Advertentie

Japan wedt op het juiste klimaatpaard. Nu de anderen nog

Japan schrapt zijn onhaalbare klimaatdoelstellingen en oogstte daarmee veel kritiek op de klimaattop in Warschau die vandaag eindigt. Nochtans tonen de Japanners de juiste weg tegen de opwarming.

Door Bjorn Lomborg, directeur van het Copenhagen Consensus Center en professor aan de Copenhagen Business School.

De voorbije twintig jaar van internationale klimaatonderhandelingen hebben eigenlijk niks opgeleverd. Daarom is de moedige beslissing van Japan, dat zijn onrealistische klimaatdoelstellingen schrapt en zich richt op onderzoek en ontwikkeling voor groene technologie zo belangrijk. Het kan het begin zijn van de doorbraak van een slimmer klimaatbeleid.

Japan erkent dat het ondoenbaar is om zijn uitstoot van broeikasgassen te verminderen tot 25 procent onder het niveau van 1990, en dat het realistischer is dat Japan tegen 2020 3 procent meer uitstoot. Uiteraard kreeg Japan de wind van voren op de klimaattop in Warschau. VN-klimaatchef Christiana Figueres en de Europese deelnemers drukten hun ‘spijt’ en ‘ontgoocheling’ uit, China was ‘ontzet’ en milieuactivisten noemden de zet van Japan ‘schandelijk’, ‘een slag in het gezicht van de arme landen’.

Innovatie

Nochtans keert Japan gewoon een klimaatbeleid de rug toe dat de voorbije 20 jaar geen zoden aan de dijk heeft gezet: CO2-verminderingen beloven waar later niks van terechtkomt of ten hoogste verwaarloosbare verminderingen met zeer hoge en onhoudbare kosten. Bijna iedereen lijkt te vergeten dat Japan belooft om de volgende vijf jaar meer dan 80 miljard euro overheids- en privégeld te steken in de innovatie van milieu- en energietechnologie.

Die aanpak wijkt sterk af van het conventionele beleid om de opwarming te bestrijden, en stond jammer genoeg zelfs niet op de agenda in Warschau. In plaats van meer geld te steken in het subsidiëren van inefficiënte hernieuwbare energie, zouden we veel goedkopere, maar effectievere investeringen kunnen doen om nieuwe energiebronnen te onderzoeken en te ontwikkelen. Die manier is de slimste aanpak tegen klimaatverandering, en kan ook de arme landen helpen die op goedkope energie steunen om hun groei aan te drijven. Hoe ongelooflijk het ook klinkt: Japan kan de wereld wel eens de weg tonen naar het efficiënt bestrijden van de klimaatopwarming.

Petieterige resultaten

Wereldwijd wordt nu al een miljard dollar per dag uitgegeven voor de hernieuwbare energieën van vandaag. Voor 2013 komt dat neer op 359 miljard dollar (266 miljard euro). Het zou honderden keren efficiënter zijn om jaarlijks wereldwijd 74 miljard euro - een veel bescheidener bedrag! - in onderzoek&ontwikkeling (O&O) te investeren. Dat berekenden de economen van Copenhagen Consensus Center, de denktank die overheden de beste manieren voorhoudt om hun geld te spenderen om de wereld vooruit te helpen.

Toch blijft men in Warschau volharden in de hoop een wereldwijd bindend akkoord te bereiken om de CO2-uitstoot terug te dringen. Het was ook de kern van het mislukte Kyotoprotocol van 1997, waar de grootste CO2-uitstoters (China en India) niet aan deelnamen, eruit stapten (de VS), of hun beloften niet hielden (Canada).

Alleen de Europeanen en enkele andere landen blijven de aanzienlijke uitgaven voor petieterige resultaten toegewijd. De EU heeft zich ertoe verbonden om de uitstoot tegen 2020 terug te dringen tot 20 procent onder het niveau van 1990. Volgens alle beschikbare energie-economische modellen zal dat jaarlijks 185 miljard euro kosten. Aan het eind van deze eeuw - na er meer dan 15.000 miljard euro tegen aan te gooien - zal dat de voorspelde temperatuurstijging verminderd hebben met ocharme 0,05 graden.

Windmolens en zonnepanelen

Rijke landen plaatsten windmolens en zonnepanelen. Die stoten minder CO2 uit, maar blijven duur en leveren niet constant stroom. Spanje spendeert nu bijna 1 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan subsidies voor hernieuwbare energie, dat is meer dan het uitgeeft aan onderwijs. En als dat niet volstaat om hun onrealistische beloften voor uitstootvermindering op korte termijn te houden, maken sommige landen gebruik van het slecht ontworpen Clean Development Mechanism van het Kyotoprotocol.

Ook België gaf tussen 2008 en 2012 194 miljoen euro uit om in de rest van de wereld zogenaamde uitstootrechten te kopen om zijn Kyotobeloften te houden. Zo’n beleid is niet duurzaam, en het is evenmin het beleid dat de meeste landen willen volgen.

Ondanks al die klimaattoppen en de duizenden miljarden euro’s subsidies voor inefficiënte groene technologieën is de CO2-uitstoot sinds 1990 met ongeveer 57 procent gestegen. We moeten andere manieren zoeken in plaats van steeds weer op het verkeerde paard te wedden. De economische gegevens tonen dat focussen op het uitvinden van toekomstige groene energie de slimste manier is op lange termijn. Dergelijke innovatie zou de kosten drukken van de toekomstige generaties windmolens, zonnepanelen en andere verbluffende mogelijkheden.

Omschakelen

Als groene technologie goedkoper zou zijn dan fossiele brandstoffen, zou iedereen omschakelen, en niet alleen een symbolisch aantal rijken vol goede wil. We zouden dan niet nog eens een klimaattop moeten organiseren die weer niks oplevert. Een slimme oplossing zou alle landen ertoe brengen om 0,2 procent van hun bbp - dat is globaal 74 miljard euro - te besteden aan O&O voor groene energiebronnen. Analyses tonen dat dit de opwarming op middellange termijn zou kunnen temmen.

In plaats van de Japanners te kastijden omdat ze een methode laten vallen die herhaaldelijk is mislukt, zouden we moeten applaudisseren omdat ze naar het grotere plaatje kijken en zich engageren voor een beleid dat de uitdaging van de opwarming wél aankan.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud