opinie

Brengt de coronacrisis het gestolde land in beweging?

De traditionele Belgische recepten zullen absoluut niet volstaan om de economische effecten van de coronacrisis te lijf te gaan. Dit gestolde land zal fundamentele veranderingen moeten ondergaan: het wordt buigen of barsten.

Elke dag wordt duidelijker hoe zwaar de lockdown heeft ingehakt op ons economisch weefsel. Maar wat met het verwachte herstel? De hoop op een V-vormige herneming deemstert snel weg en daar zijn goede redenen voor.

Laat ons even terugblikken naar de herleving van de Belgische economie na de financiële crisis van 2008. We nemen het reële bbp per hoofd van de bevolking als maatstaf. Het peil van 2007, de vorige piek, werd pas nipt overschreden in 2014. Het heeft dus niet minder dan 7 jaar in beslag genomen alvorens iedereen weer een even groot stuk van de welvaartstaart ter beschikking kreeg. Zelfs in 2019 lag het reële bbp per hoofd amper 6 procent hoger dan in 2007, meteen de zwakste groeiprestatie sinds de grote depressie van de jaren 1930. Bovendien is dit cijfer een gemiddelde. Heel wat mensen gingen er het afgelopen decennium materieel helemaal niet op vooruit. Wellicht een belangrijke reden voor de maatschappelijke onvrede die vorig jaar bij de parlementsverkiezingen scherp tot uiting kwam.

De lockdown heeft de e-commerce een geweldige stimulans gegeven, maar de kans is groot dat vooral de grote buitenlandse webwinkels daarvan profiteren.

Critici van deze benadering zullen aanvoeren dat de Europese schuldencrisis het herstel na de financiële meltdown van 2008 heeft afgeremd, en dat is inderdaad zo. Maar wellicht dient zich in de nabije toekomst een gelijkaardig scenario aan. Ik ga ervan uit dat covid-19 zich niet zomaar zal laten temmen en een tweede golf van besmettingen zal ontketenen. De daaraan verbonden quarantainemaatregelen zullen de economie een tweede keer serieus pijn doen. Maar er zijn nog andere redenen om te veronderstellen dat het herstel niet van een leien dakje zal lopen.

Europa

België heeft zich duidelijk laten inspireren door de Zuid-Europese variant van de lockdown, waarbij alle zogeheten niet-essentiële ondernemingen wekenlang op slot gingen. In Noord-Europa - bijvoorbeeld in Nederland en Zweden - legden de overheden vaak een milder regime op. Ondernemingen uit die landen konden dus gemakkelijk onze exportmarkten inpikken, omdat wij die niet meer konden beleveren. Het is een illusie te denken dat we die verloren uitvoermarkten de komende weken en maanden zomaar terugkrijgen. Sommige zijn we voorgoed kwijt, met alle gevolgen van dien voor ons toekomstig groeipotentieel.

Op de binnenlandse markt kampen we met gelijkaardige problemen. De lockdown heeft de e-commerce een geweldige stimulans gegeven, maar de kans is groot dat vooral de grote buitenlandse webwinkels daarvan profiteren. Het sociale bestel in België heeft de expansie van e-commerce de afgelopen jaren steeds tegengewerkt, en daar betalen we nu de prijs voor. Veel toegevoegde waarde lekt weg naar het buitenland. De aanwezigheid van de grote logistieke complexen net over de Nederlandse grens spreekt boekdelen. Gelukkig heeft ook de Belgische kleinhandel ondertussen de weg naar het onlinegebeuren gevonden. Hopelijk is het niet ‘too little, too late’. Bovendien blijven ze strijden met ongelijke wapens tegen buitenlandse spelers.

Werkloosheid

De massawerkloosheid is eveneens terug van weggeweest. De sectoren die zwaar getroffen worden door de lockdown zijn vaak erg arbeidsintensief, zoals horeca, de traditionele kleinhandel en de reisbranche. Geen wonder dat veel jobs verloren gaan. Ook hier ligt een snel herstel niet voor de hand. De traditionele winkel gaat gebukt onder de moordende concurrentie van de oprukkende e-commerce. De reisbranche verdient behoorlijk aan globetrottende jonggepensioneerden, maar net die groep behoort tot de hogere risicocategorie voor coronabesmetting. Covid-19 zal volledig aan de ketting moeten alvorens die kapitaalkrachtige groep er weer massaal op uit trekt. Bovendien tellen de horeca en traditionele kleinhandel nogal wat laaggeschoolde medewerkers, een groep die het sowieso al niet gemakkelijk heeft op onze arbeidsmarkt. Herscholing en intensieve begeleiding is cruciaal om die mensen in het arbeidscircuit te houden. Maar dit neemt tijd en zal niet voor iedereen een oplossing bieden.    

Volgens de Europese Commissie zouden de overheidsuitgaven in 2020 oplopen tot 58 procent, het hoogste cijfer ooit in vredestijd.

Een scenario van langzaam economisch herstel en een traag herlevende arbeidsmarkt belooft weinig goeds voor de overheidsfinanciën. Opnieuw trek ik een parallel met de financiële crisis. Het begrotingsevenwicht in 2007 maakte toen plots plaats voor een deficit van 5,4 procent van het bbp in 2009. Het duurde tot 2017 voor we weer in de buurt kwamen van het evenwicht. Dit trage herstel heeft veel te maken met de inertie van de overheidsuitgaven. We laten de rentelasten buiten beschouwing om te focussen op het effect van beleidsmaatregelen. Tijdens de financiële crisis stegen de publieke uitgaven van 45 procent in 2007 naar 51 procent van het bbp in 2009. Ondanks het schrappen van eenmalige crisismaatregelen en alle saneringsinspanningen in de daaropvolgende jaren komen de staatsuitgaven nooit meer beneden de helft van het bbp. Volgens de Europese Commissie zouden de overheidsuitgaven in 2020 oplopen tot 58 procent, het hoogste cijfer ooit in vredestijd. Ondertussen lopen de vergrijzings- en klimaatkosten verder op.

.

Lees verder

Gesponsorde inhoud