opinie

Zal mijn ziekenhuis verdwijnen?

Professor in gezondheidseconomie aan UGent

Minister Maggie De Block legde vorige week de regering een conceptuele nota voor met als doel het ziekenhuislandschap grondig te hervormen.

Lieven Annemans hoogleraar gezondheidseconomie UGent

Die hervorming is hoognodig. Enerzijds kampen veel ziekenhuizen met verlies, waardoor men geregeld moet vaststellen dat sommige afdelingen te weinig verpleegkundigen hebben om goede kwaliteit te bieden, anderzijds bezondigen sommige zich aan te veel onderzoeken, behandelingen en onnodige opnames. In het huidige landschap tracht een doorsneeziekenhuis zo veel mogelijk zorg aan te bieden, in de gedachte dat het maximaliseren van de omzet de financiën kan redden. Die ratrace en de versnippering gaan ten koste van de kwaliteit van de zorgverlening, maar ook van de levenskwaliteit van de zorgverleners.

Lieven Annemans ©rv

Wat is nu het plan? Vooreerst wordt het ziekenhuisnetwerk de nieuwe norm, en krijgt het de gedaante van een rechtspersoon, met alles wat daarbij hoort. Er komen in ons land 25 zogenaamde locoregionale netwerken. Elk netwerk moet een concreet plan voorleggen dat aangeeft welk ziekenhuis in het netwerk nog welke zorgopdrachten op zich neemt. De minister laat die plannen evalueren met aandacht voor kwaliteit en toegankelijkheid. Uiteraard betekent dat zoeken naar een moeilijk evenwicht, omdat met talrijke factoren rekening moet worden gehouden. Hoe vaak komt een ziekte voor? Hoe frequent moet men opgevolgd worden? Welke expertise en technologie zijn ervoor nodig? Hoe evolueert die technologie (denk aan de telegeneeskunde)?

Sommige types van zorg zal men wellicht nog in elk ziekenhuis aanbieden, zoals een dagkliniek. Andere zullen nog in elk netwerk aanwezig zijn, maar niet meer in elk ziekenhuis. Denk aan materniteiten of spoeddiensten.

Andere types van zorg zullen niet meer in elk locoregionaal netwerk mogelijk zijn, maar slechts op enkele plaatsen in het land. In die zogenaamde ziekenhuisreferentiepunten zal men de expertise moeten bundelen. Die expert-ziekenhuizen gaan een samenwerking aan met de locoregionale netwerken. Uiteraard bepaalt de wet aan welke basiskenmerken ziekenhuizen moeten voldoen om zo’n referentiepunt te kunnen zijn.

Nevenwerkingen

De minister zal over al die voorgestelde afspraken en nieuwe evenwichten waken en geeft ook aan dat ze periodiek zullen worden bijgestuurd.

Er moet inderdaad gewaakt worden over de mogelijke ‘nevenwerkingen’ van dit nieuwe landschap, en de hervorming zal sowieso vragen oproepen. Zullen bijvoorbeeld ideologische overwegingen meer doorwegen dan de belangen van de patiënt? Hier is de nota alvast zeer duidelijk: geen sprake van. Of zal een patiënt met meerdere aandoeningen met de ambulance heen en weer gevoerd worden tussen de ziekenhuizen van een netwerk omdat hij voor zijn ziekte X in ziekenhuis A verblijft, maar voor zijn ziekte Y enkel in ziekenhuis B terecht kan? Of moeten de artsen zich verplaatsen, en wat als die dat niet willen? In sommige netwerken, die al aan het tot stand komen zijn, rijst dat ambulancefenomeen vandaag al. Het zal dus nodig zijn afdelingen oordeelkundig te sluiten en de artsen te binden aan een netwerk in plaats van aan een individueel ziekenhuis. De nota laat die optie alvast toe.

Zullen patiënten hun stem nog kunnen laten horen in de werking van het netwerk? De nota beveelt het alleszins aan, maar het wordt alsnog niet verplicht. En hoe zal de levenskwaliteit van de zorgverleners evolueren? Veel zal afhangen van de mate waarin ze bij de netwerkvorming betrokken worden.

Zal een ziekenhuisnetwerk nog steeds in de verleiding komen om te veel zorg aan te bieden en te veel mensen onnodig op te nemen om bedden te vullen?

Nog een belangrijke vraag: zal een ziekenhuisnetwerk nog steeds in de verleiding komen te veel zorg aan te bieden en te veel mensen onnodig op te nemen om bedden te vullen? Het plan is alvast om een ‘programma voor aanbodbeheersing’ op te stellen, op basis van wetenschappelijke gegevens en rekening houdend met de technologische evolutie. Die nieuwe technologieën zullen ook niet ongebreideld hun ingang kunnen vinden, ook daar is aan gedacht.

Wat dan met een ziekenhuis in het netwerk waar zich veel ziekenhuisinfecties voordoen met heropnames tot gevolg? Zal het daarvoor nog steeds financieel beloond worden, zoals nu, of zal het gestraft worden? De minister weet maar al te goed dat dit nieuwe landschap enkel zal werken als ook de hervorming van de financiering van ziekenhuizen en artsen een feit is. Een ‘pay for quality’ voor ziekenhuizen, waarbij een - weliswaar klein - deel van de inkomsten van het ziekenhuis bepaald wordt door de kwaliteit die het levert, staat alvast in de steigers. Beter nog zou zijn dat vroeg of laat alle kwaliteitsgegevens van de ziekenhuizen openbaar worden, uiteraard rekening houdend met het type ziekenhuis en de ernst van de ziektes die het behandelt.

Dit nieuwe landschap zal enkel werken als ook de hervorming van de financiering van ziekenhuizen en artsen een feit is.

En dan de hamvraag: verdwijnen er ziekenhuizen? Je zal maar patiënt zijn in een klein ziekenhuis dat een verbond aangaat met een grotere broer, of je zal er maar werken! Zal dat kleine ziekenhuis verdwijnen? Wellicht loopt het zo’n vaart niet. Maar er zullen zeker afdelingen van ziekenhuizen verdwijnen. En het totale aanbod bedden zal onherroepelijk nog afnemen, onder andere door betere samenwerking in de thuiszorg. Van die daling zou ik zelfs aanbevelen er een concrete doelstelling van te maken: ‘Tegen 2025 zal het totale aantal ziekenhuisbedden met X procent dalen’.

Ik gebruik bewust X omdat men dat cijfer goed doordacht en voorgerekend moet bepalen en niet uit de losse - over een tablet zwiepende - pols. Met de vaste hand van Maggie komt dat wel goed.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud