Westen staart zich blind op eigen ‘verhaal' van democratie

Bij de interventie in Libië speelt een door het Westen gecultiveerd, foutief ‘verhaal’ dat stelt dat de revoluties in de Arabische wereld een liberale democratie als doel hebben, wars van de grote verschillen tussen de landen.

Door George Friedman, CEO van Stratfor, het grootste bureau voor strategische analyses en voorspellingen. Friedman publiceerde onder meer 'The Next 100 Years', 'The Next Decade', 'America's Secret Wars' en 'The Future of War'.

Het staat buiten kijf dat de militaire interventie in Libië bedoeld is om Khadaffi’s vijanden te beschermen tegen zijn leger. De bescherming van de rebellen tegen Khadaffi’s wraak, gekoppeld aan aanvallen op infrastructuur van Khadaffi, leidt tot het logische besluit dat de alliantie een regimewissel wil, dat ze Khadaffi wil vervangen door een regering van de rebellen.

Maar dat zou te veel weg hebben van de invasie van Irak tegen Saddam Hoessein, en de VN en de alliantie gaan niet zo ver in hun retoriek, los van de logica van hun acties. Het expliciete doel van de interventie is Khadaffi te beletten zijn vijanden af te slachten, die vijanden te steunen, maar de verantwoordelijkheid voor het resultaat in handen te laten van de rebellen. Met andere woorden - en dat vergt echt heel wat uitleg - ze willen tussenbeide komen om Khadaffi’s vijanden te beschermen, ze zijn bereid die vijanden te steunen (al is niet duidelijk hoe ver ze willen gaan), maar ze willen niet verantwoordelijk zijn voor het resultaat van de burgeroorlog.

Om deze logica te begrijpen moeten we even stilstaan bij de recente gebeurtenissen in Noord-Afrika en de Arabische wereld, en de manier waarop westerse regeringen die gebeurtenissen interpreteren. Over de opstanden die zich verspreidden van Tunesië naar Egypte en naar het Arabisch schiereiland zijn drie veronderstellingen gemaakt. Het gaat om een brede volksopstand tegen bestaande regimes, veeleer dan om ongenoegen van gefragmenteerde minderheden. Met andere woorden, het gaat om volksrevoluties. Die revoluties hebben allemaal een democratische maatschappij als doel. En het soort democratie dat men er wil, heeft veel weg van de Europees-Amerikaanse democratie: een grondwettelijk systeem dat westerse democratische waarden ondersteunt.

CAMERA’S

De landen met opstanden zijn evenwel erg verschillend. In Egypte zoemden de camera’s in op de demonstranten, maar hadden ze weinig aandacht voor de overgrote meerderheid in het land die niet opstandig was. In tegenstelling tot Iran in 1979 was er geen massaal protest van de middenstand en de arbeiders. Of die de demonstranten op het Tahrirplein daadwerkelijk steunden, is giswerk. Het kan, maar de betogers waren maar een kleine fractie van de Egyptische maatschappij. Ze streven duidelijk een democratie na, maar veel minder duidelijk is of ze daarmee een liberale democratie bedoelen. In Egypte is het zonneklaar dat zowat niemand wilde weten van Moebarak, maar is het niet duidelijk of het regime in zijn geheel werd verworpen. De vraag blijft: wat nu?

In Bahrein is de meerderheid van de bevolking sjiitisch en is de haat tegen het soennitische regime overduidelijk. We moeten aannemen dat de betogers de sjiitische macht aanzienlijk willen vergroten, en verkiezingen zouden die klus moeten klaren. Maar of ze een liberale democratie willen die overeenstemt met de VN-doctrines over mensenrechten, is maar de vraag.

Het idee dat oppositie tegen de regering neerkomt op steun aan de liberale democratie is in alle gevallen een forse overdrijving. Het is evenmin vanzelfsprekend dat wat de demonstranten zeggen voor de camera’s ook is wat ze werkelijk willen. Nog problematischer is het idee dat de betogers in de straten de algemene volkswil vertegenwoordigen.

MANOEUVRE

Niettemin is er een ‘verhaal’ ontstaan over wat zich in de Arabische wereld afspeelt, en dat is het kader geworden waarin over de regio wordt gedacht. Het zegt dat daar democratische revoluties (in de westerse betekenis) tegen onderdrukkende regimes woeden. Het Westen moet die opstanden vriendelijk ondersteunen. Dat houdt in dat het die niet moeten sponsoren, maar tegelijk wel moeten optreden om te voorkomen dat de oppressieve regimes ze zouden verpletteren.

