Politici moeten strategisch vooruitdenken.

©wim kempenaers (wkb)

De verkiezingscampagne toont aan dat de politici de snelheid van de veranderende maatschappij niet kunnen bijhouden. Daarom is de inzet van deze stembusgang tegelijk groot en klein.

Door Roland Duchâtelet

Steeds minder mensen kijken naar de verkiezingsdebatten en -folders. Het aanbod aan media en informatie is op zich al enorm, en dan komen de verkiezingen ook nog even piepen. De partijprogramma’s zijn dikker geworden en lijken ook erg op elkaar. Als er geen logo bij stond, zouden vijf op de tien burgers de programma’s niet bij de juiste partij kunnen plaatsen.

Alle partijen zijn nu ecologisch, sociaal en voor een markteconomie. Communisten zijn tot een voetnoot in het verkiezingsaanbod gekrompen. Er is wel nog een breuklijn tussen nationalisten en wereldburgers, maar die is amper zichtbaar omdat tv-debatten over details gaan, zoals de lessen die moeten worden gegeven in het tweede middelbaar.

De democratie bestaat 2.600 jaar, politieke partijen amper honderd jaar. Misschien komen we beter weg als we die politieke markt afschaffen. 95 procent van de wetten en reglementen in dit land werd bedacht toen het internet nog niet bestond. Ze zijn dus niet aangepast aan onze manier van leven.

Het politieke bedrijf kan de snelheid van de technologische evolutie niet meer bijhouden. Het land heeft nood aan een bestuur dat strategisch vooruitdenkt en zich concentreert op de kerntaken van een overheid. De stabiliteit en de groei in landen als China en Singapore tonen aan dat besturen beter lukt zonder politieke markt. En met directe democratie krijgen de burgers meer inspraak dan nu het geval is.

De inzet van de verkiezingen is tegelijk groot en klein. Onze economie heeft sinds de Tweede Wereldoorlog twee metamorfoses ondergaan. Van een gesloten economie naar een open economie; van bijna géén import en export in ons land in 1950 naar bijna niets anders dan import en export. En van een industriële economie naar een diensteneconomie.

De inzet van de verkiezingen is klein omdat wij niet gevangen zijn in dit land. Grote bedrijven zijn al gevlucht voor de veel te hoge belastingen op tewerkstelling. Kleinere bedrijven en gewone burgers doen dat nu ook. Dankzij het internet kan je vanuit eender welk land eender welke job doen waar fysieke aanwezigheid niet of slechts af en toe vereist is. Burgers zullen zich net als bedrijven vestigen waar ze zich het best voelen. Dat is een onwaarschijnlijke trendbreuk in de geschiedenis. Landen worden bestuurlijke eenheden, en de burgers kiezen hun land. Deze ondenkbare revolutie verklaart waarom de meeste politici, net zoals de meeste mensen, zich mentaal nog in de vorige eeuw bevinden.

Het goede nieuws is dus dat wij burgers gemakkelijk aan het beleid van de politici kunnen ontsnappen. Vroeger kon dat ook wel, denk maar aan de grote migraties naar Amerika in de 19de eeuw, maar toen was het niet gemakkelijk.

Achterblijvers

Voor dit land en de achterblijvers is de inzet van de verkiezingen groot. In 1950 kon je een land besturen als een ‘gesloten’ systeem. Nu zijn alle landen concurrenten en moeten ze steeds meer ijveren om de gunst te winnen van mensen met een hoog inkomen of een behoorlijk vermogen. Die betalen veel meer belastingen, wat goed is voor de staatskas. En ze geven ook ook nog eens veel meer geld uit aan restaurants, kappers en feestjes, wat erg goed is voor de tewerkstelling in de dienstensector, dus voor het geheel van de bevolking. Behalve een resultaatgerichte politie, een goed werkend gerecht en andere performante overheidsdiensten is de grootste uitdaging de overheid efficiënt maken zodat de burgers niet te veel belastingen moeten betalen.

Sinds 1957 - toen Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Gewest nog niet bestonden - is de tewerkstelling in overheidsadministratie en onderwijs samen verdrievoudigd. In dezelfde periode verminderde de tewerkstelling in de productieve sectoren dankzij automatisering, computers, mobiele telefonie en Internet. Onbegrijpelijk dat het bij de overheid in de omgekeerde richting ging. Daardoor is België wereldrecordhouder belastingen geworden, niet ideaal om ‘klanten’ - bewoners dus - aan te trekken.

Twintig jaar geleden heb ik een boek geschreven waarin stond dat we de belasting op tewerkstelling moesten vervangen door belasting op producten. De politici van toen begrepen het niet, en die van vandaag zijn het er helemaal mee eens. Maar intussen werd na Renault ook Opel en Ford gesloten. Hopelijk duurt het geen twintig jaar voor ze door hebben dat dit land geen grenzen meer heeft.

Roland Duchâtelet is voorzitter van Melexis

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content