Geen innovatie zonder productie.

Marc Lambrecht - Robert Boute png

Om te kunnen concurreren met de lagelonenlanden moeten we bouwen aan een nieuwe industrieel ecosysteem, waar innovatie gekoppeld wordt aan productiviteit.

Niemand betwist het belang van de industrie voor de nationale economie. Maar kan onze lokale industrie concurreren met de productie in lagelonenlanden? De recente rapportering van belangrijke nieuwe lokale investeringen zoals Etex (hightechisolatie), Nike, Umicore en de pigmentenproducent Cappelle toont aan dat er wel degelijk een toekomst is weggelegd voor de industrie in Vlaanderen.

Ons concurrentievermogen is niet alleen een zaak van het drukken van de loonkosten, een aspect dat zeker onze aandacht vraagt, maar we mogen het niet overbelichten. Van cruciaal belang is het voort verstevigen van de koppeling tussen productie en innovatie. Dit is de kerngedachte van het MIT-rapport ‘Production in the Innovation Economy’, dat professor Olivier de Weck in Leuven bracht. Als we in Vlaanderen willen inzetten op innovatie is de koppeling met de industriële activiteit de kern van de zaak. Het management van bovenvermelde bedrijven benadrukt ook telkens deze binding tussen innovatie en industriële (logistieke) activiteit: Geen innovatie zonder productie. Wie een pleidooi houdt dat het verdwijnen van de industrie niet zo erg is, heeft het niet begrepen.

We moeten bouwen aan een nieuw industrieel ecosysteem, dat inspeelt op deze interactie tussen productie en innovatie. Dergelijk ecosysteem bestaat uit meerdere bouwstenen: het gaat ook over de samenwerking tussen universiteit en onderneming, de samenwerking met vakbonden, het faciliterend optreden van de overheid, het uitbouwen van een gunstige industriële infrastructuur, het koppelen van productie met de after-marketdiensten, een internationaal netwerk uitbouwen en uiteraard mogen we de factorkosten niet laten ontsporen. Als die puzzelstukjes in mekaar vallen, dan heeft onze industriële sector een mooie toekomst voor zich. Die puzzel samenbrengen is een dringend probleem, we moeten de erosie van het industrieel weefsel met alle middelen tegenhouden.

Een belangrijke vraag is welke productie hier in de toekomst zal overleven, en welk soort productie we nodig hebben. Als regel mogen we stellen dat het terughalen van de oude (naar lagelonenlanden afgevloeide) productie naar Vlaanderen niet aan de orde is. Het gaat over het creëren van nieuwe jobs in een slimme, innovatieve productie en logistieke omgeving. Hoe ziet die omgeving eruit? Een waaier van nieuwe technologieën ligt aan de basis van producten die minder arbeidsintensief zullen zijn om te produceren, meer gebruik gaan maken van synthetische grondstoffen (in tegenstelling tot de natuurlijke grondstoffen), meer oplossingen zullen bieden voor consumenten en bedrijven (niet het product staat centraal, maar de oplossing van een probleem), en geproduceerd zullen worden in een meer gedecentraliseerd netwerk van bedrijven. Elk van die punten bieden opportuniteiten maar ook bedreigingen. Een gedecentraliseerd netwerk van productie, verkoop en aankoop is een uitzonderlijk belangrijke logistieke managementuitdaging. Het product als onderdeel van een oplossing vergt onder meer een bundeling van product en naverkoopdiensten. We moeten meer aandacht hebben voor die industriële diensten, niet als kostenfactor, maar als bron van omzet en winst. Ook dat aspect moet in ons industrieel beleid ingeschreven worden. Concreet gaat het dan onder meer over technologieclusters zoals materiaal & nanotechnologie, 3D en precisieproductie, farmaceutica en bioproductie, robotica en automatisering, geavanceerde elektronica, groene productie en het ontwerp van decentrale productie- en distributienetwerken.

Het concurrentievraagstuk overstijgt met andere woorden de problematiek van ‘de loonkostenhandicap’ in aanzienlijke mate. Wat niet wil zeggen dat een competitieve kostenstructuur geen aandachtspunt meer is. Maar we moeten werken aan de opbouw van een nieuw industrieel eco-systeem, met veel puzzelstukjes die goed in mekaar moeten vallen. Het probleem is gesteld, nu is het tijd om acties te ondernemen in een geest van samenwerking. Om het met de woorden van onze MIT-collega te zeggen: ‘In order to live well, a nation has to produce well’.

 

Marc Lambrecht is verbonden aan de  KULeuven

Ronert Boute is verbonden aan de KULeuven en Vlerick Business School

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content