Is de kernuitstap een nieuwe relance of wordt het meer van hetzelfde op de energiemarkt?

©BELGA

De beslissing over de kerncentrales oogt logisch, maar investeringen naar België halen vergt meer. Investeerders moeten ook zeker kunnen zijn dat de regels weldra niet opnieuw veranderen.

Door Tinne Van der Straeten, voormalig federaal parlementslid (Groen) en advocaat bij Blixt.

Het kernkabinet heeft besloten de kerncentrales van Doel 1 & 2 te sluiten en Tihange 1 tien jaar langer open te houden. De capaciteit van Tihange 1 zal ‘ter beschikking gesteld’ worden van de markt. Voortaan zullen elektriciteitscentrales niet zomaar kunnen sluiten en zal er een offerteaanvraag uitgeschreven worden voor de bouw van een nieuwe gascentrale. De regering toont zich daarmee slagvaardig op het vlak van productiecapaciteit en bevoorradingszekerheid. Alleen, zoals altijd: the proof of the pudding is in the eating. De praktijk zal moeten uitwijzen of er echt meer spelers interesse hebben om in België te komen investeren.

De onderliggende analyses van het Uitrustingsplan geven aan dat België het hoofd moet bieden aan een dubbele uitdaging: een capaciteitstekort in geval van een piekvraag en een capaciteitsoverschot in geval van een lage vraag. In het eerste geval zijn er te weinig flexibele installaties die aangezet of opgeregeld kunnen worden om aan de piekvraag te voldoen, in het tweede geval zijn er te weinig flexibele installaties die uitgezet of afgeregeld kunnen worden. Het is de toename van hernieuwbare energie die leidt tot een grotere nood aan flexibele capaciteit: centrales die kunnen pieken op korte termijn, maar die ook gedurende een langere periode basislast kunnen produceren.

De uitstap uit kernenergie drong zich dan ook op. Een kerncentrale is vrijwel niet regelbaar en hoort minder en minder thuis in een energiemix met steeds meer hernieuwbare energie. In dat opzicht is de beslissing kerncentrales te sluiten logisch. Het ware evenwel logischer geweest om de kernuitstap onverkort uit te voeren. De verlenging van Tihange 1 is de politiek gewenste oplossing om het capaciteitstekort op korte termijn op te vangen. Maar vanuit een marktperspectief is ze minder wenselijk, zelfs al wordt de capaciteit ter beschikking gesteld. Het nucleaire aandeel wordt daardoor te beperkt afgebouwd, in verhouding met de aangroei van hernieuwbare energie. Bovendien kan ook een terbeschikkingstelling van de andere nucleaire centrales overwogen worden.

Lastenboek

Op dit ogenblik zitten zes projecten voor nieuwe gascentrales in de koelkast, omdat ze niet rendabel zijn. De redenen zijn de hogere marge op steenkoolcentrales (door de lage elektriciteits- en hoge gasprijs en de lage prijs voor CO2-uitstootrechten) en het beperkte aantal draaiuren (door het succes van hernieuwbare energie). Om toch minstens één iemand te overtuigen te komen bouwen, zal de regering een tender uitschrijven. Wie die wint, zal een beroep kunnen doen op een ondersteuningsmechanisme, zodat de investering rendabel wordt.

De focus op een gascentrale bij de regering is ook hier logisch: gascentrales zijn schoon, efficiënt én flexibel. Dat de regering haar nek uitsteekt om ze rendabel te maken, is meer dan lovenswaardig. Alleen moet ze haar geld goed besteden. Als de regering dan toch kiest voor een offerteaanvraag, moet het haar meer opleveren dan een extra gascentrale. Ze moet ook nadenken hoe zo’n offerteaanvraag de mededinging kan versterken, of hoe die centrale kan bijdragen aan het realiseren van de Europese klimaat- en energiedoelstellingen. De criteria in het lastenboek zijn belangrijk: zo zou het marktaandeel van de inschrijvers kunnen meetellen, of zou men kunnen kijken hoe zo’n centrale hernieuwbare energie mee ondersteunt.

Om de bevoorradingszekerheid te garanderen, wil de regering niet langer dat elektriciteitsproducenten zomaar hun centrales kunnen sluiten. In een vrijgemaakte markt is dat helemaal geen logische beslissing. Bovendien moet de impact nagegaan worden op prijs en milieudoelstellingen. Is het wenselijk steenkoolcentrales in bedrijf te houden? Is het wenselijk verlieslatende centrales in bedrijf te houden en daarvoor de belastingbetaler te laten opdraaien? Elia heeft als bekommernis om meer middelen ter beschikking te hebben voor de balancering van het net. Maar waarom Elia opzadelen met oude, inefficiënte en verlieslatende centrales? Waarom er niet voor zorgen dat Elia bijvoorbeeld kan beschikken over trekkingsrechten in de pompcentrale van Coo?

Regulering

Een vrijgemaakte markt staat niet gelijk aan een gedereguleerde markt. Daarom ook hecht Europa belang aan sterke en onafhankelijke regulatoren. In België hebben we er liefst vier. De gewesten en de regionale overheden hebben ze in meerdere of mindere mate de instrumenten gegeven om de waakhond te zijn van de energiemarkt. De overheden zelf zijn ook op hun actiefst: de leveranciersprijzen werden bevroren, de tariefvrijheid van de leveranciers wordt aan banden gelegd, elektriciteitscentrales zullen niet meer zomaar dicht kunnen gaan. Je zou je stilaan gaan afvragen of er nog een rol weggelegd is voor de producenten en leveranciers. Als men graag meer en diverse spelers op onze markt aantrekt - of het nu gaat over levering of productie - zal de overheid ook de hand in eigen boezem moeten steken en moet ze zorgen voor een robuust en zeker regelgevend kader, zonder te vervallen in regeldrift.

Want ook al lijken de genomen beslissingen logisch, iemand komt pas zijn centen uitgeven als hij er zeker van kan zijn dat het hem ook iets oplevert. Vooral, investeerders moeten ook de zekerheid hebben dat over een paar jaar het regelgevend kader niet opnieuw gewijzigd wordt. Uit cijfers van de Europese Commissie blijkt dat de investeringen in de energiesector de komende decennia gigantisch zijn. Om investeringen in België aan te trekken, is meer nodig dan een principiële beslissing over kerncentrales. Het is daarom nog iets te vroeg om zich op de borst te kloppen als het gaat over de Belgische energiemarkt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud