De Zweedse coalitie kan een stap zijn naar een meer volwassen federalisme

©rv

De Zweedse coalitie kan een kans zijn op een federalisme waar regionale ­belangen minder primeren op federaal niveau. Dan dringt een federale kieskring zich op.

Door Willem Sas. Doctoreert aan het Centrum voor Economische Studiën van de KU Leuven, over ‘Fiscal Federalism’.

De Zweedse coalitie, met aan Franstalige kant enkel de MR in de federale regering, heeft sinds gisteren de wind in de zeilen. Zo’n minderheidsregering is geen unicum in het Belgische federalisme. Sinds de invoering van de taalgroepen in 1970, komen we in totaal op 16 jaar aan federale regeringen zonder meerderheid in een van die taalgroepen: tien jaar zonder Franstalige meerderheid, zes jaar zonder Nederlandstalige. Wel zou het voor het eerst gaan om zo’n uitgesproken minderheid.

Allicht nog opvallender is dat de grootste Vlaamse partij in die Zweedse coalitie destijds moord en brand schreeuwde over de Vlaamse minderheidsregering onder Di Rupo. Voer voor politicologen, ongetwijfeld. Maar houdt zo’n coalitie ook stand binnen de economische theorie van het federalisme?

Om die vraag te beantwoorden, zetten we eerst de rooskleurige bril op van economische modellering. In zo’n optimaal model van een federale staat, het ideaalbeeld zeg maar, worden de voor- en nadelen van decentralisatie rationeel tegenover elkaar afgewogen.

Bevoegdheden met veel schaalvoordelen, zoals de sociale zekerheid, defensie of buitenlands beleid, houden we het best op het hoogste bestuursniveau. Ook worden coördinatieproblemen en schadelijke concurrentie-effecten vermeden door bevoegdheden die daar vatbaar voor zijn federaal te houden. De sociale zekerheid is opnieuw een voorbeeld, maar ook de NMBS-infrastructuur of de arbeidswetgeving passen in dat kader.

Andere bevoegdheden kunnen we echter decentraliseren. Die zijn dan gebonden aan regionale noden of voorkeuren, waarop lagere overheidsniveaus beter kunnen inspelen, en vaak met meer flexibiliteit. Denk aan onderwijs, welzijn, arbeidsmarktbeleid of transport. Kort gezegd heeft zo’n afweging van voor- en nadelen dus een welvaartsverhogend effect, in die zin dat iedereen beter af zal zijn.

Gedecentraliseerd

Zetten we nu die rooskleurige bril af, en kijken we naar de Belgische federatie, dan doen we het eigenlijk behoorlijk goed. Met de zesde staatshervorming komen we dicht in de buurt van dat ideaalbeeld. Elk bestuursniveau richt zich op die bevoegdheden die ze het efficiëntst kan uitvoeren. In die optiek maakt het dus weinig uit waar een federale minister werd verkozen, aangezien de regionale of gemeentelijke materies al werden gedecentraliseerd. Wat van regionaal of lokaal belang is, moet niet meer rechtstreeks verdedigd worden in de uitvoerende macht op federaal niveau, aangezien daar enkel nog bevoegdheden zitten die alle Belgen aangaan. Het volstaat dat de eerste Kamer in de wetgevende macht, in ons geval de nieuwe Senaat, die regionale belangen verdedigt bij verdere staatshervormingen.

Dat brengt ons bij de essentiële beginvoorwaarde achter dit hele verhaal. Die federale minister moet daadwerkelijk geven om de welvaart van alle Belgen. In ons ideaalbeeld houdt elke overheid zich immers bezig met de welvaart van alle burgers die leven, wonen of werken binnen haar grenzen. Voor het federale niveau zijn dat dus alle burgers van de federatie, voor de regionale overheden die van de deelstaten. Wanneer dat niet het geval zou zijn en federale politici enkel aan hun eigen regio denken, stuikt onze ideale constructie in elkaar. Alle welvaartsverliezen en concurrentieproblemen duiken weer op, maar dan vanuit de federale regering zelf. En des te scherper in België, omdat we maar drie deelstaten tellen.

Federale kieskring

Het is aan de Zweedse coalitie om te bewijzen dat ze de belangen van haar Franstalige burgers evenzeer ter harte kan nemen als de Vlaamse belangen. Gezien de aanzienlijke Vlaamse meerderheid in die coalitie lijkt dat geen evidentie. Dat in ons federale kiesstelsel nog steeds het mechanisme ontbreekt om zo’n gedrag aan te moedigen, versterkt die zorg. Nog steeds zullen Vlaamse ministers in de federale regering enkel verkozen kunnen worden door de eigen Vlaamse achterban. Aan de andere kant zal een Franstalige kiezer die Vlaamse ministers niet kunnen afstraffen voor het wegcijferen van zijn of haar belangen. Eens te meer, en misschien meer dan ooit, dient de federale kieskring zich aan als oplossing.

Met de Zweedse coalitie kunnen we een stap doen richting een meer volwassen federalisme, waar regionale belangen minder primeren op federaal niveau. Het uitwerken van een federale kieskring, waarbij het kiesstelsel eenzelfde weg volgt, lijkt dan ook logisch. Enkel op die manier zal de Zweedse federale chef daadwerkelijk à la suédoise leren koken, en vice versa.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content