Protest overstijgt links en rechts

We zijn het eens met de analyse van Occupy Wall Street, de indignados en minister Guy Vanhengel - jawel - dat het financieel en bancair systeem een soort Far West is geworden. Het bewijst dat de crisis de klassieke links-rechtstegenstelling stilaan overstijgt.

Door David Van Reybrouck en Dirk Jacobs. Beiden behoren tot de initiatiefnemers van de G1000.

Toen we eind jaren tachtig op de universiteitsbanken belandden, klaagde menig professor over de makke a-politieke houding van de studenten. Dan hoorde je steevast nostalgische verhalen over de golf van activisme in de jaren zestig en zeventig. Beste oud-professoren, we hebben u op uw honger laten zitten. Maar nu lijkt er wel degelijk iets aan de hand te zijn, bij de huidige jonge generatie. Maar niet alleen bij hen.

Laten we ons niet blind staren op de indignados alleen, en al helemaal niet op de delegatie die op Brussel is afgestapt. Voor velen zijn die in het beste geval sympathiek en in het slechtste geval bedreigend anarchistisch.

Hoewel ze - zeker met beelden van een vernielde oud-universiteitsbibliotheek - gemakkelijk in de hoek te duwen vallen van het spreekwoordelijke ‘langharig werkschuw tuig’, bestaat er ook buiten het straatprotest veel begrip voor de beweging.

Dat is wellicht omdat ze, net zoals de wat doelgerichter Occupy Wall Street-campagne, een grotendeels juiste analyse maakt van wat er misloopt met ons stuurloze politiek en economisch bestel en ze tenminste een vuist maakt. Het is geen nakende heruitgave van mei 1968, want het ongenoegen zit veel dieper.

De westerse wereld zit in de greep van een op hol geslagen casinokapitalisme, dat vaak mijlenver staat van de reële economie, maar ondertussen wel tot een neerwaartse spiraal en groeiende sociale ongelijkheid leidt.

MIDDENKLASSE

De Occupy Wall Street-slogan dat 99 procent van de Amerikaanse bevolking lijdt onder een systeem dat amper 1 procent van de bevolking echt ten goede komt, is helaas geen overdreven retoriek.

Nu in het Westen ook de middenklasse, en vooral de hoger opgeleide jongeren, de gevolgen van de financiële crisis aan den lijve begint voelen, is er een voedingsbodem voor snel groeiende politieke onvrede.

Henry Ford zei ooit: ‘Het is maar goed dat de mensen het bank- en monetaire systeem niet snappen. Deden ze dat wel, dan geloof ik dat er nog voor morgenochtend revolutie zou zijn’. Weinigen begrijpen het financieel systeem, maar ook zonder die kennis vinden steeds meer mensen het samen met de Nobelprijswinnaar Economie Joseph Stiglitz wraakroepend ‘dat de verliezen gesocialiseerd worden en de winsten geprivatiseerd’.

VANHENGEL

Dat we in een fase van de crisis beland zijn die de klassieke links-rechtsbreuklijn stilaan ontstijgt, mag blijken uit dit fragment van een opmerkelijke statusupdate van ontslagnemend minister van Begroting Guy Vanhengel (Open VLD) op Facebook: ‘Ik ben kwaad wanneer ik zie hoe de globalisering heeft geleid tot een totaal gebrek aan regulering, waardoor het financieel en bancair systeem wereldwijd een soort Far West is geworden, waar de cowboys op gewelddadige wijze de wet stellen. Ik ben woest wanneer ik zie hoe sommige beleidsverantwoordelijken zich, binnen en buiten de politiek, wentelen in de onmetelijke lichtheid van hun bestaan, nalaten te doen wat moet en meer met marketing dan met beleid bezig zijn’.

G1000

We moeten vermijden dat de economische crisis ons in een jaren dertig-scenario stort, waarin extreem nationalisme en xenofobie toenemen en ons democratisch systeem nog meer onder druk komt te staan.

In het G1000-manifest maakten we de analyse dat de politieke wereld verlamd geraakt is door de combinatie van een logica van particratie en een steeds beweeglijker electoraat. De politieke betrokkenheid van burgers is, blijkens onderzoek zoals de European Values Study, toegenomen, maar het vertrouwen in politici neemt stelselmatig af. Dat zou de politieke partijen, die gevangen zitten in een keurslijf van electorale berekening, tot een gewetensonderzoek moeten aanzetten in het besef dat er moeilijke (en dus ook gevaarlijke) tijden op ons afkomen. De burger is steeds mondiger maar ook gefrustreerd. Hij uit dat vaak in schreeuwgedrag op blogs en sociale media. Het burgerinitiatief G1000 wil dat we politieke participatie niet beperken tot deelname aan verkiezingen, maar dat we ook daarbuiten weer leren met elkaar te overleggen, luisteren en redeneren in het algemeen belang.

We zijn voldoende bescheiden om te weten dat de G1000 maar één stap in die richting is. Als we er onverhoopt in zouden slagen effectief enkele honderden van de gerekruteerde mensen op 11 november samen te brengen om met elkaar te delibereren, dan beschouwen we het hele proces als een succes.

Sommige sympathisanten van de indignados en Occupy Wall Street verwijten ons dat we met onze aanpak geen vuist maken. Dat is juist. Ieder zijn rol. De G1000 wil in de eerste plaats inclusief zijn: de meest diverse burgers met elkaar laten nadenken over de uitdagingen die op ons afkomen. Vuisten zijn nodig, maar handen ook, anders krijg je kramp.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect