België glijdt stilaan af naar een fiscale politiestaat.

De burger inzagerecht in zijn dossier ontzeggen zolang het fiscaal onderzoek loopt, is juridisch onaanvaardbaar. Met de nieuwe fiscuswet evolueert België verder naar een fiscale politiestaat.

Door Michel Maus, fiscaal advocaat en hoogleraar aan de VUB

Er was nogal wat commotie in fiscaal België naar aanleiding van berichten over de wet van 3 augustus 2012 waarbij aan de fiscus een wettelijk kader wordt gegeven voor de oprichting van een fiscale superdatabank (De Tijd, 25 augustus). Met die wet krijgt de fiscus de bevoegdheid om alle beschikbare overheidsgegevens over belastingplichtigen te centraliseren en voor fiscale doeleinden aan te wenden. Meteen is dat een van de meest ingrijpende fiscale hervormingen van de jongste jaren. De hervorming werd echter op een drafje door het parlement gejaagd, zodat de regering de nodige kritiek kon verwachten.

Het is natuurlijk niet ongewoon dat fiscale wetten worden bekritiseerd, maar de kritiek kwam deze keer wel uit een onverwachte hoek. Niemand minder dan de voorzitter van de privacycommissie uitte scherpe kritiek aan het adres van de regering. In de wet van 3 augustus heeft de regering immers aan de belastingplichtigen het recht ontzegd om hun administratief dossier in te zien zolang het fiscaal onderzoek loopt. Dat was niet naar de zin van de privacycommissie die daaromtrent de regering negatief had geadviseerd omdat het verbod op inzage ingaat tegen de bepalingen van de privacywet. Dat advies werd echter door de regering en vervolgens door het parlement schromelijk genegeerd, de reden waarom de privacycommissie zo scherp heeft gereageerd.

Kaakslag

Toch is deze kritiek volkomen terecht. Het inzagerecht van een administratief dossier is een fundamenteel recht dat niet alleen door de privacywet wordt beschermd, maar ook door de wet op de openbaarheid van bestuur en door het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Het is dan ook juridisch volstrekt onaanvaardbaar dat men dat recht in om het even welk fiscaal dossier zonder enig onderscheid gaat onthouden. Dat is werkelijk ongezien en een pure kaakslag voor de rechtsbescherming. Zelfs in strafzaken hebben verdachten tijdens het gerechtelijk onderzoek via de wet-Franchimont de mogelijkheid een inzage te vragen van hun dossier. Dat is in fiscale zaken niet langer mogelijk, wat toch zeer frappant is. Om het even populistisch uit te drukken, indien deze wet niet wordt geremedieerd zal Kim De Gelder in de huidige stand van zaken meer procedurele rechten hebben dan pakweg Karel De Gucht… Dat kan en mag toch onmogelijk de bedoeling van de wetgever zijn.

‘Minute Soup’-politiek

Vrij opvallend is ook dat de parlements- leden bij de behandeling van de wet van 3 augustus nogal amorf hebben gereageerd op het gebrek aan rechtsbescherming in het wetsvoorstel. Enkel Peter Dedecker (N-VA) en Gwendolyn Rutten (Open VLD) hebben wat opmerkingen geformuleerd over de minieme rechten van belastingplichtigen om hun dossier te mogen inkijken, maar veel indruk heeft dat allemaal niet gemaakt op de meerderheid. Dat kan ook niet anders aangezien de bewuste wet van 3 augustus in nauwelijks 13 dagen door het parlement werd gejaagd. Dat is ‘Minute soup’-politiek, die alleen maar tot slechte wetgeving kan leiden.

Wie echter denkt dat de desinteresse voor de fiscale rechtsbescherming louter het gevolg is van deze ‘minute soup’-politiek wil ik meteen de illusie besparen. Deze federale regering is immers niet aan haar proefstuk. Tal van nieuwe fiscale maatregelen zijn de revue gepasseerd waarbij telkens moet worden vastgesteld dat de regering nauwelijks oog heeft voor het aspect van de rechtsbescherming en de fundamentele rechten van de belastingplichtigen botweg negeert.

Bedenkelijk

Bij wijze van voorbeeld kan daarbij onder meer worden gedacht aan de recente discussies over de invoering van de nieuwe antimisbruikbepaling en de verstrenging van de toepassing van de aanslag op de geheime commissielonen. En ook de rechtspraak gaat stilaan die kant op, getuige onder meer het recente vonnis van de rechtbank van Brussel die de fiscus toelaat om zonder rechterlijke machtiging een huiszoeking uit te voeren. Dat is een zeer bedenkelijke evolutie die tot gevolg heeft dat België langzaam maar zeker aan het afglijden is naar een fiscale politiestaat. Bovendien is die evolutie zeer gevaarlijk voor het functioneren van het fiscale systeem. De regering beseft veel te weinig dat het negeren van de rechtsbescherming op termijn nefaste gevolgen zal hebben. Het is inderdaad hoog tijd voor een modernisering van het wettelijk kader rond de fiscale controle en de fraudebestrijding.

Maar hoe waardevol de meeste regeringsmaatregelen in essentie ook mogen zijn, indien men de rechtsbescherming blijft bruuskeren, dan is het louter een kwestie van tijd vooraleer België door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof voor Justitie zal worden veroordeeld voor de schending van fundamentele mensenrechten. Als dat gebeurt, schiet de regering in haar eigen voet en worden meteen alle fiscale onderzoeken ondermijnd die op de nieuwe maatregelen zijn gestoeld. Het wordt hoog tijd dat de regering het gevaar daarvan beseft.

Checks and balances, that’s what it’s all about, my dear Steven, tenzij u een oorveeg van Europa wil.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content