En dat is een complex manoeuvre. Volgens deze theorie zal westerse steun aan de rebellen uitdraaien op een nieuwe fase van westers imperialisme. Maar de opstandelingen niet steunen zal een verraad zijn van fundamentele morele principes. De accuraatheid van het ‘verhaal’ terzijde, is het niet makkelijk deze twee principes te verzoenen - maar het is wel heel aantrekkelijk voor Europeanen, met hun ideologische voorkeur voor ‘soft power’.

Het Westen heeft op de slappe koord gewandeld tussen deze twee tegengestelde principes, en in Libië is het van de koord getuimeld. Volgens het ‘verhaal’ waren de gebeurtenissen in Libië de zoveelste in de reeks democratische opstanden, maar in dit geval onderdrukt met een brutaliteit die buiten het toelaatbare valt. Bahrein viel klaarblijkelijk binnen het toelaatbare en Egypte was een succes, maar in het geval van Libië kon de wereld niet langs de zijlijn blijven staan terwijl Khadaffi een democratische opstand vernietigde. Dat de wereld meer dan 40 jaar aan de kant stond terwijl Khadaffi zijn eigen volk en andere volkeren brutaliseerde, is nu blijkbaar niet aan de orde. In het ‘verhaal’ is Libië niet langer een geïsoleerde tirannie, maar een onderdeel van een wijdverspreide beweging - en een waarin de morele integriteit van het Westen tot in het extreme op de proef wordt gesteld. Nu is anders dan toen.

VERWRONGEN

Natuurlijk liggen het ‘verhaal’ en de realiteit ver uit elkaar. Natuurlijk heeft de onrust in Tunesië en Egypte de tegenstanders van Khadaffi aan het denken gezet over opportuniteiten. En het schijnbare gemak waarmee de Tunesische en Egyptische opstandelingen hun slag thuishaalden, heeft hen een zeker vertrouwen gegeven. Maar het zou een enorme vergissing zijn de gebeurtenissen in Libië te beschouwen als een massale liberaaldemocratische opstand. Het ‘verhaal’ moet al worden verwrongen om te kloppen voor de meeste landen, maar in Libië gaat het compleet de mist in.

De Libische opstand bestaat uit een cluster van stammen en personaliteiten, sommigen in de Libische regering, sommigen in het leger en vele anderen die sinds lang tegenstanders van het regime zijn. Allen zagen ze hun kans schoon. Hoewel velen in westelijke gebieden van Libië, met name in de steden Zawiya en Misurata, zich identificeren met de oppositie, vertegenwoordigen ze niet het hart van de historische oppositie tegen Tripoli die je in het oosten aantreft. Deze streek, voor de onafhankelijkheid van Libië bekend als Cyrenaica, is de kern van de oppositie. Ze zijn wellicht enkel met elkaar verbonden door hun weerstand tegen Khadaffi, hebben geen gemeenschappelijke ideologie en zijn zeker geen voorstander van een democratie naar westers voorbeeld. Ze zagen eerder een kans om meer macht te verwerven, en hebben die kans proberen te grijpen.

Het ‘verhaal’ wil dat Khadaffi snel zou moeten zijn omvergeworpen, maar dat is niet gebeurd. Hij had integendeel stevige steun van sommige stammen en bij het leger. Al die aanhangers hadden veel te verliezen als hij zou verdwijnen. Collectief bleken ze veel sterker dan de oppositie, ook al werden ze in eerste instantie teruggeslagen. Tot ieders verrassing sloeg Khadaffi niet alleen niet op de vlucht, hij ging zelfs in de tegenaanval en dreef zijn vijanden terug.

IDIOOT

Nochtans had dit de wereld niet zo erg mogen verrassen. Khadaffi heeft Libië de voorbije 42 jaar niet geregeerd omdat hij een idioot was, noch omdat hij geen steun had. Hij zag er nauwgezet op toe zijn vrienden te belonen en zijn vijanden pijn te doen en te verzwakken, en zijn aanhangers waren met velen en gemotiveerd. Een van de onderdelen van het ‘verhaal’ is dat de tiran enkel overleeft door bruut geweld en dat de democratische opstand hem zonder omwegen verplettert. De tiran had in dit geval echter heel wat steun, de oppositie was niet bepaald wat je democratisch zou kunnen noemen, en het was Khadaffi die hen verpletterde en niet omgekeerd.

