Verdeeldheid bij de ECB is gif voor de markten.

©REUTERS

2016 is begonnen en de voorspelling van ECB-voorzitter Mario Draghi dat de ECB haar inflatiedoelstelling van iets minder dan 2 procent zal halen, stuit op meer en meer scepticisme. Daar is ook alle reden toe.

Melvyn Kraus is emeritus hoogleraar New York University

De inflatie in de eurozone zit ver onder de doelstelling en afgaand op het magere stimuleringspakket dat de raad van bestuur van de ECB in december stemde, lijkt de centrale bank van Europa niet echt gehaast om iets aan de toestand te doen.

Dat is spelen met vuur. De perceptie van een ECB die onverschillig staat tegenover haar inflatiedoelstelling vergroot het gevaar dat de eurozonemarkten in een deflatoire mood komen die de huidige slabakkende inflatie omzet in een feitelijke deflatie. Precies om dat te voorkomen, is er een nieuwe monetaire stimulus nodig.

Het probleem van de ECB is niet Mario Draghi. Die heeft in woord en daad getoond dat hij bereid is onpopulaire en onconventionele dingen te doen om de inflatie op te krikken. Nee, het probleem is de raad van bestuur. Die is doordesemd met gevestigde belangen en eigen agenda’s.

De haviken bijvoorbeeld, geleid door de Duitse Bundesbank, zijn bezig met een soort guerrilla-oorlog om de inflatiedoelstelling te verlagen van lichtjes onder de 2 procent naar een veel lager cijfer.

Altijd komen ze voor de dag met ‘sociaal aanvaardbare’ redenen voor hun oppositie tegen nieuwe versoepeling - zoals: vorige versoepelingen moeten tijd krijgen om te werken. Maar hun bottomline is dat hoe lager de inflatie, hoe liever ze het hebben.

De Duitse havik en voormalig bestuurder Nout Wellink gaf het na zijn pensionering ooit onverhoeds toe in een kranteninterview, toen hij beweerde dat er niks mis is, ja zelfs heel wat goed is aan deflatie (volgens Wellink drijft deflatie de consumptie op).

Dat is slechte economie, en toch geloven de ECB-haviken dat echt, niettegenstaande ze dure eden zweren pro de inflatiedoelstelling van 2 procent.

De haviken waren lange tijd de harde kern van de weerstand tegen monetaire stimulus in de raad van bestuur. Onlangs echter, met het groeiende belang van de depositorente in de gereedschapskist van de ECB, hebben ze in hun oppositie het gezelschap gekregen van een groep die ik de ‘bankprotectionisten’ noem.

Bankwinsten

Dat zijn nationale centrale banken zoals de Banque de France die uit zijn op het beschermen van de winsten van de banken, wat ook de gevolgen mogen zijn voor de geloofwaardigheid van de ECB om haar inflatiedoelstelling te bereiken, en die een daling van de al negatieve depositorente beschouwen als een heffing op de bankwinsten.

Op de bewuste vergadering van december konden de bankprotectionisten de verlaging van de depositorente beperken tot een magere 10 basispunten, ook al wisten ze dat dat een stijging van de euro betekende en een tegenslag voor de geloofwaardigheid van de ECB. Het kon ze gewoon niet schelen.

Snijden in de depositorente is het meest effectieve wapen in het arsenaal van de ECB geworden om de euro naar beneden te krijgen zonder een totale valuta-oorlog te ontketenen met de handelspartners. Daarom zijn de bankprotectionisten een nog grotere bedreiging geworden voor de inflatiedoelstelling en de geloofwaardigheid van de ECB dan de haviken. Bijna iedereen vindt dat hun leider, Bundesbank-voorzitter Jens Weidmann, invloed heeft verloren.

Wie de strijd wint tussen de bankprotectionisten en de ECB-top over verdere verlagingen van de depositorente, zal voor een groot stuk het lot van de ECB- geloofwaardigheid bepalen in 2016.

Wie de strijd wint tussen de bankprotectionisten en de ECB-top over verdere verlagingen van de depositorente, zal voor een groot stuk het lot van de ECB-geloofwaardigheid bepalen in 2016. Als het voor de ECB onmogelijk wordt om gebruik te maken, of voldoende gebruik te maken van een van haar sterkste wapens tegen slabakkende inflatie, zal haar geloofwaardigheid een forse tik krijgen.

Een oud gezegde luidt dat je een paard naar het water kan leiden maar dat je het niet kan doen drinken. Voor velen in de markten komt wat er op die vergadering in december gebeurde er op neer dat Draghi het paard leidde, maar dat de raad van bestuur verhinderde dat het dronk.

Zo’n verdeeldheid in de centrale bank is gif voor de markten. Als de ECB-top en de rest van de raad van bestuur blijven overkomen als verdeeld, zal Draghi’s voorspelling dat de ECB de komende jaren haar inflatiedoelstelling zal halen, buitensporig optimistisch blijken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect