België kan beter dan 75 Syrische vluchtelingen opvangen

De experts in het schaduwkabinet van De Tijd fileren de Belgische politiek, blikken vooruit naar 2014 en geven hun advies over wat moet veranderen na de verkiezingen van 25 mei.

Door Els Keytsman, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Na jaren crisis in de opvang van asielzoekers is er met Di Rupo I wat meer rust gekomen in het asielbeleid. Zijn hiermee alle problemen opgelost? Ik frons de wenkbrauwen bij het dalend aantal asielzoekers in België terwijl het aantal vluchtelingen wereldwijd stijgt. Ik zie drie grote prioriteiten voor 2014.

Meer dan twee miljoen Syrische vluchtelingen in de bittere sneeuwkou, meer dan een miljoen van hen kinderen, driekwart jonger dan twaalf. Een eerste prioriteit ligt dus voor de hand: België en Europa moeten de Syriërs beschermen. ‘Syriërs die in België asiel vragen, worden haast allen beschermd’, klinkt het. Maar je moet dan wel hier geraken natuurlijk. Het is dan ook ondraaglijk cynisch dat België en Europa investeren in meer prikkeldraad en nachtkijkers en de toegang tot Europa verder dichttimmeren.

België kan binnen Europa pleiten voor een visumversoepeling, zodat mensen veilig en legaal naar hier kunnen komen. En dat zelf invoeren, zeker voor Syriërs met familie in ons land, zoals Zwitserland eerder deed.

En ook België moet Syriërs uit de vluchtelingenkampen halen en hier beschermen. Duitsland vangt zo bijkomend 10.000 Syriërs op. Hanteren we voor België eenzelfde verhouding, dan kunnen we hier 1.375 Syriërs beschermen. Vandaag zijn dat er nul, met een belofte om later 75 Syriërs te laten overkomen via het hervestigingsprogramma. Dat is veel te weinig, en deze hervestigingsplaatsen gaan verloren voor andere vluchtelingen in uitzichtloze situaties.

Deze regering heeft de begeleiding naar een vrijwillige terugkeer voor pas afgewezen asielzoekers volledig bij de federale overheid gelegd. De andere partners, onder wie de ngo’s, zijn buitenspel gezet. Dat is jammer, omdat net de ngo’s enige expertise hebben met intensieve toekomstbegeleiding, waaronder terugkeer. Vandaag is het terugkeersysteem zeer rigide, tot op het kafkaiaanse af. Zelfs getraumatiseerde asielzoekers moeten onmiddellijk na een negatieve asielbeslissing verhuizen naar een terugkeerplaats in een ander centrum. En asielzoekers moeten al zo vaak verhuizen van de ene opvangplaats naar de andere. Dat is duur, niet efficiënt en het weegt psychisch zwaar op de asielzoekers, vooral op kinderen. Die moeten telkens opnieuw hun leven oppikken.

Het resultaat? 87 procent van de 4.600 pas afgewezen asielzoekers zijn het afgelopen jaar verdwenen. Ze zijn kwetsbaar voor uitbuiting en niemand weet waar ze zijn terechtgekomen. Terwijl onze begeleiders deze mensen misschien wel een toekomstperspectief hadden kunnen bieden, hier of in hun land van herkomst. Daarom moet de regering de terugkeer van pas afgewezen asielzoekers herbekijken. Beter is opvang en begeleiding op maat, met zo weinig mogelijk breuken in de begeleiding. Zodat asielzoekers in alle vertrouwen met hun begeleiders aan een duurzame toekomst kunnen werken.

Te vaak zien we dat de overheid de grenzen overschrijdt van wat menselijk en juridisch aanvaardbaar is. België stuurt mensen gedwongen terug naar Afghanistan zonder dat de Afghaanse ambassade akkoord gaat. Of sluit één ouder op in een detentiecentrum en trekt die zo weg van het gezin dat in een terugkeerwoning verblijft. Het zet dus het hoogste belang van het kind niet voorop.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft België verplicht een doodzieke Armeniër toegang te geven tot medische zorgen. Toch zag de man zijn medische regularisatieaanvraag geweigerd. Dus kreeg hij geen levertransplantatie. Waarop hij stierf. Een te streng nieuw beleid? België erkende later zijn verantwoordelijkheid en betaalde de familie een financiële compensatie.

België is in 2013 twee keer veroordeeld door hetzelfde Hof omdat het mensen te lang opsluit, zonder recht op een doeltreffende beroepsprocedure en zonder dat ze weten wanneer ze vrijkomen. Daarmee komt het aantal veroordelingen voor zulke mensenrechtenschendingen op zes in minder dan drie jaar tijd. Wie geen geldige verblijfsvergunning op zak heeft, heeft in ons land minimale basisrechten, en zelfs die zijn niet zeker.

‘De wet is de wet’, luidt de verdediging voor het strenge vreemdelingenbeleid. Hopelijk wordt 2014 het jaar waarin die mantra ook geldt voor de overheidsinstanties, zodat er minder mensenrechtenschendingen zijn in ons land.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud