Realisme dicteert verloop financiële hervormingen

In een omgeving die zich steeds minder leent tot grote hervormingen van het financieel kapitalisme, zullen drie voorwaarden de verdere discussies over financiële regelgeving bepalen: sterkere en hervormde internationale instellingen, integratie van de kapitaalmarkten en meer capaciteit om het financiële systeem te monitoren.

Door Nicolas VERON, senior fellow bij de denktank Bruegel in Brussel en visiting fellow aan het Peterson Institute for International Economics in Washington.

Terwijl het lawaaierige debat over macro-economische onevenwichten en wisselkoersen het toneel domineerde op de recente G20-top, hebben de deelnemers in Seoel ook een belangrijke mijlpaal neergezet voor de financiële regelgeving. Immer relevant, nu de ontwikkelingen in Ierland nogmaals onderstrepen welke risico’s de banksector kan scheppen voor de financiële stabiliteit.

De wereldleiders hebben symbolisch een cyclus volgemaakt van intensieve globale discussies die twee jaar geleden begon met de eerste G20-top in Washington. Het prominentste thema was toen dat men zich schaarde achter het Basel III- akkoord over bankkapitaal en liquiditeit, dat zijn beslag kreeg in september van dit jaar. Dat akkoord verstrakt vroegere vereisten aanzienlijk en levert de wereldleiders een handige gelegenheid om ‘opdracht volbracht’ te roepen en zich op andere kwesties te richten.

In heel wat opzichten is de speelruimte voor wereldwijde financiële hervormingen kleiner aan het worden. In de Verenigde Staten luidde de installatie van de Dodd-Frank Act in juli het einde in van belangrijke wetgevende activiteit op dat domein. En de meeste opkomende landen zijn noch bereid noch klaar om de stok van het globaal leiderschap ter hand te nemen.

Officieel blijven verschillende thema’s rond financiële regulering op de agenda staan. Maar het wil toch wel wat zeggen dat de Franse president, Nicolas Sarkozy, die net het voorzitterschap van het G20-proces heeft opgenomen, geen enkel thema vermeldde - met uitzondering van de grondstoffenmarkten toen hij in augustus zijn prioriteiten uit de doeken deed.

Wat een contrast met twee jaar geleden, toen financiële hervormingen de G20-agenda domineerden en heel wat politieke leiders, vooral in Europa, enthousiast waren voor een wereldwijde harmonisering van de financiële regels.

Het globaal financiewezen kan niet op een realistische manier worden onderworpen aan één enkel regelboek. Het Baselakkoord zelf stelt een minimumnorm, geen optimale norm. Verschillende rechtsgebieden, van Zwitserland tot China, overwegen strengere vereisten. De procedures om grote bankencrisissen te voorkomen of te beheersen blijven zeer heterogeen. Dat gaf de Financial Stability Board (FSB), die ’s werelds financiële toezichthouders coördineert, trouwens toe in een rapport aan de top in Seoel. De globale boekhoudnormen zullen waarschijnlijk veel trager en in verspreide slagorde naar elkaar toegroeien dan algemeen verwacht voor de crisis toesloeg.

INGEBAKKEN

Dat is allemaal niet noodzakelijk rampzalig, al betekent het wel dat concurrentiële scheeftrekkingen en regulatoire arbitrage ingebakken blijven in het systeem. Niet alle regelgeving hoeft echter ook globaal te gelden, aangezien heel wat financiële activiteiten, vooral in het retailban- kieren, hoofdzakelijk binnen landsgrenzen blijven. Of in het geval van de Europese Unie: binnen een regio. In deze ietwat ingeperkte context zal de volgende fase van gesprekken over globale financiële regulering vorm krijgen door drie breed werkende voorwaarden.

Om te beginnen moet het systeem van internationale instellingen worden versterkt en aangepast. Zoals ook geldt voor landen afzonderlijk, rechtvaardigt de technische aard van financiële regelgeving dat ze wordt gedelegeerd naar gespecialiseerde organen van experts. Maar uiteraard kan dat slechts werken als hun autoriteit wordt erkend door de vele stakeholders.

Naarmate de financiële wereld meer multipolair wordt, moeten opkomende economieën meer macht krijgen in het bestuur. Het klopt dat de publieke aandacht zich gericht heeft op zulke hervormingen bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Maar andere belangrijke instellingen, zoals de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) en de International Accounting Standards Board (IASB), lopen zelfs nog verder achterop als het erop aankomt landen als China, India en Brazilië een adequate vertegenwoordiging te geven in de organisatie.

Verschillende instellingen zijn ook te weinig transparant of zijn te weinig verantwoording verschuldigd. Zo moet de IASB het vertrouwen terugwinnen van de beleggersgemeenschap, wiens belangen ze de voorbije jaren te weinig ter harte heeft genomen. Het Baselcomité moet de buitenwereld meer inkijk geven, en de FSB moet zijn rol en zijn status verduidelijken. Dat betreft ook zijn relatie met de BIS, want die blijft tot nader order ambigu.

Een tweede voorwaarde is dat inspanningen moeten worden geleverd om de wereldwijde integratie van de kapitaalmarkten te ondersteunen. Dat proces brengt immers zowel spaarders als ontleners aanzienlijke economische voordelen. De aan de gang zijnde herregulering van belangrijke infrastructuur voor transacties en informering, zoals handelsplatformen en clearingplatformen, ratingagentschappen en auditfirma’s, werd noodzakelijk door de crisis maar draagt ook het risico op fragmentering in zich. Die risico’s zullen naarmate de tijd verloopt wellicht meer aan de oppervlakte komen.

Als men markten grensoverschrijdend naadloos op elkaar wil afstemmen, is daar een hogere mate van globale integratie van regelgeving en toezicht mee gemoeid dan voor pakweg retailbanken. In dat opzicht heeft de FSB gelijk om te pleiten voor een specifiek regelgevend kader voor de meest globaal actieve zakenbanken, die immers een cruciale rol spelen als tussenpersoon op de kapitaalmarkten over de grenzen heen.

KWETSBAARHEID

De derde vereiste is dat de capaciteit voor het publiek monitoren van het wereldwijde financiële systeem heel veel moet verbeteren. Dat is nodig om kwetsbaarheden in het systeem te traceren en om na te gaan of globale engagementen daadwerkelijk en goed geïmplementeerd worden. Zo valt op dat er momenteel geen gepaste procedure bestaat om er voor te zorgen dat landen die zich daartoe hebben verbonden, globale normen voor boekhouden of voor bankkapitaal ook daadwerkelijk doen naleven. Het IMF, de BIS en de FSB spelen allemaal hun rol, maar er blijven toch heel wat gaten, onder meer door een gebrek aan publieke kennisgeving door individuele ondernemingen en overheden.

De harde realiteit van de wereld na de crisis laat weinig ruimte voor gebakken lucht rond een radicaal heruitvinden van het financiële systeem. De hierboven opgelijste ‘sine qua nons’ scheppen al met al toch maar een behoorlijk beperkte agenda. Maar zelfs dan zullen de G20-leiders al heel wat applaus verdienen als ze de komende jaren die dunne agenda kunnen realiseren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content