Op weg naar een opstoot van acute hermelijnkoorts

©AFP

Voor de federale coalitie is het terugtreden van koning Albert II een electoraal geschenk uit de hemel. Want de komende maanden wacht het land wellicht een opstoot van acute hermelijnkoorts.

Door Rik Van Cauwelaert, columnist

Dat grondwetsspecialist Robert Senelle, enkele maanden geleden overleden, dit niet meer mocht meemaken: zijn bekendste student, prins Filip, die de Belgische troon bestijgt. Professor Senelle had zo zijn bedenkingen bij de leden van de koninklijke familie. Maar hij bleef wel een monarchist.

‘Mochten de grondwetgevers en het Nationaal Congres in 1830 voor de republiek hebben gekozen’, hield Senelle vol, ‘dan bestond België al lang niet meer.’

En de republikeinse gedachte werd nog geen maand na de Belgische Omwenteling, op een oktoberdag van 1830, op kordate wijze gesmoord door Alexander Gendebien.

Op die bewuste dag kwamen de scheepslossers van de Brusselse binnenhaven een vrijheidsboom planten voor het gebouw van de Staten-Generaal, het huidige parlement. De leden van het Voorlopig Bewind stapten naar het balkon om de honneurs waar te nemen.

‘Ziedaar het volk dat zijn soevereiniteit opeist’, sprak de Bruggeling Louis De Potter, held van de revolutie. Een gepikeerde Alexander Gendebien, zelf een republikein en Fransgezinde, siste hem toe: ‘De soevereiniteit berust hier, niet op de straat. Als u de republiek durft uit te roepen, gooi ik u van het balkon.’

Gendebien vreesde terecht dat het uitroepen van de republiek het einde van de Belgische Omwenteling zou betekenen, omdat de grote mogendheden dat nooit zouden toelaten.

Enkele dagen later nam een ontgoochelde De Potter ontslag als lid van het Voorlopig Bewind en van het Nationaal Congres dat koos voor ‘de truc met de constitutionele monarchie’.

De Belgische grondwetgevers hebben de koninklijke functie bijzonder strikt omschreven. Als de opstellers van de grondwet het hadden over de constitutionele monarchie als hoofd van de uitvoerende macht, dan bedoelden ze de uitvoerende macht in haar geheel, met een grondwettelijk niet-verantwoordelijke koning en de aan het parlement verantwoording verschuldigde regering. Met als gevolg dat de koning geen enkele, maar dan ook geen enkele beslissing kan nemen zonder het akkoord van zijn ministers.

Soepelheid

Wat grondwetsspecialisten als Senelle vooral aanspreekt, is de soepelheid van zo’n constitutionele monarchie. Is de vorst een hoogstaand en intelligent man, dan kan die een zekere rol spelen. Is de vorst intellectueel veeleer bescheiden, dan zal die minder op de voorgrond treden.

Paul-Henri Spaak vatte het ooit zo samen: ‘Wij betuigen de koning meer respect en achting dan gelijk wie. Het protocol eist, domweg, dat we hem geen vragen stellen, dat we alleen op zijn vragen mogen antwoorden. We omringen hem met duizend en één manifestaties van alle slag die zelfs het meest solide stel hersens op de proef zou stellen, waarna we hem - want zo staat het in de grondwet - alle macht ontzeggen.’

De meeste van Alberts voorgangers hadden moeite met die constitutionele monarchie. Leopold I noemde de Belgische grondwet een absurditeit. Albert I zag de monarchie als een kwalijke grap. De manier waarop Leopold III zijn rol zag, leidde tot de Koningskwestie. En van Boudewijn is geweten dat hij ooit een verwonderde bezoeker toevertrouwde zelf ook een republikein te zijn.

Van alle Belgische koningen is Albert II de enige die zich zonder gemor, op voorbeeldige wijze, naar het systeem heeft gevoegd. Op geen enkel moment heeft Albert II de opeenvolgende regeringen noch ‘la baraque d’en face’, zoals Leopold II het parlement bestempelde, een strobreed in de weg gelegd. Albert was goedlachs en bijzonder meegaand. Ooit werd hij beschreven als ‘de piccolo in het politieke circus’.

In ruil hebben de opeenvolgende regeringen de koninklijke familie financieel gepamperd. Niet alleen troonopvolger Filip, ook diens broer en zus kregen een prinselijk jaargeld. Geraakte de Koninklijke Schenking in financiële problemen, dan werden die discreet weggevlakt.

Gaandeweg werd de monarchie een public-relationsoefening, zij het af en toe verstoord door fratsen van prins Laurent of aanspraken van buitenechtelijke dochter Delphine.

Filip I

Als de regering het nodig achtte, werden de koning en de koningin het middelpunt van grote feestelijkheden waarbij Albert en Paola zich met hun kinderen minzaam onder het volk begaven en uit volle borst ‘Ik hou van u’ meezongen.

Zonder enige grondwettelijke ingreep liet Albert II de constitutionele monarchie herleiden tot een protocollaire monarchie. Als hij tijdens de lange formatiecrisissen in 2007 en 2010 al eens een druppel olie in het politieke raderwerk moest aanbrengen, dan volgden Albert II en zijn entourage nauwgezet de aanwijzingen van de kopstukken van de traditionele partijen.

Voor de federale regering is het aftreden van Albert II een electoraal geschenk uit de hemel. Want met de komende kroning van Filip I wacht het land een langdurige opstoot van hermelijnkoorts.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content