Het debat over straf en strafuitvoering moet in het parlement worden gevoerd

Naar aanleiding van de mogelijke vrijlating van Michèle Martin wordt een fundamenteel debat vergeten: hoe wordt in België met strafuitvoering omgegaan? Een debat dat op parlementair niveau gevoerd moet worden.

Door Kathleen Vercraeye, besstuurder departemeent communicatie Orde van de Vlaamsme Balies

Het Britse hooggerechtshof wees onlangs het verzoek tot euthanasie af van een verlamde man, ondanks zijn begrip voor diens tragische en uitzichtloze situatie, omdat ‘het niet aan de rechter maar aan de politiek toekomt de wet te veranderen’.

Wetgeven, recht doen en recht spreken gebeuren niet in een vacuüm, maar zijn ingebed in een steeds wijzigend maatschappelijk gebeuren. Het is bijgevolg aartsmoeilijk.

Vandaag beslist het Hof van Cassatie of de uitspraak van de Bergense strafuitvoeringsrechtbank over de voorwaardelijke invrijheidstelling van Michèle Martin bevestigd wordt of vernietigd. Wat het Hof ook beslist, de uitspraak zal opnieuw voor commotie zorgen. Hopelijk blijkt uit het arrest overtuigend hoe het Hof tot zijn beslissing komt en wordt er dit keer door justitie op professionele wijze gecommuniceerd, zowel met de betrokkenen als met de buitenwereld.

In het hele mediagebeuren over de mogelijke vrijlating werd een fundamenteel debat niet gevoerd: wat is het doel van een straf, hoe wordt in België gestraft en met de strafuitvoering omgegaan? Dat debat kwam er ook niet naar aanleiding van de berichtgeving over die andere zaken die onlangs de publieke opinie beroerden, zoals die van Roger Vangheluwe, de gewelddaden tegen de politie in Brussel en de dode tiener Priscilla.

Vergeetput

Het debat moet gaan over de vraag wat wij willen bereiken met een straf, meer bepaald met een gevangenisstraf. Pure vergelding? De vergeetput? Of willen wij als samenleving ook iets anders? Bescherming van de maatschappij? Herstellende en reclasserende werking van een (gevangenis)straf?

Wat gebeurt concreet met iemand die gevangen wordt gezet? Voor een korte tijd, voor tientallen jaren of levenslang? Wie interesseert dat eigenlijk?

Politici, wetgevers, magistraten, advocaten en media weten dat het huidige systeem van bestraffen en uitvoering van straffen faalt. Met de al decennialang bekende gevolgen. Enerzijds overbevolkte, vaak mensonwaardige gevangenissen - met een te grote populatie van mensen in voorhechtenis, die nog geen proces hebben gehad, en geïnterneerden die daar zeker niet thuishoren. Anderzijds gestraften die hun straf niet uitzitten.

De minister van Justitie kondigt een herziening aan van de wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling. Maar juist naar aanleiding van het proces-Dutroux werd de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling grondig veranderd. Niemand wilde immers nog dat de minister van Justitie daarover besliste. Sindsdien oordelen de strafuitvoeringsrechtbanken. De wetgever bestendigde dus wél het principe van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

De regeringsverklaring gaat ook verder in de richting van dat systeem. De aangekondigde hervormingen zetten de voorwaardelijke invrijheidstelling niet op de helling. Een verschil tussen de straf die de rechter oplegt en de strafuitvoering blijft mogelijk.

Incidentenwetgeving

Zal die aangekondigde herziening opnieuw haastige incidentenwetgeving worden of zal na rijp beraad een regelgeving tot stand komen, die dan ook de toets van de ‘abnormale’ situaties zal doorstaan? Want wetgeving wordt niet enkel gemaakt voor ‘voorzienbare’ omstandigheden maar ook voor de minder voor de hand liggende zaken. Zoals seksuele misdaden, minderjarige delinquenten, gestoorde daders. En er zal altijd wel een spanning blijven tussen rechtsregels en de toepassing ervan.

Als nu opnieuw wordt gesleuteld aan de wet, is dat een kans om een ruimer debat te voeren. Vandaag weet de rechter die een gevangenisstraf uitspreekt weinig of niets over de uitvoering van die straf. Niet alleen de rechter weet het niet. De beklaagde, het openbaar ministerie en de burgerlijke partij (het slachtoffer) evenmin. Zij weten enkel dat die straf misschien niet volledig wordt uitgezeten. Is het onjuist te stellen dat dat waarschijnlijk de straftoemeting beïnvloedt? Die straftoemeting wordt bovendien ook beïnvloed door de voorlopige hechtenis, die hoewel ze uitzonderlijk en voorlopig moet zijn, nog al te vaak misbruikt wordt en te lang is.

Het debat over straf en strafuitvoering hoort te gebeuren op parlementair niveau. De Orde van Vlaamse Balies pleit ervoor alsnog alternatieven te onderzoeken. Alternatieven die (meer) duidelijkheid bieden voor iedere betrokkene bij het proces. Waaronder minder lange straffen, die dan wél uitgevoerd worden. Onze noorderburen kunnen misschien als voorbeeld dienen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content