opinie

Zuid-Europa in de steek laten komt als een boemerang terug

De enorme begrotingstekorten die ontstaan door de coronacrisis stellen zeker de zuiderse eurolanden voor een gigantisch probleem dat niet stopt aan de nationale grenzen, zelfs als je ze sluit. We hebben er alle belang bij die landen te helpen.

In rijkere EU-landen slaagt de welvaartsstaat er relatief goed in de coronacrisis te lijf te gaan. Werknemers worden naadloos op tijdelijke werkloosheid gezet waar nodig, betaald ziekteverlof wordt ruim ingezet. Dat dijkt niet alleen de verspreiding van het virus in, maar maakt ook dat die mensen niet zonder inkomen vallen. Bedrijven krijgen ondersteuning via noodfondsen, zodat ook zij de sprong kunnen maken naar het postcoronatijdperk. In feite heeft de overheid op een grote pauzeknop geduwd, zodat de economie later niet afglijdt in een diepe recessie, of zelfs depressie. 

©rv

Alles onder controle dus? Helaas niet. De vangnetten van de sociale zekerheid en de noodfondsen voor banken en bedrijven kosten geld, veel geld. De schattingen klokken momenteel af op tijdelijke begrotingstekorten van 10 tot zelfs 20 procent van het bbp in westerse landen, een cijfer dat alleen voorkomt in oorlogstijden. Voor rijkere EU-landen lukt het nog om zulke bedragen op te halen op de financiële markten. Lees: door de overheidsschuld fors te verhogen. In de zuiderse eurolanden wordt dat bijzonder moeilijk. Dat is niet alleen een gigantisch probleem voor hen, maar ook voor ons.

Landen zoals Portugal, Spanje, Italië of Griekenland hebben een relatief hoge overheidsschuld, en een zwakkere economische positie. Dat maakt dat zij hun coronatekorten aan hogere interestvoeten zullen moeten financieren of - en dat lijkt al aan de gang - minder brede maatregelen nemen uit angst voor een schuldencrisis. Want als de interestvoeten blijven stijgen gaat de rentesneeuwbal aan het rollen, waarbij vroegere schulden ook niet meer te financieren lijken en het land uiteindelijk bankroet gaat.

Grotere mazen

Die problematiek stopt niet aan nationale grenzen, zelfs als je ze sluit. Ten eerste zorgt een sociaal vangnet met grotere mazen ervoor dat zieke mensen langer blijven werken dan nodig, en niet de gepaste zorg krijgen. Het virus dreigt zo nooit volledig ingedijkt te worden en vindt altijd wel een weg terug naar het noorden. Ten tweede hebben de banken in het noorden nog veel uitstaande schuld in het zuiden (vooral in Italië). Als die landen in de gevarenzone komen, geldt dat dus ook voor onze banken. Ten derde dreigt de eurozone, en bij uitbreiding de hele EU, uiteen te vallen als we deze crisis opnieuw aanpakken zoals in 2010-2016.

De banken in het noorden hebben nog veel uitstaande schuld in het zuiden, vooral in Italië. Als die landen in de gevarenzone komen, geldt dat ook voor onze banken.

Dat draaiboek leest als volgt: we laten het Europese noodfonds (ESM) goedkope leningen uitschrijven aan zuiderse landen. Daar zijn dan voorwaarden aan verbonden, zoals structurele hervormingen of besparingen. Dat past goed in het politieke discours van het noorden, dat het zuiden verwijt zijn zaakjes niet op orde te krijgen in ‘goede’ tijden. En dat terwijl zuiderse landen tot voor kort bewierookt werden voor het volgen van de ESM-aanbevelingen. Zo’n aanpak beschermt ook meteen de banken in het noorden, zonder dat overheden dat expliciet moeten doen.

Dat plan kan één keer werken, maar geen twee keer. De schuldgraad gaat in dit scenario nog steeds fors omhoog in zuiderse landen, hun politieke besluitvorming wordt opnieuw aan banden gelegd, en voor heel wat mensen is het tegen dan te laat. Zij verloren hun job, hun huis, hun gezondheid, hun waardigheid. Je kan dit keer moeilijk zeggen dat het hun schuld is.

Euroscepticisme

Dat is koren op de molen van eurosceptische partijen, die al heel sterk staan. Volgens een recente peiling ziet 67 procent van de Italianen het EU-lidmaatschap vandaag als een nadeel, komende van 47 procent een jaar geleden. Op Twitter doen brandende EU-vlaggen de ronde. Zelfs in Portugal haken doorgaans vurige EU-aanhangers af. En voor politici die spelen met het idee van een kleinere, rijkere EU: de meerwaarde van de eenheidsmarkt alleen al wordt voor een exportland als België geschat op zo’n 15 procent van het bbp. Ook de euro zou een pak duurder worden, wat opnieuw nefast is voor de export.

Op Twitter doen brandende EU-vlaggen de ronde. Zelfs in Portugal haken doorgaans vurige EU-aanhangers af.

Hoe kan het anders? Redelijk eenvoudig: door de coronaschulden monetair te financieren, net zoals in de VS of het VK. We kunnen bijvoorbeeld alle eurolanden ‘coronaperpetuïteiten’ laten uitgeven: obligaties met lange looptijd, tot 100 jaar, die ook door de Europese Centrale Bank worden opgekocht. De coronatekorten verschijnen dan op de balans van de ECB, door spreekwoordelijk geld bij te drukken.

Een radicaler voorstel is alle coronaschulden rechtstreeks te financieren met zogenaamd helikoptergeld, wat in feite neerkomt op het inkopen van perpetuïteiten van onbepaalde duur aan zero interest. Dat kan allemaal, want het risico op inflatie is wel heel beperkt nu. Een bijkomend voordeel is dat ook wij ontsnappen aan een rondje nodeloze besparingen, kwestie van genoeg ziekenhuisbedden over te houden voor de volgende crisis.

Lees verder

Gesponsorde inhoud