opinie

Wordt het nu of nooit voor berging kernafval?

Geoloog aan de KU Leuven

Een participatief proces over wat met hoogradiactief en langlevend kernafval moet gebeuren, heeft geleid tot een waardevol rapport. Veel is er sindsdien nog niet mee gedaan.

Federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) kondigde in het voorjaar van 2022 de Grote Nationale Dialoog aan. Ze wenste dat de Belg meebesliste over de toekomst van het hoogradioactieve en langlevende kernafval. Daarvoor deed ze een beroep op de Koning Boudewijnstichting, die via een participatief proces ‘breed en zonder taboes de verschillende opties en alternatieven naast elkaar diende te leggen’ en een ‘duidelijk traject’ moest voorstellen. Al beperkte de minister in oktober 2022 zelf de bewegingsruimte door de keuze voor een geologische berging op het Belgische grondgebied wettelijk vast te leggen. Zo’n geologische berging moet garanderen dat het kernafval de komende honderdduizenden jaren geen risico inhoudt voor mens en natuur.

  • De auteur
    Manuel Sintubin is geoloog aan het departement Aard- en Omgevingswetenschappen van de KU Leuven.
  • De kwestie
    Een participatief proces over wat met hoogradioactief en langlevend kernafval moet gebeuren, heeft geleid tot een waardevol rapport.
  • De conclusie
    Zonder initiatief van de bevoegde minister of het parlement dreigt ook dit rapport, net als de burgerbevraging in 2010, ergens in een lade stof te vergaren.
Advertentie
Advertentie

Mijn eerste reactie op de aankondiging was er een van ongeloof. Ik hoorde een echo uit het verleden. De Koning Boudewijnstichting had in 2010 al eens een burgerpanel samengebracht over de vraag hoe om te gaan met het langetermijnbeheer van het kernafval. Die bevraging gebeurde toen in het kader van het Afvalplan van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS), dat in 2011 werd overgemaakt aan de regering-Leterme II. In 2016 werd het door de regering-Michel I naar de prullenmand verwezen, waarmee ook de burgerbevraging van de Koning Boudewijnstichting een stille dood stierf. De vraag was dan ook legitiem of het resultaat van deze nieuwe burgerbevraging hetzelfde lot beschoren zou zijn.

Bovendien sta ik nogal sceptisch tegenover dergelijke burgerbevragingen, zeker in dit technische en maatschappelijk complexe dossier, waarover ook veel desinformatie de ronde doet. Ik vroeg me af of een burgerpanel van 27 gelote burgers of een jongerentop van 120 scholieren, tot een betekenisvol advies kon komen dat ook de wetenschappelijke toets zou doorstaan.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik mijn mening heb moeten bijstellen nu het rapport er ligt. Vooral de interactie met het burgerpanel was ook voor mij als expert een leerrijke ervaring. Het sterkt me meer dan ooit in de overtuiging dat alleen zo’n participatief proces uiteindelijk leidt tot een maatschappelijk gedragen beslissing over de geologische berging van het kernafval.

Het rapport ‘Nu voor Morgen’, dat het resultaat is van een breed maatschappelijk debat, ligt sinds februari 2024 op de tafel van de minister.

Het rapport ‘Nu voor Morgen’, dat het resultaat is van een breed maatschappelijk debat, ligt sinds februari 2024 op de tafel van de minister. En het mag er wezen. De sterkte van het rapport is dat het gedragen wordt door burgers, jongeren, experts en stakeholders. Zoals gevraagd door de minister is het participatieve beslissingstraject voor de komende decennia uitgetekend. Het is nu een kwestie van uitvoeren. De belangrijkste boodschap is net dat het participatieve beslissingsproces nu niet meer mag stilvallen. Daarvoor is het cruciaal dat een onafhankelijke instantie in het leven wordt geroepen die moet instaan voor de coördinatie van het participatieve beslissingsproces. Dat zal pas zijn beslag vinden in de volgende eeuw met het uiteindelijke afsluiten van de geologische berging.

Andere adviezen die opvolging verdienen zijn enerzijds het onderzoeken van de haalbaarheid en het concreet ontwikkelen van internationale samenwerkingen in de EU en anderzijds het ontwikkelen van een gedifferentieerde aanpak van het kernafval. Daarbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen ‘valoriseerbaar’ kernafval (eigenlijk de verbruikte kernbrandstof) en ‘niet-valoriseerbaar’ kernafval, dat onherroepelijk moet worden geborgen.

Radiostilte

Twee maanden na de publicatie van het eindrapport is de radiostilte oorverdovend. Van der Straeten zwijgt in alle talen. Toch opvallend voor een minister die graag uitpakt met haar verwezenlijkingen. En net op deze verwezenlijking mag ze trots zijn.

Ook parlementaire initiatieven blijven uit, al heeft de voorzitter van de Kamercommissie Energie en Klimaat Christian Leysen (Open VLD) op X aangekondigd dat hij de Koning Boudewijnstichting nog deze legislatuur zou uitnodigen voor een hoorzitting.

Gaat het daarbij blijven, bij een hoorzitting? De minister en het parlement kunnen nu nog initiatieven nemen om de krijtlijnen uit te tekenen van de onafhankelijke instantie die het participatieve beslissingsproces moet begeleiden, en zo het maatschappelijke momentum van de Grote Nationale Dialoog levend houden. Zo niet dreigt ook dit rapport, net als de burgerbevraging in 2010, ergens in een lade stof te vergaren. En dat zou zonde zijn.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.