Zoek de realiteit door de code heen

foto reuters

De Tijd-site bestaat nu 15 jaar. In mei 1996 was iemand met een verbindingssnelheid van 128 kbit behoorlijk mee met zijn tijd terwijl dat 15 jaar later 100 megabit was geworden. Binnen nog eens 15 jaar, in mei 2026, zal snelheid nog nauwelijks een thema zijn. De netwerken, informatiestromen, databanken zullen ogenblikkelijk, altijd en overal beschikbaar zijn. Het internet zal even evident zijn als lucht, en u zal op een heel andere manier met nieuws omgaan.

Samen met het internet zal ook de toegang tot het nieuws alomtegenwoordig zijn. Smartphones en tablets maken het “always on” nu al tot een bekend fenomeen, maar tegen 2026 zijn die gadgets even archaïsch als een Remington schrijfmachine nu.

Bedrijven zoals Apple patenteren nu al draagbare elektronica.  Het gaat om computerkracht die u draagt als deel van uw kledij en waarvan u zich nauwelijks bewust bent dat u ze bij u hebt. 

Net zoals het internet zelf wordt die elektronica eerst gebruikt in het leger. Denk aan gevechtspiloten, die zeer snel veel data moeten kunnen analyseren en liefst ook nog hun handen vrijhouden - dingen die ze kunnen doen dank zij head-up displays (HUD), die al die gegevens op hun cockpitscherm projecteren. Vervolgens vinden we die HUD terug in luxewagens, waar het dashboard een projectie wordt, en tenslotte wordt het gemeengoed.

Toetsenborden worden vervangen door stem, aanrakingen en gebaren. Schermen worden projecties die u naar believen kan oproepen, en die 2D of 3D kunnen zijn. Zij tonen u bovenop de fysieke werkelijkheid data - bijvoorbeeld bovenop het beeld van de Brusselse Grote Markt uitleg over de geschiedenis. Of ze tonen u een virtuele werkelijkheid, waardoor een wat triest ogend gebouw er plots uitziet als een burcht waar u een ‘alternate reality game’ kan spelen.
Maar laat u niet verblinden door de gadgets van de toekomst. Uw verhouding tot het nieuws verandert ook inhoudelijk.

Filters

De meeste smartphone-apps gaan er nog altijd vanuit dat u het bent die het nieuws consulteert, op basis van een door een redactie gemaakte nieuwskeuze.
Apps zoals FlipBoard brengen hier verandering in. Zij vormen de nieuwskeuzes van uw netwerken op Facebook en Twitter om tot glossy elektronische magazines - nieuwskeuze dus op basis van uw online sociale contacten.

U ziet nog wel dat een bepaald artikel van De Tijd komt, maar een ander artikel in dat op uw maat samengestelde magazine kan net zo goed van De Standaard of van The New York Times komen. De context is niet langer onder controle van de mediabedrijven achter die publicaties, maar in die van de maker van de app en vooral in die van uw online sociale contacten.

Andere applicaties analyseren uw leesgedrag en schotelen u vervolgens nieuws voor dat beantwoordt aan uw interesses. Denk ook aan Facebook dat een algoritme hanteert waarbij u een uitgezuiverde lijst statusupdates te zien krijgt - op basis van wie Facebook denkt die u interesseert. Eli Pariser legt in het boek The Filter Bubble uit hoe Google uw zoekresultaten mee algoritmisch stuurt op basis van allerlei persoonlijke criteria: welke computer en browser u gebruikt, waar u bent en nog enkele tientallen andere criteria. Het is al lang niet meer zo dat u en uw vrienden hetzelfde resultaat krijgen wanneer u zoekt naar ‘Egypte’. Het gaat erg moeilijk worden om nog naar iets te kijken op het internet dat niet op een of andere manier is toegespitst op uw persoonlijke situatie.

Dat is een vooruitgang tegenover massa-media die paternalistisch beslisten wat iedereen zou moeten interesseren. Maar het gevaar is duidelijk: dat we worden opgesloten in bubbels van informatie die we leuk of interessant vinden, maar die niet noodzakelijk het verhaal vertellen dat we zouden moeten weten.

Transparantie

Van menselijke informatiepoortwachters gaan we dus naar algoritmische, en van die laatste weten we nog minder dan van de eerste, zo waarschuwt Pariser. De code van de filters is van politiek belang, willen we een internet behouden dat ons confronteert met verschillende standpunten en met verhalen waar we nooit zelf zouden aan hebben gedacht.  Wanneer we geen aandacht hebben voor die codes en programma’s, worden we zelf achter onze rug om geprogrammeerd.

Onder al die menselijke, netwerk- en algoritmische filters ligt een aanzwellende ruwe stroom informatie. Tweets, statusupdates en blogposts van amateurs, experten, ooggetuigen en betrokkenen - u bent ongetwijfeld zelf één van hen.

Er zal in 2026 zeker nog zoiets zijn als een journalistieke functie: mensen die door een onderwerp gepassioneerd zijn, en een zorgvuldige selectie maken van de ruwe stroom informatie over dat onderwerp. Nu al heeft de BBC een desk met journalisten die beelden en teksten die via  sociale media worden verspreid aan een forensisch onderzoek onderwerpen: kan die foto wel daar en op dat moment zijn genomen? Kan dat bericht vanop die plek zijn verstuurd?

Het verifiëren en van context voorzien van elementen uit die ruwe informatiestroom is een activiteit met toegevoegde waarde. Of ze gebeurt door mensen die zich ‘journalist’, ‘blogger’, ‘internetuitgever’ of ‘krantenuitgever’ noemen, doet er eigenlijk niet toe. Het belangrijkste is dat ze goed gebeurt.
Net zoals transparantie wordt gevraagd over de code die de Facebook, Google en andere bedrijven gebruiken om ons zicht op de wereld te filteren, zo wordt transparantie gevraagd van de menselijke filters.

Iedereen die er de energie en tijd voor heeft, zal de ‘ruwe informatiestroom’ kunnen zien en vervolgens kunnen zien hoe die wordt bewerkt. Of zal kunnen deelnemen aan die bewerking zelf. Bloggers en journalisten die duidelijk zeggen waar ze staan in een bepaald debat, ook al beloven ze tegelijk zo goed mogelijk de positie van de andere partijen uit te leggen, winnen aan geloofwaardigheid. Zoals de Amerikaanse mediaexpert Jeff Jarvis zegt: “transparantie is de nieuwe objectiviteit.”

In mei 2026 zal De Tijd langs vele wegen tot bij zijn gebruikers geraken. Of een gedrukte krant daarbij nog relevant zal zijn, is zeer twijfelachtig, en screenshots van de site zoals u die vandaag kent, zullen met enige hilariteit worden bekeken.  Wel zal er nog altijd nieuws en discussie zijn, en mensen die proberen de essentie te halen uit de informatielawine en die doorheen de algoritmische codes de werkelijkheid proberen te vatten.

De ideeën in dit artikel kwamen tot stand doorheen discussies op Twitter, Facebook, LinkedIn, The Well, Quora... Het verhaal van de zoektocht op die netwerken en onder meer een video van een lezing door Eli Pariser vindt u op de blog Communicatie, Innovatie, Frustratie.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content