Nietsdoen is voor Europa geen optie in het Midden-Oosten

©rv

De EU is geen wereldspeler zoals de VS en haar buitenlands beleid wordt al te vaak gegijzeld door tegenstrijdige belangen van de lidstaten. Maar in het dilemma tussen inmenging en nietsdoen, mag Europa niet aan de kant blijven staan. Zeker niet bij de ontwikkelingen in het Midden-ostende. Een duurzame oplossing moet politiek zijn en de situatie in Syrië is een cruciale factor. Op die twee gegevens moet de EU haar beleid afstemmen.

Door Brigitte Herremans, specialiste Midden-Oosten bij Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen

De ontwikkelingen in Irak vormen een nieuw hoofdstuk in de saga van de ontwrichting van het Midden-Oosten. Op 11 juni veroverde de jihadistische groep ISIS (Islamitische Staat in Irak en Syrië) met de hulp van soennitische groeperingen, de stad Mosoel en rukte ze op naar Bagdad. De Koerdische regionale regering verruimde haar territorium met de inname van de stad Kirkoek. De regering van premier Nuri al-Maliki vroeg de Verenigde Staten hulp om de opmars van ISIS te staken. De VS pasten voor luchtaanvallen en stuurden 300 militaire raadgevers ter ondersteuning van het leger.  Volgens de VS is een militaire operatie niet zaligmakend en zijn politieke hervormingen cruciaal. In deze slangenkuil ziet Europa geen belangrijke rol voor zichzelf weggelegd. In het licht van de dreigende desintegratie van de hele regio, is een pro-actieve benadering echter geen overbodige luxe.

De Europese Unie bestempelde de gebeurtenissen als onrustwekkend en sprak zich uit voor de territoriale integriteit van Irak. Op 11 juni riep ze, in een gezamenlijke verklaring met de Arabische Liga, Irak en de Koerdische regering op hun politieke en militaire krachten te verenigen tegen ISIS en de veiligheid te herstellen. Als respons op de vluchtelingencrisis  verhoogde de EU haar humanitaire hulp met 5 miljoen euro (het totaal voor 2014 komt hiermee op 12 miljoen euro). Op 23 juni bespraken de ministers van Buitenlandse Zaken de crisis, maar ze reikten geen nieuwe pistes aan. Europa schaart zich achter de visie van de VS dat Irak nood heeft aan een nieuwe, inclusieve regering. Een regering waarin niet enkel sji’ieten, maar ook soennieten en Koerden zeggenschap hebben. Het is echter weinig waarschijnlijk dat een regering van nationale eenheid op korte termijn wonderen kan verrichten.

Hefbomen

Zowel de VS als Europa werden verrast door het offensief van ISIS en hebben weinig hefbomen. De huidige crisis is een rechtstreeks gevolg van het catastrofale beleid van de VS in Irak en het falende internationale beleid in Syrië. Niet alleen de invasie van Irak in 2003, maar vooral de debaathificatie, de ontbinding van de staatsinstellingen, richtten het land te gronde. De VS verzetten zich in 2010 ook niet tegen het sektarische beleid van premier Maliki. Toen het seculiere blok Iraqiyya er niet in slaagde een regering te vormen, trok die het laken naar zich toe. Hij bracht de overheid onder zijn controle en zette de veiligheidsdiensten in tegen de soennieten. Dat soennitische stammen onontbeerlijk waren geweest in 'the surge', de operatie tegen al-Qa’ida in 2007, kon de VS niet over de schreef halen om bij hun terugtrekking in 2011 hun rechten te verdedigen. De terugtrekking kon enkel indien het land, ogenschijnlijk, stabiel was. Premier Maliki’s strategie van polarisatie zorgde ervoor dat ISIS gemakkelijk steun kon verwerven bij misnoegde soennieten en dat zich tientallen soennitische milities bij haar offensief aansloten.

ISIS kon ook groeien door het makke internationale beleid inzake Syrië. Sinds 2013 nestelde de afsplitsing van al-Qa’ida zich in de zogenaamde ‘bevrijde gebieden’ in het Noord-Oosten van Syrië. Ze probeerde de controle over de provincie Deir az-Zor te verwerven en installeerde een schrikbewind in de stad Raqqa. Hierbij ondervond ISIS weerstand van rebellengroeperingen zoals het Vrije Syrische Leger, maar ook andere jihadistengroepen, en van de lokale bevolking. Het Assad-regime liet ISIS lang ongemoeid, en kocht zelfs olie van de velden die de groepering had veroverd. Pas midden juni voerde het regime bombardementen op ISIS uit. Maar ook de internationale apathie kwam ISIS uit. Terwijl de VS en Europa debatteerden hoe en of ze de gematigde rebellen moesten bewapenen, voorzagen donoren uit de Golfstaten ISIS van gesofisticeerde wapens en cash

Beperkingen

In Syrië holt Europa achter de feiten aan. Het enige waar het tot nu in slaagde is humanitaire hulp leveren. De grootste humanitaire crisis sinds decennia confronteert Europa vooral met zijn beperkingen. In Irak dreigt nu hetzelfde scenario. Er is immers geen stevig Europees Irakbeleid. De lidstaten die meewerkten aan de Amerikaanse interventie, begonnen zich terug te trekken in 2004. Sindsdien leverde de EU voornamelijk humanitaire hulp en deed ze pogingen om de Iraakse politie te trainen. Ook na de surge liet de Unie het initiatief aan de VS. Wat kon ze immers bijdragen?

De EU is geen wereldspeler zoals de VS en haar buitenlands beleid wordt al te vaak gegijzeld door tegenstrijdige belangen van de lidstaten. Maar in het dilemma tussen inmenging en nietsdoen, mag Europa niet aan de zijlijn blijven staan. Het moet zijn beleid afstemmen op twee evidente vaststellingen: dat een duurzame oplossing politiek moet zijn en de situatie in Syrië een cruciale factor is. Er moet een regering van nationale eenheid komen en Amerikaanse en Europese hulp aan de Iraakse regering moet gekoppeld worden aan vooruitgang op politiek vlak. De EU kan haar expertise aanwenden bij het opstellen van een stappenplan met concrete benchmarks. En verder moet Europa Syrië hoger op de politieke agenda plaatsen. Samen met de VS moet het druk uitoefenen op Rusland. Zolang Rusland zijn bondgenoot in de Veiligheidsraad een hand boven het hoofd houdt, kan het Assad-regime ongestoord voortgaan met de vernieling van Syrië. Dit is koren op de molen van ISIS.

Maar bovenal moet de EU leren uit de fouten van het verleden en de juiste vragen stellen. De tijd dringt, maar beslissingen op het scherp van de snede kunnen onherroepelijke schade aanrichten. Op korte termijn lijkt het bijvoorbeeld aantrekkelijk om Iran bij een oplossing te betrekken. Dit is echter delicaat. Irak evolueerde immers naar een politiestaat door toedoen van Iran. Is het dan de aangewezen bemiddelaar? Zou het gedogen van Iraanse milities in de strijd tegen ISIS de sektarische spanningen niet doen escaleren? Toch zou het een grote stap vooruit zijn mocht Europa erin slagen om Iran constructief te engageren, zodat dit het conflict niet langer voedt. Hierbij kan het de onderhandelingen over Irans nucleaire programma als hefboom gebruiken.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect