Advertentie

Erdogan als Turks president is negatief voor Europa

©EPA

Als Recep Tayyip Erdogan zondag verkozen wordt tot president, schuift Turkije op naar een regime waar ‘democratie’ niet langer van toepassing is.

Door Dirk Vermeiren

In een recente opiniebijdrage voor The Washington Post wijdt Fareed Zakaria uit over Vladimir Poetin, de president van Rusland. De cruciale elementen van het Poetinisme, zo stelt Zakaria, zijn nationalisme, religie, sociaal conservatisme, een overheid met een sterke greep op de economie van en de geldstromen in het land, en media gedomineerd door het regime. Ergens halverwege het artikel duikt ook Turkije op. Premier Recep Tayyip Erdogan hanteert inderdaad hetzelfde boodschappenlijstje als zijn ambtgenoot Poetin. U leest het goed, ‘ambtgenoot’. Want wat is Poetin nu ook weer, president of premier? Deed hij enkele jaren geleden geen haasje-over met premier Dmitri Medvedev?

Het was premier Erdogan zelf die ergens halverwege zijn huidige ambtstermijn besliste dat Turkije beter af zou zijn met rechtstreekse presidentsverkiezingen en dat het ambt ruimer dan enkel ceremonieel ingevuld moest worden. Erdogans ingeving zal wel iets te maken hebben gehad met het feit dat hij volgens de statuten van zijn partij na drie termijnen niet meer als parlementslid kan functioneren en dus afscheid zou moeten nemen van de politiek. Liever dan het risico te lopen zijn partij te verdelen in een poging de statuten te veranderen, ging Erdogan de confrontatie aan met de buitenwereld. De belangrijkste vraag ontloopt hij sindsdien. Turkije, met zijn constant hysterische publieke debat, is misschien beter af met iemand die nu en dan de stekker uit het stopcontact kan trekken. De Turkse republiek heeft een staatsman nodig als president, iemand die de partijen overstijgt. Maar Erdogan is precies het tegenovergestelde.

Het grootste verwijt dat je Erdogan kan maken, is dat hij met zijn beleid - en meer nog met zijn publieke optredens - de Turken ervan overtuigd heeft dat macht er is om te misbruiken. Dat blijkt al uit de aanpak van zijn campagne. Volgens de letter van de wet moeten de kandidaten alle banden met politieke partijen doorknippen, een voorwaarde waar Erdogan (net zo min als de Koerdische kandidaat Selahattin Demirtas) niet aan voldoet. Erdogan nam noch ontslag uit de partij, noch als premier. Als presidentskandidaat gebruikt hij alle privileges die hem als eerste minister toekomen om zijn campagne te runnen. Dat hij de afgelopen twaalf jaar aan de touwtjes kon trekken, had zijn voordelen. De financiering van Erdogans campagne is één groot vraagteken. En naast de media van bevriende zakengroepen gedraagt met name de publieke omroep TRT zich als zijn schoothondje. Een vergelijking van de media-aandacht voor de drie kandidaten levert hallucinante cijfers op in het voordeel van premier Erdogan. Deze verkiezingsstrijd is er geen met gelijke wapens.

Beledigingen en racisme

En dan is er dat verbijsterende discours van Erdogan, waarvoor hij al twaalf jaar beloond wordt door het Turkse electoraat. Hij beledigt en kleineert andersdenkenden, doet racistische uitspraken (deze week: ‘Ze noemen mij een Georgiër, of erger nog, een Armeniër’), speelt mensen tegen elkaar uit op basis van hun religieuze overtuiging of levensstijl, en bombardeert zijn aanhang met vijandbeelden. Angst is een bindende factor. Erdogan speelt die angst als geen ander uit. Maar angst is een slechte raadgever. Erdogan beleeft hoogdagen, maar Turkije is er slecht aan toe.

Tien jaar geleden werd Turkije kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Het optimisme van de jonge, hoogopgeleide generatie van toen heeft plaatsgemaakt voor nihilisme. Ze beseft dat als Erdogan spreekt over ‘democratie’, ‘mensenrechten’ en ‘vrije meningsuiting’ hij daar niet noodzakelijk dezelfde invulling aan geeft als wat zij daar onder begrijpt. Het wordt tijd dat ook de traditionele partners van Turkije in het Westen die les leren.

Turkije moest model staan voor de moslimwereld, maar die kans heeft Erdogan definitief verkwanseld. Het land liep zichzelf voorbij in een buitenlandpolitiek die gebaseerd was op een versuikerde versie van het Ottomaanse verleden van de Turken. Turkije speelt in de regio niet langer de brugfunctie die het ooit had. Het land is eerder een deel van het probleem geworden.

En dat is slecht nieuws, in de eerste plaats voor Turkije, maar ook voor de rest van de wereld. AKP, de partij van Erdogan, heeft haar verdienste gehad tijdens de eerste jaren van haar bewind. Maar de randschade van twaalf jaar Erdogan is niet meer te overzien. Een Turkije met Erdogan als president is geen positief nieuws voor de verhoudingen met Europa. Zijn invloed op het debat over de integratie van moslims in Europa is enkel negatief.

Oezbekistan

Met een presidentschap op maat is Erdogan klaar voor de volgende stap. Als het zo ver komt, en daar lijken de opiniepeilingen op te wijzen, dan schuift Turkije nog verder op in de richting van regimes waar het predicaat ‘democratie’ niet langer op van toepassing is. Met zijn leiderscultuur lijkt het land alvast eerder op een Centraal-Aziatische republiek zoals Oezbekistan of Turkmenistan. Als de Turken straks kiezen voor een sterke leider, zal dat er een zijn van een land dat zwakker is dan enkele jaren geleden.

 

Dirk Vermeieren is freelancejournalist in Turkije

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud