Advertentie

Excelfout Reinhart en Rogoff zorgt vooral voor entertainment

©Photo News

De ‘excelfout’ van Reinhart en Rogoff ondergraaft het belang van een draaglijk schuldniveau niet. De storm van kritiek toont ook hoezeer het economendebat entertainment is geworden.

Door Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Itinera Institute.

Boem paukeslag! Economenland staat in rep en roer. Het meest aangehaalde onderzoek over het gevaar van een te hoge overheidsschuld is gebaseerd op een ‘excelfoutje’. Het gaat over een analyse van de economen Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff uit 2010. Ze publiceerden die studie bovendien in het mei-nummer van de American Economic Review, hét Amerikaanse economisch tijdschrift.

Van meet af aan was er veel controverse over, omdat ze suggereerden dat landen met een overheidsschuld van meer dan 90 procent van het nationaal inkomen in het verleden veel minder economische groei kenden. Het artikel werd al snel gebruikt in het debat voor en tegen besparingen in moeilijke economische tijden. Vandaag doemen er wereldwijd artikels op die de toon zetten door zich af te vragen hoeveel extra werklozen er door een ‘rekenfoutje’ veroorzaakt werden.

Wie probeert het gezond verstand in die discussie te bewaren, krijgt al snel het gevoel dat het hopeloos is. Aan de twee zijden van het spectrum raast men maar voort, en niemand heeft oog voor de zoektocht naar een gebalanceerd oordeel. Uiteraard is het goed dat er over dergelijke cruciale punten veel debat is. Dat werpt overigens op zich ook al een relativerende blik op de discussie. Regeringen over de hele wereld laten hun beleidskeuzes heus niet afhangen van een dergelijk artikel, in welk prestigieus tijdschrift dan ook. De realiteit is misschien zelfs even ontnuchterend: meestal hebben politici hun voorkeursbeleid allang uitgestippeld, en komt het hen alleen goed uit als ze daar ook wat wetenschappelijke aura aan kunnen geven, door te verwijzen naar zo’n artikel.

Eigenlijk is het economendebat een stuk entertainment geworden, en dat valt nog het meest op in de VS. Meestal wordt het ‘debat’ vervolgens nog eens dunnetjes overgedaan in Europa, en ergerlijk is dat er vaak geen correctie wordt gemaakt voor de verschillende context. Ook in de reacties op het ‘slippertje’ van Reinhart en Rogoff zie je dat velen de pedalen volledig kwijtraken. Waar lees je bij hen dat zelfs na correctie de groei gemiddeld een stuk lager was bij hoge schuld (ongeacht wat daar dan uit te besluiten)?

Zoeken naar een zogenaamd ‘kritisch’ schuldniveau waarboven de economische gevolgen dramatisch zijn, is altijd erg simplistisch geweest. Alleen al de illusie dat dit niveau voor elk land dan ook nog hetzelfde zou zijn. Ter verdediging van Reinhart en Rogoff mogen we wel opmerken dat ze heel wat meer hebben bijgedragen aan het debat dan die ene paper. Hun boek ‘This time is different’ beslaat meer dan 460 bladzijden economische geschiedenis van schuldepisodes.

Oorzaak en gevolg

Ook zijn het vooral anderen die ondoordachte conclusies trokken over oorzaak en gevolg, niet Reinhart en Rogoff. Dat de schuld vaak uit de hand liep als gevolg van een crisis en niet andersom, is zelfs evident. Maar dat wil niet zeggen dat een hoge schuld geen probleem is. En het oplijsten van alle schuldencrisissen mag dan een mooi vertrekpunt zijn, iedereen met gezond verstand beseft dat dat maar een klein stukje van de puzzel is. Laten we als voorbeeld ons eigen land nemen. België verschijnt in het werkstuk van Reinhart en Rogoff feitelijk als een anoniem datapuntje. Alsof dat volstaat om werkelijk te kunnen oordelen over de voorwaarden onder dewelke België erin slaagde toch te groeien, ondanks die schuld.

Heeft het feit dat Reinhart en Rogoff van hun voetstuk gevallen zijn dan helemaal geen gevolgen? Voor de personen in kwestie blijft het uiteraard een smet op hun blazoen. Zelfs de tegenstanders van het Europese besparingsbeleid erkennen dat niet elk land evenveel marge heeft om zijn economie te stimuleren door de begrotingsteugels te vieren. De uitschuiver van Reinhart en Rogoff zal het argument van een gevaarlijk schuldniveau iets verleggen. Dat betekent echter niet dat alle bedenkingen over hoge schuldposities ondergraven worden.

Centraal bankiers maken bijvoorbeeld heel goed het verschil tussen landen met schuldfinanciering in de eigen munt, en andere landen. De kredietwaardigheid blijft een cruciale beperkende factor in het beleid. Een land met een hoge schuld blijft extra kwetsbaar voor het risico van rentestijgingen. Dat rentebetalingen nu of later nuttige bestedingen verdringen, is niet onschuldig. Denk maar aan de vergrijzing.

Controverse over complexe maatschappelijke onderwerpen is onvermijdelijk en zelfs wenselijk. Zoals Keynes ooit stelde: ondanks het besef van grote onzekerheid dwingt de realiteit ons uiteindelijk om te handelen. Dit in eer en geweten, en na het beoordelen van alle plausibele argumenten. Dat sommige landen in het verleden hun schuld konden reduceren door economische groei, is fijn om weten. Maar de echte discussie begint bij de vraag in welke landen de voorwaarden voor zo’n gunstige ontwikkeling ook aanwezig zijn.

Advertentie
Gesponsorde inhoud