De ‘zware fout' van Didier Bellens, daar gaat het over

©BELGA

‘Welke zware fout maakte Bellens?’, zal de vraag zijn aan de arbeidsrechter. En die zal abstractie maken van de publieke opinie over de hoogte van vertrekpremies en de politieke gevoeligheden.

Door Vicky Buelens en Peter Stroobants, advocaten kantoor Stroobants Buelens

Om het topmanagement toe te laten een visie en een beleid uit te werken, moet er een bepaalde mate van werkzekerheid zijn. Een CEO die elke maand voor zijn ontslag moet vrezen, is immers niet meer dan een marionet van de aandeelhouders.

Het is dan ook gebruikelijk dat topmensen een contract krijgen dat niet opzegbaar is én voorziet in een fikse vertrekpremie of schadevergoeding bij voortijdige beëindiging. Dergelijke vergoeding beschermt een CEO enigszins tegen willekeur en een kortetermijnvisie.

Een zware fout doorbreekt die principes. Een zware fout zou - naar analogie met de dringende reden uit het arbeidsrecht - kunnen omschreven worden als een ‘ernstige tekortkoming die elke verdere professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt’.

Vaak wordt het begrip ‘zware fout’ omschreven in het contract, maar uiteindelijk heeft de rechter het laatste woord. Niet zelden blijkt dat de ‘zware fout’ als ontslagmotief gebruikt werd om aan het betalen van een onaangename vertrekpremie te ontsnappen.

Aangezien Bellens en Belgacom (voorlopig) niet tot een minnelijke regeling kwamen, zal dat de vraag zijn die aan de rechter wordt voorgelegd. Het valt te verwachten dat die abstractie zal maken van de publieke opinie over de hoogte van vertrekpremies en van de politieke gevoeligheden.

De uitlatingen van Bellens moeten dus getoetst worden aan alle elementen van de zaak. Niet enkel zijn markante uitspraken en gedrag, maar de volledige samenwerking en resultaten moeten mee in beschouwing worden genomen. Zo zal de rechter ook rekening houden met de niet betwiste verdiensten van Bellens, met de spanningen tussen de topman en de regering en de context van de concrete omstandigheden. Het geheel van deze elementen schetst mogelijk een ander beeld dan dat van een losgeslagen projectiel.

Niet onbelangrijk is dat Belgacom de bewijslast draagt van het bestaan van een zware fout. De kans is bijgevolg niet onbestaande dat de rechter oordeelt dat de uitspraken van Bellens misschien wel tot een vertrouwensbreuk geleid hebben en zelfs een fout uitmaken, maar dat zij toch onvoldoende ernstig zijn om van een ‘zware fout’ te spreken die de onmiddellijke beëindiging van het contract zonder vergoeding rechtvaardigt.

Over de omvang van de vergoeding kan er enkel ernstige discussie zijn als het contract niet voldoende duidelijk is. Als men bij de aanvang van de samenwerking echter een forfaitaire vergoeding afspreekt, zal die bij een beëindiging ook effectief betaald moeten worden. Zelfs al komt dat de opdrachtgever op dat ogenblik wat minder goed uit: ‘contracten strekken partijen immers tot wet’. De rechter kan hier soms matigend optreden als het forfait de potentiële schade kennelijk overstijgt.

Volgens sommigen zal Bellens zich baseren op de vergoeding verschuldigd voor het resterende gedeelte van zijn mandaat. Hij werd ontslagen in november 2013 en zijn mandaat liep tot maart 2015. Als er geen opzegmogelijkheden voorzien werden in het contract, is het verschuldigde salaris tot einde mandaat een realistische en logische schade, die wellicht moeilijk getemperd kan worden.

Enkel een goed onderhandelde minnelijke oplossing kan die rechtsgang nog voorkomen of voortijdig beëindigen. Het staat echter in de sterren geschreven dat dat politiek (voorlopig) niet haalbaar is, hoewel dat misschien juridisch de juiste keuze is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect