Denken dat schalieolie ons goedkope en onbeperkte energie brengt, is gevaarlijk.

©rv

De hoeraverhalen over schalieolie doen vergeten dat ons een wereld van olieschaarste en hoge prijzen wacht. Olie efficiënter gebruiken en duurzame energie zijn meer dan ooit geboden.

Door Serge de Gheldere, Vlaams klimaatambassadeur van Al Gore en oprichter van het adviesbureau Futureproofed, en Roger Cox, advocaat en auteur van ‘Revolutie met recht’, een boek over oliekrimp, klimaatverandering en de rol van het recht bij de energietransitie

‘De olieprijs zou kunnen stijgen tot 150 à 270 dollar per vat in 2020 als de toenemende vraag in groeimarkten als India en China het verwachte aanbod overtreft’ meldde de OESO onlangs. Isabelle Koske, econoom bij de instelling, zegt daarover: ‘Mensen zijn rustiger over de olieprijzen, gezien de nieuwe bronnen, maar als je echt kijkt naar de implicaties van de toenemende vraag, zie je dat dat niet opgaat.’

Voor wie het vergeten is: vanaf de jaren tachtig tot het begin van dit millennium lag de prijs van een vat olie onder 20 dollar. Vanaf 2005 steeg de olieprijs snel, piekte in 2008 op bijna 150 dollar en beweegt zich sindsdien boven 100 dollar. Door de mondiale consumptie van maar liefst 30 miljard vaten olie per jaar, is de economische impact van een stijging van 20 naar 100 dollar groot. In het ene geval is de mondiale inkoopfactuur 600 miljard dollar per jaar, in het andere geval maar liefst 3.000 miljard.

De hoge olieprijs moet worden gezien als de grootste oorzaak van de eurocrisis en de financiële malaise in de Zuid-Europese landen. Dat blijkt uit een studie gepubliceerd in het wetenschappelijk blad Nature. De oorzaak: Zuid-Europa beschikt niet over eigen olievoorraden en moet alle olie importeren. In 1999 kostte dat de Italianen 12 miljard euro. Dat bedrag is opgelopen tot 55 miljard per jaar, terwijl Italië nu minder olie importeert. Door de sterke stijging van olie is het handelsoverschot van Italië van 22 miljard uit 1999 inmiddels verdampt tot een handelstekort van 36 miljard. Ook voor Europa als geheel is de situatie problematisch. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gaf maandag aan te vrezen dat de importkosten voor olie dit jaar stijgen naar 500 miljard euro en een aanslag zullen plegen op de Europese stabiliteitsfondsen.

De oorzaak van de prijsstijging sinds 2005 is een oplopend tekort aan olie. De economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) rapporteerden vorig jaar dat de wereldwijde olieproductie decennialang met gemiddeld 1,8 procent per jaar is gegroeid, maar sinds 2005 een plafond heeft bereikt. Omdat de vraag naar olie  onverminderd is blijven stijgen is er een te berekenen tekort aan olie van inmiddels 7 miljoen vaten olie per dag ten opzichte van 2005, waarmee de prijsstijging in hoofdzaak verklaard is.

Hype

Die cijfers plaatsen de hype dat de VS door schalieolie het nieuwe Saudi-Arabië zal worden, weer in enig perspectief. Het huidige tekort van 7 miljoen vaten per dag is meer dan de Amerikanen in de toekomst aan extra dagproductie uit schalieolie en zelfs teerzanden denken te halen. Daarbij moet bedacht worden dat het tekort volgens het IMF verder zal oplopen, omdat een terugkeer naar het historische groeicijfer van 1,8 procent zo goed als onmogelijk is. Zelfs een jaarlijkse stijging van 0,9 procent zal al gepaard moeten gaan met een verdubbeling van de huidige olieprijs tot 2020. Bovendien verwachten dezelfde economen dat de olieprijs tussen 2020 en 2030 nogmaals zal verdubbelen en in het slechtste geval tot 2030 zelfs zal stijgen met 1.400 procent (dit is geen verschrijving). Het is dus gevaarlijk zelfs maar te veronderstellen dat ons door de Amerikaanse schalieolie weer een tijd van goedkope en onbeperkte hoeveelheid olie wacht.

Volgens kenners uit de olie-industrie, onder wie Christophe de Margerie, de CEO van het olieconcern Total, en Fatih Birol, de hoofdeconoom van het Internationaal Energie Agentschap, moet de komende 25 jaar viermaal de olieproductie van Saudi-Arabië gevonden worden om de olieproductie zelfs maar op het huidige peil te kunnen houden. Alleen al die vervangende productie van 40 miljoen vaten per dag vinden is bijna onmogelijk, wordt erkend. Slaagt men niet, dan zal de olieproductie jaarlijks dalen. Als die oliekrimp structureel is en 2 procent of meer bedraagt, sluit het IMF een scenario van een prijsstijging van tussen de 800 en 1.400 procent tot 2030 niet uit. De negatieve economische gevolgen zullen zo drastisch zijn dat daar volgens de IMF-economen geen rekenmodel meer voor te maken is.

Er wacht ons, alle verhalen over schalieolie ten spijt, een wereld van hoge olieprijzen en olieschaarste, niet van lage prijzen en olieovervloed. Alleen efficiënter oliegebruik en de transformatie naar duurzame energie zal de druk op de oliemarkt kunnen verlichten en het herstellend vermogen van de economie kunnen versterken. Het is daarom nodig werk te maken van de energietransitie en ons niet door de berichtgeving over schalieolie in de VS te laten misleiden in de gedachte dat de toekomst een rooskleurige is. Stilzitten en afwachten betekent een hoge prijs betalen. Schalieolie zal dan als zand in de machine van de wereldeconomie zijn, een machine die haperend tot stilstand zal komen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content