Elk doet naar eigen goeddunken aan ruimtelijke ordening

©RV DOC

De lotgevallen van Uplace en andere grote projecten in Vlaanderen zijn signalen dat de overheid faalt. Het blijft wachten op een goed beleidskader voor zo’n projecten.

Door Georges Allaert, emeritus professor ruimtelijke economie en ruimtelijke planning Universiteit Gent.

Onze samenleving is ingewikkelder geworden. Maatschappelijke problemen zijn steeds meer verbonden met andere problemen. Dat maakt dat de overheid steeds minder de ruimtelijke ontwikkeling kan sturen. Samen met Peter Cabus, de secretaris-generaal van het departement ruimtelijke ordening, ben ik ervan overtuigd dat drastisch hervormd moet worden. Dat moet wegens de grote uitdagingen van de volgende decennia. De sterke bevolkingsgroei vraagt een economie met meer toegevoegde waarde en een ander mobiliteitssysteem. In een gezonder, minder versteend en klimaatbestendig Vlaanderen. De verdichting van woon- en werkplekken zal hoe dan ook aan de orde zijn.

Men heeft dat beginsel enkel nog maar toegepast voor centraalstedelijke stationslocaties. Daar is er een doorgedreven locatiebeleid, waarbij getracht wordt het infrastructuurbeleid samen te laten gaan met het ruimtelijk beleid. Via holdings wordt het nodige geld gemobiliseerd en gaat men tewerk vanuit een meestal doordacht stedelijk management

. Elk doet naar eigen goeddunken aan ruimtelijke ordening. Er is in Vlaanderen nog nooit een gedragen visie op stadsgewestelijk of stadsregionaal niveau op poten gezet, de Eurometropool Rijsel-Kortrijk is een kleine uitzondering. Laat staan dat men er via territoriale holdings met alle investeerders samen zou werken aan het ‘coproduceren’ van onze ruimte. Nog nooit zijn daarvoor beleidskaders gemaakt. Projecten zoals Uplace, de grote ring rond Antwerpen, de Seine-Scheldelink en de Vlaamse Havenspoorlijn inbedden in zo’n beleidskaders, met dito financiering en programma, zou nochtans een eerste stap moeten zijn.

We zitten opgescheept met problemen waarover geen overeenstemming bestaat. Deze zogenaamde ‘wicked problems’, zoals Uplace, doen altijd een maatschappelijke strijd losbarsten die nog in de hand wordt gewerkt door verkokerde administraties. Want die kapselen zich in allerhande regelgevingen in. Het is juridisch een koud kunstje om die te bevechten.

Termijn

Laten we werk maken van territoriale pacten en strategische allianties in een netwerkverband. Vanuit een gedeelde visie met lokale en regionale private groepen en middenveldorganisaties. Horizontale beleidskaders werken beter dan verticale, hiërarchische beleidskaders. Garandeer ook de decretale onderbouwing van dat horizontale beleid. Geef de spelers een welomlijnde opdracht over de coproductie van de ruimte binnen een bepaalde termijn (sporend met de vijfjarige legislatuur van de regering). In zo’n territoriaal programma moeten ook de budgettering en de uitvoering geprogrammeerd zijn. Dat kan deel uitmaken van de andere aanpak rond Vlaanderen in Actie, dat te veel een salononderonsje was. Wanneer gaat men erkennen dat een goede ruimtelijke ordening het smeermiddel is voor een economisch en sociaal duurzame maatschappij?

Enkele pacten moeten dringend uit de startblokken. Er moet een duurzame kustregio ontwikkeld worden, met inbegrip van de Westerschelde. Daarin zitten het havennetwerk, de maritieme ontwikkelingen zeewaarts en landinwaarts (polders), het toerisme, de natuurontwikkeling en de nederzettingsdynamiek. Die moet gestuurd worden vanuit een strategische alliantie rond klimaatbestendigheid, logistiek en mobiliteit en een nieuwe maritieme dynamiek. Kortom, het bundelen van milieu, mobiliteit en economie.

De huidige initiatieven worden nog teveel gedicteerd door de overheid vanuit een hiërarchisch top-downbeleid. Er moet absoluut een kustlaboratorium komen om deze acties en programma’s wetenschappelijk tegen het licht te houden. De overheden moeten de rol van initiator spelen en de voortgang van het programma controleren. Het kustlaboratorium moet het onafhankelijk orgaan worden dat ook instaat voor de noodzakelijke doorwerking en voor het draagvlak op het terrein.

Daarin kunnen ook de ideeën en voorstellen van lokale initiatiefnemers worden geëvalueerd. Op die manier kan men geleidelijk velen ertoe bewegen te investeren in duurzame initiatieven in het gebied. Klimaatcommunicatie is immers een hefboom naar burgerkracht. Want maatregelen om ons aan te passen aan het wijzigende klimaat (vooral tegen overstromingen) hebben een sterk mobiliserend vermogen. Even dringend is een ander, ‘ruimtegedreven’ mobiliteitssysteem. Vanuit een locatiebeleid en op basis van een ruimtelijke ordening van de vraag. Buiten Vlaanderen zijn veel stadsregio’s daar al geruime tijd mee bezig. Onder meer het Ruhr-Rijngebied en de stadsgewesten Nantes, Bordeaux, Rijsel, Zürich en Kopenhagen.

Knooppunten

Het uitgangspunt voor een op ruimtelijke ordening gebaseerde mobiliteit zijn de zogenaamde knooppunten. Men stuurt de groeiende verstedelijking vanuit goed bereikbare plekken van openbaar vervoer. Dat wordt bekeken vanuit de dynamiek van wonen en werken, die nog steeds grotendeels binnen de contouren van een stadsgewest plaatsvindt.

In Vlaanderen zit meer dan 80 procent van de toegevoegde waarde in een tiental stadsgewesten. Om werk te maken van strategische allianties en pacten moet men de stadsregio’s/gewesten decretaal vastleggen. Men kan dan aan de slag met de vorming van ‘communautés urbaines’ (zoals in Frankrijk), die de opdracht krijgen om nederzettingsstructuren te koppelen aan nieuwe stamlijnen van openbaar vervoer (tot in kleinere kernen).

Met dit model, het Transit Oriented Development, zullen partners als De Lijn en de Vlaamse Confederatie van de Bouw, maar ook de burger, snel de rekening maken van de win-win die ermee gepaard gaat. Ook dat moet wetenschappelijk worden opgevolgd. Onze universiteiten hebben daar de instituten al voor.

Een andere weg kiezen vergt politieke moed. Hoe langer we wachten, hoe moeilijker het wordt om de bakens te verzetten. Vlaanderen zal dan gaandeweg de grote troeven verliezen waaraan het honderden jaren welvaart heeft te danken: zijn open industrie, zijn steden, zijn havens, zijn infrastructuur.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content