt veel moeilijker in Vlaanderen dan in Franstalig België. Onder andere omdat de Nederlandstaligen met meer zijn in België en partijen als de N-VA en het Vlaams Belang het ook graag als oppositiemiddel zullen aanwenden. Dat heeft de PS nooit echt ten volle gedaan tegen de MR.

Een federale regering zonder de N-VA ligt dus helemaal niet voor de hand. Temeer omdat de N-VA signalen uitstuurt dat ze er federaal graag bij zou zijn. Theo Francken liet op Twitter verstaan dat zijn partij wel aan tafel wil zitten, maar dat de PS niet wil. Door op die manier verantwoordelijkheidszin te etaleren, maakt hij het CD&V en Open VLD niet gemakkelijker om onder het mom van ‘wij nemen wel verantwoordelijkheid’ snel aan de federale onderhandelingstafel te gaan zitten. Hij lijkt de communicatie in stelling te brengen dat ‘de N-VA wel wil, maar de trado’s ons uitsluiten’.

De weigering van de PS om met de grootste Vlaamse partij te praten is onverantwoord. Maar hoe overtuigend is de claim van Francken dat de N-VA wel met de PS wil praten?

De weigering van de PS om met de grootste Vlaamse partij te praten is in elk geval onverantwoord. Maar hoe overtuigend is de claim van Francken dat de N-VA wel met de PS wil praten? Voor de verkiezingen zei de N-VA dat ze met de PS enkel over confederalisme wilde spreken en dat het confederalisme in één keer gerealiseerd moest worden. ‘Geen bric-à-bracstaatshervorming meer, maar confederalisme of niks’, klonk het. Omdat de PS dat helemaal niet wil, is een dergelijke oekaze hetzelfde als een weigering te besturen met die partij.

Aan de kant

Bovendien zou het de N-VA volgens sommige analyses misschien niet slecht uitkomen federaal aan de kant te blijven staan. De Vlaams-nationalisten moeten dan geen halve staatshervorming doorvoeren, die ze toch nooit aan hun achterban verkocht krijgen. Zeker niet als de andere partijen vragen bepaalde bevoegdheden te herfederaliseren en dus meer België te creëren.

Hoe je de burger goesting wil doen krijgen in zo’n federaal verstandshuwelijk, is een raadsel.

Het lijkt op termijn voor de N-VA niet onaantrekkelijk om in Vlaanderen haar bestuurskracht te tonen en tegelijk oppositie te voeren tegen een federale regering die een diepe begrotingsput moet dempen zonder meerderheid aan Nederlandstalige kant, en met liberalen geprangd tussen de linkse partijen. In 2024 kan ze dan de vruchten plukken. En wie weet wat dan mogelijk is als de partijversnippering nog toeneemt of de hoeveelheid onbruikbare zetels van het Vlaams Belang en de PVDA nog groeit.

Vijf jaar is lang in de politiek. Bepaalde evoluties kunnen nog keren. Maar één ding is al duidelijk: het beeld dat het een federale regering wordt van moeten in plaats van een van willen lijkt nu al gezet. Hoe je de burger goesting wil doen krijgen in zo’n federaal verstandshuwelijk, is een raadsel. Wie met opgetrokken neus een maaltijd serveert, moet nadien niet klagen dat de klant het eten niet lust en niet meer terugkeert.

Lees verder

Gesponsorde inhoud