opinie

'Wir schaffen das'

‘Wir schaffen das’ - het lukt ons wel. Met die woorden is de Duitse regeringsleider Angela Merkel goed op weg om zich een plaats in de geschiedenisboeken te veroveren.

Georgi Verbeeck is hoogleraar Duitse geschiedenis

©rv

Nauwelijks een paar weken werd diezelfde Merkel nog voorgesteld als de ijzeren kanselier die de Grieken op het altaar van de Duitse hardvochtigheid offerde. Nu wordt Duitsland juist geroemd om zijn naar Europese maatstaven ongeëvenaarde gastvrijheid in de vluchtelingencrisis. Plots is het beeld van het ‘foute Duitsland’ verdwenen. Het helles Deutschland haalt het op het dunkles Deutschland. Geen enkel land in Europa, wat zijn beleid ten aanzien van migranten of asielzoekers ook mag zijn, wordt zo met de maatstaven van het verleden afgerekend als Duitsland. Wat is er aan de hand dat Duitsland zo in het middelpunt van de Europese vluchtelingencrisis staat, en nu eens niet als boeman, maar juist bewonderd wordt om zijn vriendelijke gezicht?

Merkels uitspraak - met in haar kielzog bijna de volledige politieke elite in het land - staat bol van de historische referenties. En ook dat is typisch Duits. Het gaat ons lukken, zegt ze, net zoals het ons minstens twee keer eerder is gelukt om grote veranderingen in goede banen te leiden. Na de oorlog slaagde het verwoeste en verdeelde land erin zonder noemenswaardige kleerscheuren niet minder dan 12 miljoen vluchtelingen uit het Oosten op te vangen. Zowat een vijfde van de bevolking in West-Duitsland was uit zijn vroegere Heimat verdreven. Het ging dan weliswaar om ‘volksgenoten’, maar dat maakte de sociale en culturele verschillen er niet veel minder op. Hun integratie ging in het begin ook niet zonder slag of stoot.

Toch is het land, in oneindig veel moeilijker omstandigheden dan nu, die uitdaging te boven gekomen. Ook de vluchtelingenstromen in de jaren 90, na het opengaan van de grenzen in Europa en de oorlogen in de Balkan, heeft het land overleefd. Niets, zo luidt de boodschap nu, staat in de weg om er opnieuw een succes van te maken.

Gul gebaar

De vergelijking met de naoorlogse periode en met de tijd na de Duitse eenmaking gaat niet helemaal op. Toch zit in de verwijzing naar de geschiedenis een sterk moreel appel. Duitsland heeft in het verleden bewezen dat het grote uitdagingen de baas kan, en zal dat ook in de toekomst doen. Het gulle gebaar naar de nieuwkomers toe bergt ook enige nationale trots in zich.

Dat angstige en op de vlucht gedreven mensen van waar ook ter wereld juist Duitsland als baken van hoop en van nieuwe kansen zien, het is ooit anders geweest. De stroom vluchtelingen die naar Duitsland trekt en andere landen zo snel mogelijk achter zich wil laten, men kan het ook beschouwen als een groot compliment aan het adres van de Duitsers. Duitsers nu eens in een internationaal gunstig daglicht: het is wennen zowel voor henzelf als voor de anderen.

Maar er worden ook economische redenen ingeroepen om gastvrijheid te bepleiten. De nieuwkomers zouden opkomende schaarste in verschillende sectoren van de arbeidsmarkt kunnen opvullen. En ook demografisch kunnen ze een zegen zijn. Vooral in het oosten van Duitsland is van een bevolkingsafname sprake.

In principe had de Bondsrepubliek een uiterst liberale grondwet die het recht op asiel voor politiek vluchtelingen garandeerde, maar voor oorlogsvluchtelingen en voor diegenen die zich eerst in zogenaamde ‘veilige derde landen’ bevonden, geldt dat sinds de jaren 90 niet meer. Het land oefent vooral door zijn hoge welvaart een grote aantrekkingskracht uit op de vluchtelingen. Van de rijke landen in Noord- en West-Europa speelt alleen Zweden een vergelijkbare rol.

Ongemakkelijke realiteit

Duitsland heeft te lang de ogen gesloten voor een ongemakkelijke realiteit. Officieel wilde het geen immigratieland zijn, feitelijk was het dat natuurlijk wel. Een immigratieland als bijvoorbeeld Canada was het niet, maar de integratie van nieuwkomers was er daarom niet minder een probleem om. Naast de puur menselijke aspecten heeft de vluchtelingenproblematiek nu ook de economische uitdagingen op de agenda geplaatst, en nu voor het eerst in positieve zin.

In nauwelijks een paar weken tijd heeft de politieke en culturele elite in Duitsland zich bijna unaniem bekend tot een nationale Willkommenskultur - een woord dat elders bijna niet eens bestaat.

In nauwelijks een paar weken tijd heeft de politieke en culturele elite in Duitsland zich bijna unaniem bekend tot een nationale Willkommenskultur - een woord dat elders bijna niet eens bestaat. Opvallend: zelfs de populaire media, anders nooit vies van enige demagogie, hebben zich erachter geschaard. Een betere kans om zich duidelijk af te zetten tegen extreemrechts en vreemdelingenhaat zou men niet gauw krijgen.

Het nieuws over demonstraties en aanslagen op vluchtelingencentra is wat op de achtergrond geraakt. Wat de toon in het debat in Duitsland vooral heeft bepaald, en ook het verschil uitmaakt met 20 jaar geleden, zijn de relatief gunstige economische conjunctuur en het uitblijven van politieke polarisatie dankzij de Grote Coalitie. Of men de plotselinge opmars van gastvrijheid nu toejuicht of niet, is niet van het grootste belang. Sommigen zien in Merkel een voorbeeld voor Europa, anderen doen schamper over de ‘barmhartige Johanna van de vluchtelingen’. Ook daar gaat het niet om. Duitsland kan op dit moment tevreden zijn met een politieke elite die veel meer dan in de rest van Europa de moed heeft om echt na te denken over de toekomst van het land.

Georgi Verbeeck is hoogleraar Duitse geschiedenis KU Leuven en Universiteit Maastricht

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n