Een prachtig voorbeeld van de wildgroei aan wetgeving

Als er geen goede redenen zijn om een nieuwe wet te introduceren, zijn er goede redenen om geen nieuwe wet te introduceren. Dat lijkt me de les voor politici te zijn uit een rapport van de liberale denktank Libera over een wetsvoorstel dat transvetten in voedingswaren volledig wil verbieden en daarnaast ook kokosolie en palmolie streng wil aanpakken.

Door Frits Bolkestein, voormalig Europees Commissaris voor de Interne Markt, Belastingen en Douane Unie en voormalig voorzitter van de Liberale Internationale

De Vlaamse liberale denktank Libera publiceert vandaag een lezenswaardig rapport over de wildgroei aan wetgeving in het Belgische parlement. De auteur, de jonge Gentse rechtsgeleerde Manu Dierickx Visschers, probeert inzicht te geven in de mate waarin wetgeving paradoxaal genoeg bijdraagt aan het groeiende gevoel van rechtsonzekerheid en onduidelijkheid bij economische actoren.

Als casus wordt een wetsvoorstel gebruikt dat werd ingediend door de CD&V-senatoren De Bethune en Franssen. Het voorstel beoogt het gebruik van transvetten in voedingswaren volledig te verbieden. Daarnaast wordt ook gepleit voor een strenge aanpak van kokosolie en palmolie.

Het rapport kraakt verschillende harde noten over het wetsvoorstel. Het voorstel houdt te weinig rekening met de belangen van betrokken partijen en blijkt empirisch onvoldoende onderbouwd.

Marktverstoring

Voor mij is echter het belangrijkste aangevoerde bezwaar dat het wetsvoorstel, indien aangenomen, een verstoring zou opleveren van de Europese Interne Markt.

Een belangrijk deel van mijn werk als Europees Commissaris voor de Interne Markt bestond uit het controleren of lidstaten zich wel aan letter en geest van de Europese verdragen hielden. Nationale wetgeving leidde voortdurend tot transnationale handelsbelemmeringen en daarmee tot verstoringen van de vrije werking van de Interne Markt.

Nu is niet elk handelsbelemmerend effect bij voorbaat verboden, maar een nationale wetgever moet wel kunnen aantonen dat zulke belemmeringen proportioneel, noodzakelijk en legitiem zijn. Soms konden lidstaten dat wel, maar veel vaker bleken nationale protectionistische overwegingen een rol te hebben gespeeld in het wetgevingsproces. In zulke gevallen startte ik inbreukprocedures om de lidstaten in kwestie te dwingen hun wetgeving in overeenstemming te brengen met het ook door hen onderschreven belang van het onbelemmerd functioneren van de interne markt.

Koolzaadolie

In het geval van het voorstel van de twee senatoren lijkt het evident dat het invoeren van een limiet op het vrij gebruik van palmolie en kokosolie een marktverstorende werking zal hebben. Het benadeelt deze grondstoffen (die doorgaans via Nederland en Duitsland in de Unie worden ingevoerd) en bevoordeelt van een vergelijkbare limiet vrijgestelde concurrerende grondstoffen (vooral de in Frankrijk geproduceerde koolzaadolie).

De senatoren zouden dus met goede redenen moeten komen waarom een dergelijke verbodsbepaling toch noodzakelijk en legitiem zou zijn. Vooralsnog lijken ze die niet te hebben, zo concludeert althans het Libera-rapport.

Als voormalig voorzitter van de Liberale Internationale bepleit ik vrijhandel overigens niet alleen binnen de Europese Interne Markt. Vrijhandel dient wat mij betreft een wereldwijd streven te zijn. Ik ben een warm voorstander van werk van de Wereldhandelsorganisatie om handelsbelemmeringen te slechten, en ik was als staatssecretaris voor buitenlands handel ook betrokken bij onderhandelingen binnen haar voorganger, de GATT.

De Gucht

Ik onderschrijf de conclusie van het rapport dat het wetsvoorstel op ernstige bezwaren binnen WHO-verband zou kunnen stuiten. Er hangt immers een geur van protectionisme omheen: Europese grondstoffen worden bevoordeeld ten opzichte van niet-Europese, hoofdzakelijk Afrikaanse en Aziatische.

Niet voor niets liet Handelscommissaris Karel De Gucht onlangs weten dit dossier nadrukkelijk te volgen. Hij waarschuwde dat de Commissie indien nodig ‘haar bezorgdheid [zal] overbrengen aan de Belgische autoriteiten en wijzen op de grotere gevolgen die dergelijke binnenlandse maatregelen kunnen hebben voor de handelsbetrekkingen tussen de EU en de landen die palmolie produceren.’

Het Libera-rapport concludeert dat het voorstel van de beide senatoren disproportioneel is in zijn effect en onvoldoende solide in zijn onderbouwing. Het is daarmee een voorbeeld bij uitstek van de geneigdheid van parlementen om wetgeving te introduceren die onduidelijkheid schept voor importeurs en producenten en zo bijdraagt aan groeiende rechtsonzekerheid.

Het zou goed zijn als politici de lessen van dit rapport ter harte zouden nemen. Liever houden ze zich weer aan de oude parlementaire stelregel: als er geen goede redenen zijn om een nieuwe wet te introduceren, zijn er goede redenen om geen nieuwe wet te introduceren.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content