Naarmate Khadaffi Benghazi in het nauw dreef, verschoof de teneur van het ‘verhaal’ van de triomf van de democratische massa naar de noodzaak om hen te beschermen tegen Khadaffi - vandaar de urgente oproep voor luchtaanvallen. Dat werd dan weer getemperd door terughoudendheid om beslissend op te treden met grondtroepen, het Libische leger aan te pakken en de macht te laten aan de rebellen. Elk imperialisme moest worden vermeden, door het minimum te doen om de rebellen te beschermen maar ze te bewapenen om Kha- daffi te kunnen verslaan. Bewapend en getraind door het Westen, meester in de lucht door buitenlandse vliegtuigen - dat was de arbitraire lijn die de nieuwe regering kan toelaten geen westerse handpop te worden.

ONENIGHEID

Feitelijk steunt het Westen nu een heel verscheiden en soms wederzijds vijandige groep stammen en individuen, verbonden door weinig meer dan hun vijandigheid jegens Khadaffi. Het kan dat zij met de tijd een slagkrachtige eenheid zullen smeden, maar het valt moeilijk te geloven dat ze de troepen van Khadaffi binnen afzienbare tijd zullen verslaan, laat staan samen Libië regeren. Er is gewoon te veel onenigheid tussen hen. Voor een stuk heeft net die verdeeldheid het Khadaffi mogelijk gemaakt zo lang aan de macht te blijven. Weinig kans dat het Westen hen orde kan opleggen zonder hen te regeren. Het herinnert aan Karzai in Afghanistan: gezalfd door de Amerikanen, gewantrouwd door bijna heel het land en ondersteund door een onhandelbare coalitie.

Uiteraard spelen nog andere factoren in Libië, zoals olie, de NAVO op zoek naar een rol, en de Arabische Liga die door haar steun aan het vliegverbod het Westen de kans gaf met de Arabische wereld samen te werken. Maar het zou fout zijn te denken dat die tijdelijke belangen de overhand hebben genomen op het ideologische verhaal, de echte overtuiging dat je kan laveren tussen humanitarisme en imperialisme, dat je kan interveniëren in Libië op humanitaire gronden zonder je te bemoeien met de interne zaken.

IRAK

De vergelijking met Irak ligt voor de hand. Beide landen hadden een monsterlijke dictator. Beide waren het voorwerp van een vliegverbod. Maar dat schrikt de dictator niet af. Na verloop van tijd evolueert dat naar een massale interventie, waarbij de regering wordt opzijgeschoven en de oppositie in een interne burgeroorlog belandt en tegelijk de bezetters aanvalt. Libië zou natuurlijk ook kunnen evolueren zoals Kosovo, waar enkele maanden bombarderen volstonden om de regering de provincie te doen opgeven. Maar het ging dan ook maar om een provincie. In het geval van Libië wordt Khadaffi eigenlijk gevraagd alles op te geven, net zoals zijn aanhangers - en dat is andere koek.

Ik denk dat oorlog voeren uit nationaal belang heel soms noodzakelijk is. Ten strijde trekken om ideologische redenen vergt echter een duidelijk begrip van de ideologie en een nog klaardere kijk op de realiteit ter plekke. Bij deze interventie in Libië is de ideologie niet kristalhelder, gewrongen als ze zit tussen het concept van zelfbeschikking en de plicht om tussenbeide te komen om de geprefereerde factie te beschermen. Rond de toestand ter plekke hangt zelfs nog meer mist. De realiteit van democratische opstanden in de Arabische wereld is veel ingewikkelder dan het ‘verhaal’ er van maakt, en de toepassing op Libië loopt gewoon mank. Er is oproer, maar oproer bestaat in vele gedaanten, waarvan democratisch oproer er maar één van is.

DIMENSIE

Telkens wanneer je intervenieert in een land, wat je intenties ook mogen zijn, kom je altijd tussenbeide aan iemands zijde. In het geval van Libië komen de Amerikanen, de Fransen en de Britten tussenbeide ten voordele van een slecht omlijnde groep van wederzijds vijandige en wantrouwige stammen en facties die er tot dusver niet in geslaagd zijn samen te werken in een militaire macht van betekenis. De interventie kan best lukken. Maar de vraag is of het resultaat zal leiden tot een moreel meer hoogstaande natie.

Er wordt gezegd dat niks erger kan zijn dan Khadaffi. Maar Khadaffi is geen 42 jaar aan de macht geweest omdat hij louter een dictator was die geweld pleegde op onschuldigen, maar eerder omdat hij zich richt tot een heel reële en machtige dimensie van Libië.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud